De kogel is door de kerk

Article

De kogel is door de kerk

Column voor het Pensioen Magazine Q2 2017

Het einde van de opbouw van pensioen in eigen beheer is in zicht, het resultaat van een proces dat de staatssecretaris van Financiën veel tijd en energie heeft gekost. In deze column, die ook is verschenen in Pensioen Magazine, beschrijft Peter Kavelaars de zaken die hem zijn opgevallen.

Pensioen magazine kosteloos ontvangen? U kunt dat hier aanvragen.

Kavelaars’ Column

Het is dan toch zover: de opbouw van pensioen in eigen beheer is ten grave gedragen. Het heeft de Staatssecretaris van Financiën stellig veel energie gekost om dit te bereiken. Het is ook een langdurig proces geweest: meer dan twee jaren heeft hij aan het project gewerkt. Dat is allemaal niet verwonderlijk, want het pensioen in eigen beheer is altijd een belangrijk fiscaal speeltje geweest van de directeur-grootaandeelhouder. Natuurlijk, de opbouw van pensioen heeft stellig steeds vooropgestaan, maar tegelijkertijd was het toch ook mooi dat er, zonder enig financieel middel aan de vennootschap te onttrekken, een aardige fiscale aftrekpost ontstond. Uiteraard met de belangrijke kanttekening dat daarover te gelegener tijd bij uitlevering wel belasting is verschuldigd. In het wat verdere verleden was zelfs dat laatste niet altijd het geval: in sommige situaties kon na emigratie het pensioengeld (zeer) fiscaalvriendelijk worden geïncasseerd. Maar die tijden liggen inmiddels ver achter ons.

Het is uiteindelijk opvallend dat de weerstand tegen de afschaffing redelijk beperkt is gebleven. Dat wordt door een aantal factoren veroorzaakt. Te wijzen is uiteraard op de structureel lage rente enerzijds en de hoge fiscale rekenrente anderzijds, de aangescherpte civiele wetgeving die het onttrekken van dividenden aan de vennootschap minder eenvoudig maakt en last but not least: het fiscale smeergeld bij afschaffing van het pensioen in eigen beheer ofwel de tarieffaciliteit bij afkoop, waarover hierna meer.

Een rariteit blijft wat mij betreft dat de regeling voor ondernemers/natuurlijke personen – de oudedagsreserve – niet ook is gesneuveld. Deze regeling voorziet in de fiscaal gefaciliteerde opbouw van een reserve die kan (!) worden aangewend voor een toekomstvoorziening. Handhaving daarvan is niet logisch: in de eerste plaats is de regeling zonder meer al een vreemde eend in de bijt, omdat deze niet verplicht tot de aankoop van een toekomstvoorziening. Doet men dat inderdaad niet, dan valt de reserve bij het einde van het ondernemerschap belast vrij en heeft de ondernemer jarenlang fiscaalvriendelijk gespaard: niet meer en niet minder. Andere belastingplichtigen kunnen dat niet. Maar bovendien is het merkwaardig dat deze ondernemers daar rustig mee door kunnen gaan, waar de directeur-grootaandeelhouder zijn pensioen in eigen beheer heeft zien sneuvelen. Dat moet dus snel recht worden getrokken, hopelijk met het Belastingplan 2018.

Terug naar het pensioen in eigen beheer, althans de afbouw daarvan. De wetgever heeft er, zoals gezegd, wat fiscaal smeergeld in gestopt in de vorm van een gefaciliteerde afkoop. Enerzijds doordat een onbelaste afwaardering kan plaatsvinden tot de fiscale waarde – normaliter drukt daar een loonbelastingdruk op van maximaal 52% – en anderzijds door vervolgens op de afkoopsom een korting te verlenen van 34,5% (2017) die de komende jaren afbouwt (2018: 25% en 2019: 19,5%). Die afkoop lijkt – zeker dit jaar – aantrekkelijk. Het valt evenwel te bezien of dat zo is. Men moet zich onder andere realiseren dat de heffing vergaand naar voren wordt gehaald en het vrijkomende vermogen voortaan jaarlijks wordt belast in box 3 met het progressieve tarief. Het alternatief – het omzetten in een onderhoudsverplichting die vanaf het bereiken van de AOW-leeftijd in twintig jaren tot uitkering komt en in voorkomende gevallen voor het restant vererft – is in veel gevallen aantrekkelijker, zo wijzen diverse berekeningen uit. Het is dus zaak hier goed naar te kijken. Lastig is dat voor de afweging vrijwel altijd een adviseur nodig is. De berekeningen zijn voor een fiscale leek onuitvoerbaar. Overigens: kiest men voor geen van beide varianten, dan wordt het pensioen op de normale manier afgewikkeld en verandert er niets, behalve dan dat de opbouw eindigt. En ten slotte nog een waarschuwing: voor 1 juli moeten nog enkele formaliteiten plaatsvinden. Ook daar heeft men helaas veelal de hulp van een deskundige voor nodig.

Prof. dr. P. Kavelaars is hoogleraar Fiscale Economie aan de Erasmus School of Economics, buitengewoon hoogleraar aan de University of Curaçao en directeur van het Wetenschappelijk Bureau van Deloitte Belastingadviseurs te Rotterdam.

Pensioen juni 2017

Meer lezen over pensioen?

Dit artikel is als column geplaatst in het Pensioen magazine, het kwartaalmagazine van Deloitte over actuariële, financiële, juridische, fiscale en verzekeringsaspecten van pensioen.

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen