Bij wijziging pensioenregeling is adequate voorlichting verplicht | Deloitte

Article

Europese Commissie introduceert een aanvullend Europees pensioen

Pensioen Magazine Q4 2017

Dat zoveel Europese landen volledig afhankelijk zijn van een omslagstelsel is een groot probleem voor het vergrijzende Europa. In tegenstelling tot in Nederland wordt in de meeste Europese landen niet of nauwelijks gespaard voor de oude dag. Dit artikel is ook geplaatst in het Pensioen Magazine.

Wilt u magazine Pensioen in uw mailbox / brievenbus ontvangen? Laat hier uw gegevens achter.

In tegenstelling tot in Nederland wordt in de meeste Europese landen niet of nauwelijks gespaard voor de oude dag. Veel Europeanen zijn wanneer zij stoppen met werken volledig afhankelijk van de Staat voor hun pensioen. Veel Europese landen maken voor hun pensioenvoorziening gebruik van het omslagstelsel. Dit vormt een groot risico voor de financiële stabiliteit van de Unie, een grote zorg van de Europese Commissie. Om dit probleem te lijf te gaan stelt de Europese Commissie de invoering van een Europees aanvullend pensioen voor, het Pan-Europees Pensioenproduct (hierna: PEPP).

Pensioen december 2017

Aanvulling op omslagstelsel

Volgens Eurocommissaris Dombrovskis moet het Europese aanvullende pensioen het voor de EU-burger aantrekkelijker en goedkoper maken om zelf te sparen voor de oude dag. En dat is nodig, want op dit moment spaart maar 27% van de EU-burgers die tussen de 25 en 59 jaar oud zijn in de derde pensioenpijler zelf voor een aanvullend pensioen.

Veel Europese landen kennen geen ‘verplicht’ collectief pensioen in de tweede pijler, zoals Nederland dat wel kent. Daardoor zijn veel Europeanen afhankelijk van staatspensioenen, die door het werkende deel van de bevolking via een omslagstelsel worden gefinancierd. Dat loopt dan via de sociale premies en belastingen, zoals bij ons de AOW gefinancierd wordt. Dat zoveel Europese landen volledig afhankelijk zijn van een omslagstelsel is een groot probleem voor het vergrijzende Europa. Als er niets verandert, dreigt het stelsel onbetaalbaar te worden.

Europese Kapitaalmarktunie

Naast het afwenden van een dreigende financiële ramp, hoopt de Europese Commissie ook dat de lancering van het PEPP bijdraagt aan de versterking van de Europese Kapitaalmarktunie. Ondernemers in de EU zijn voor investeringskapitaal nu nog erg afhankelijk van bankfinancieringen, geld dat afkomstig is van ingelegd spaargeld bij de bank. Ondernemers doen minder een beroep op marktfinanciering. Na de introductie van het PEPP kan een deel van dat spaargeld via pensioenproducten worden belegd en aan het werk worden gezet voor Europese ondernemers. De hoop is dat daardoor de afhankelijkheid van bankfinancieringen in de EU zal afnemen.

Pensioenpot naast nationale regelingen

De verwachtingen van de Europese Commissie over het PEPP zijn ambitieus. De Europese Commissie gaat ervan uit dat de vrijwillige pensioenpot in Europa dankzij het PEPP binnen korte tijd kan groeien van € 700 miljard bij aanvang naar € 2100 miljard in 2030. Zonder de introductie van het PEPP zou het kapitaal in de derde pijler blijven steken op slechts € 1400 miljard. Het nieuwe Europese pensioenproduct moet naast bestaande staatspensioenen (eerste pijler), pensioenfondsen (tweede pijler) en pensioenproducten (derde pijler) zijn weg vinden naar de Europese burger. Het is dus niet de bedoeling bestaande nationale regelingen, zoals de Nederlandse tweedepijlerpensioenfondsen of bankspaarproducten te vervangen of te harmoniseren. Het PEPP moet juist een nieuwe pensioenopbouwmogelijkheid toevoegen aan het bestaande palet, aldus Dombrovskis.

Geen binnengrenzen

Met de introductie van het PEPP hoopt de Europese Commissie een Europese pensioenmarkt te creëren met het PEPP als derdepijleraanvulling op de Europese tweede pijler IORP. De klassieke aanbieders, zoals verzekeraars, banken, vermogensbeheerders en pensioenfondsen, moeten dit product op een eenvoudige wijze binnen de Europese Unie gaan verkopen zonder daarbij te worden belemmerd door binnengrenzen. Hiermee kunnen deze aanbieders een potentiële markt van 240 miljoen mensen bedienen. Een Franse vermogensbeheerder kan bijvoorbeeld zonder belemmeringen actief worden op de Nederlandse pensioenmarkt.

Hoe moet een PEPP eruit zien?

Het voorstel is om bepaalde (product)eigenschappen van het PEPP op EU-niveau te standaardiseren en een aantal eigenschappen flexibel te houden (naar keuze van de lidstaat). De standaardelementen van het PEPP zijn de volgende:

  • informatievoorschriften;
  • beperkte beleggingsmogelijkheden;
  • één default optie, waarbij in de beleggingsstrategie rekening wordt gehouden met de relatie tussen de opbouw- en de uitkeringsfase.

De flexibele elementen, afhankelijk van de invulling van de lidstaten, zijn:

  • biometrische en financiële garanties;
  • grenzen aan kosten;
  • mogelijkheden om tussen beleggingen te switchen;
  • uitkeringsmogelijkheden van het opgebouwde lijfrentekapitaal.

Voor EU-burgers in landen waar de ontwikkeling van de pensioensector nog in de kinderschoenen staat, kan het PEPP een aantrekkelijk pensioenproduct vormen. Bijvoorbeeld in Oost-Europa kunnen EU-burgers hiermee op een aantrekkelijke en goedkope manier aanvullend sparen voor hun oude dag. Overigens schrijft het voorstel niet voor hoe het PEPP moet worden ingepast in de fiscaliteit van een land. Wil het PEPP succesvol worden, dan moeten de deelnemers aan het PEPP dezelfde fiscale voordelen krijgen als deelnemers aan al bestaande pensioenproducten. De Europese Commissie kan dit echter niet in alle gevallen afdwingen bij de lidstaten. Indien de elementen van het PEPP overeenkomen met een fiscaal gefacilieerd lokaal product, zal de lidstaat mogelijk het PEPP moeten openstellen voor dezelfde voordelen. Overigens moet het plan moet ook nog langs de Europese Raad en het Europees Parlement.

Reactie Nederlandse Pensioenfederatie

De Nederlandse Pensioenfederatie is sceptisch over het voorstel van de Europese Commissie en stelt dat collectiviteit en risicodeling in de Nederlandse tweede pijler een beter pensioenresultaat opleveren voor de deelnemers. De federatie maakt zich zorgen dat dit Europese voorstel op lange termijn het stelsel van het Nederlandse tweedepijlerpensioen gaat ondermijnen.

Overigens verwachten de Pensioenfederatie en het verbond van verzekeraars dat er in Nederland vooralsnog weinig belangstelling zal zijn voor het PEPP. Nederland kent een goed ontwikkelde tweede pijler en kent in de derde pijler een groot aanbod in lijfrente- en bankspaarproducten en lijfrentebeleggingsrekeningen. Het PEPP kan wel een kans bieden voor Nederlandse verzekeraars en bankspaar/beleggingsaanbieders om vergelijkbare producten over de grens aan te bieden.  

Pensioen Magazine

Dit artikel is geplaatst in het Pensioen magazine, het kwartaalmagazine van Deloitte over actuariële, financiële, juridische, fiscale en verzekeringsaspecten van pensioen.

Vond u dit nuttig?