De hoofdlijnennotitie pensioenakkoord is gepubliceerd | Deloitte Netherlands

Article

De hoofdlijnennotitie Pensioenakkoord is gepubliceerd

Wat betekent het voor u als werkgever?

De belangrijkste hoofdlijnen van het pensioenakkoord zijn bekend. Alle werknemers krijgen in het nieuwe pensioenstelsel een (vlakke) premieregeling en dus geen vaste pensioenaanspraken meer. Pensioenfondsen hoeven met deze nieuwe regels de pensioenen niet te verlagen als de dekkingsgraad eind 2020 minimaal 90% bedraagt.

Geen akkoord van de vakbonden en toch de publicatie van de hoofdlijnennotitie

Ondanks dat niet alle vakbonden hebben (in)gestemd heeft de Minister van Sociale Zaken toch de hoofdlijnennotitie op 22 juni jl. gepubliceerd. Deze hoofdlijnennotitie is de praktische invulling van het in juni vorig jaar gesloten principeakkoord ter vernieuwing van het pensioenstelsel (pensioenakkoord). Dit pensioenakkoord is ontstaan na ruim tien jaar onderhandelen door kabinet, werknemers- en werkgeversorganisaties.

 

Het belangrijkste punt: alle werknemers krijgen een (vlakke) premieregeling

De doorsneepremie wordt afgeschaft en alle werknemers krijgen in het nieuwe pensioenstelsel een (vlakke) premieregeling en dus geen vaste pensioenaanspraken meer. De (fiscaal) maximale premie gaat 30% tot 33% bedragen en staat in principe vast tot 2036. Daarnaast is er maximaal 3% ruimte voor de compensatie, eveneens tot 2036.

De ingelegde premie en het beleggingsrendement daarop bepalen het pensioen van de werknemer. Het pensioen gaat hierdoor meer meebewegen met de economie en de beurs. Er komt een solidariteitsreserve van maximaal 15% van het fondsvermogen voor het opvangen van tegenvallende beleggingsresultaten.

Dit betekent tevens het einde van de rekenrente en de problematiek rondom dekkingsgraden. Vooruitlopend hierop hoeven pensioenfondsen met een dekkingsgraad hoger dan 90% per eind 2020 de pensioenen niet te korten. De grootste uitdaging van het nieuwe stelsel is naar onze mening de wijze waarop de opgebouwde pensioenen worden omgezet (‘invaren’ genoemd).

De doelstelling is dat de wetgeving ingaat per 2022 met een overgangstermijn tot 2026. De (bedrijfstak)pensioenfondsen worden geacht een transitie- en communicatieplan op te stellen.

 

Ook verzekerde regelingen worden aangepast

De introductie van de vlakke premieregeling is bedoeld voor (bedrijfstak)pensioenfondsen maar het effect hiervan is dat elke pensioenregeling in Nederland aangepast dient te worden. Dit impliceert dat een verzekerde middelloonregeling niet meer is toegestaan. De werkgevers met een dergelijke regeling kunnen naar onze mening nu nog gebruik maken van de stijgende premiestaffel voor een meer eenvoudige transitie.

Gezien de complexiteit van een wijziging voor werkgevers met een bestaande stijgende (leeftijdsafhankelijke) premiestaffel wordt voorgesteld om enkel nieuwe werknemers vanaf 2022 in een afzonderlijke pensioenregeling onder te brengen die voldoet aan de nieuwe regels. Het grote nadeel van dit voorstel is dat werkgevers worden gedwongen (naar verwachting decennialang) twee pensioenregelingen te hebben. Dit betekent stijgende (uitvoerings)kosten en een minder overzichtelijk arbeidsvoorwaardenpakket.

Daarnaast betekent dit dat oudere werknemers minder snel zullen wisselen van werkgever. Dit verslechtert naar onze mening de arbeidsmobiliteit van deze groep werknemers.

 

Vervolg

Hoewel de hoofdlijnennotitie bekend is geworden, bevat het pensioenakkoord tevens afspraken zoals de temporisering van de AOW-leeftijd, duurzame inzetbaarheid van oudere werknemers en de mogelijkheid om op pensioenleeftijd 10% van het pensioen ineens op te nemen. De vervolgstap is dat alle vakbonden instemmen met de voorstellen. De grootste vakbond, FNV zal op 4 juli as. stemmen over dit voorstel.

Graag gaan wij met u het gesprek aan om te bespreken welke gevolgen het pensioenakkoord voor u als werkgever heeft.
 

Did you find this useful?