GES News Flash | Financial Advisory | Deloitte Netherlands

News

Deloitte GES News Flash

RVU, verlofsparen en eenmalige pensioen opname

Eind november heeft het kabinet een wetsvoorstel voor een aantal onderdelen uit het pensioenakkoord ter consultatie voorgelegd. Het gaat om: versoepeling van de RVU-vrijstelling, de verruiming van de mogelijkheden voor verlofsparen en de mogelijkheid voor de opname van een bedrag ineens op de pensioenleeftijd.

19 december 2019

Versoepeling RVU-vrijstelling

De RVU is met ingang van 1 januari 2005 in de Wet op de loonbelasting 1964 opgenomen. Indien sprake is van een RVU, is de werkgever een pseudo-eindheffing van 52% verschuldigd. Kenmerkend voor een pseudo-eindheffing is dat de werkgever deze heffing dient af te dragen en niet kan verhalen op de werknemer; de eindheffing komt naast de reguliere in te houden loonbelasting. In beginsel is ieder regeling die als doel heeft om uitkeringen te verstrekken om de periode tot aan de AOW-leeftijd te overbruggen, een RVU. Veel werkgevers worstelen met oudere werknemers die een paar jaar voor de AOW-leeftijd willen (en misschien ook beter zouden) stoppen met werken. Vaak schrikt een mogelijke RVU-heffing werkgevers er echter van af om in de jaren voor het bereiken van de AOW-leeftijd hun werknemers een bedrag mee te geven.

Vooruitlopend op een definitieve oplossing is als overgang in het pensioenakkoord afgesproken dat voor de jaren 2021 tot en met 2025 zonder RVU-eindheffing een bedrag kan worden meegegeven om het gat tussen de pensioenleeftijd en de AOW-leeftijd op te vangen, mits wordt voldaan aan een aantal voorwaarden. De hoogte van die RVU-vrijstelling is, na vermindering met de loonheffingen, gelijk aan het nettobedrag van de AOW-uitkering (netto-AOW) voor ongehuwden. Over dat bedrag zou de werkgever nu nog wel een eindheffing van 52% verschuldigd zijn. In de nieuwe wet wordt deze RVU-heffing van 2021 tot en met 2015 stopgezet. De vrijstelling wordt jaarlijks geïndexeerd aan de hand van wijzigingen in de hoogte van de AOW.

De maximale-vrijstelling bedraagt een RVU-vrijstelling voor een AOW-compensatie gedurende maximaal 3 jaar. De hoogte van de vrijstelling wordt bepaald door het aantal maanden dat de werknemer eerder dan de AOW-leeftijd uittreedt. Dus als de werknemer twee jaar voor de AOW-datum stopt, kan de werkgever twee keer de jaarvrijstelling vergoeden. Het wetsvoorstel heeft als uitgangspunt dat de AOW-compensatie wordt toegezegd in het kader van een beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden, waarbij de compensatie in een bedrag ineens of gespreid in de tijd wordt uitbetaald.

De voorgestelde regeling is tijdelijk. De verwachting is dat na 2025 een (alternatieve, meer definitieve en meer specifieke) oplossing zal zijn gevonden voor (de mogelijkheid tot vervroegd uittreden uit)zware beroepen, die bijvoorbeeld het uittredingsmoment koppelt aan het aantal werkzame jaren. Effectief kan de vrijstelling langer doorlopen, omdat het laatste ingangsmoment van een driejaarsperiode einde 2025 is.

Uitbreiding verlofsparen

Een ander element uit het pensioenakkoord betreft de uitbreiding van de mogelijkheid om fiscaal gefaciliteerd vakantieverlof en compensatieverlof te sparen. Die mogelijkheid is nu beperkt tot 50 weken. Deze beperking wordt met ingang van 2021 verruimd tot 100 weken. Een werknemer kan het opgebouwde verlof onder andere gebruiken om eerder te stoppen met werken, maar ook op andere momenten voor bijvoorbeeld een opleiding of sabbatical. Werkgevers kunnen extra verlof toezeggen of de mogelijkheden voor het sparen van verlof verruimen. Als naast het verlofsparen de werknemer ook deelneemt aan een generatiepact of seniorenregeling moet er worden opgelet. Een samenloop van deze regelingen kan als RVU-regeling worden gezien waardoor een eindheffing verschuldigd is.

Keuzerecht opname pensioen bedrag ineens

Als laatste is ook de keuzemogelijkheid om op de pensioendatum een bedrag ineens uit te laten keren opgenomen in het wetsvoorstel. Dit recht zal gelden ongeacht het karakter van de pensioenovereenkomst en/of het type uitvoerder. De opname mogelijkheid wordt beperkt tot 10% van de totale pensioenwaarde, mits de totale pensioenaanspraak hoog genoeg is om ten aanzien van het restant voor de uitvoerder geen recht tot afkoop te doen ontstaan. De waarde van het eenmalige opnamebedrag wordt onafhankelijk van de dekkingsgraad gesteld op de contante waarde van de nominale aanspraak. Dit deel van de wet wordt van kracht met de verwachte ingang van het nieuwe pensioenstelsel in 2022.

Belangrijk is dat de keuzemogelijkheid een recht wordt. In beginsel dient elke uitvoerder dus medewerking te verlenen wanneer een deelnemer wenst gebruik te maken van deze mogelijkheid. Dat kan slechts en alleen op het moment van pensioneren. Bij deeltijdpensionering kan slechts voor het deel waarvoor het pensioen ingaat, 10% in een keer worden opgenomen.

De opname mogelijkheid gaat ook gelden voor nettopensioen, lijfrente en banksparen en de nettolijfrente. Het kabinet verwacht dat slechts circa 10% van de pensioneerden gebruik zal maken van deze nieuwe opnamemogelijkheid.

Meer informatie

Voor meer informatie over de Global Employer Services (GES) news flash, kunt u contact met ons opnemen via onderstaande gegevens.

Did you find this useful?