Het pensioenstelsel in de coalitieonderhandelingen

Article

Het pensioenstelsel in de coalitieonderhandelingen

Pensioen Magazine Q2 2017

Wat betekent de uitslag van de verkiezingen voor de ontwikkeling van ons pensioenstelsel? We baseren ons hierbij vooral op het advies van de SER over de toekomst van het pensioenstelsel(1) en zullen onderzoeken hoe de standpunten van de mogelijke coalitiepartners zich hiermee verhouden. Dit artikel is ook geplaats in Pensioen Magazine.

Pensioen magazine kosteloos ontvangen? U kunt dat hier aanvragen.

Het pensioenstelsel in de coalitieonderhandelingen

In de vorige editie van Pensioen hebben wij besproken hoe de grote partijen aankijken tegen het pensioen en welke standpunten zij innemen over de toekomst van ons pensioenstelsel. Nu de verkiezingen achter de rug zijn en er een coalitie moet worden gevormd, is het tijd om te onderzoeken wat de uitslag van de verkiezingen betekent voor de ontwikkeling van ons pensioenstelsel(2). We baseren ons hierbij vooral op het advies van de SER over de toekomst van het pensioenstelsel en zullen onderzoeken hoe de standpunten van de mogelijke coalitiepartners zich hiermee verhouden.

De coalitieonderhandelingen tussen VVD, CDA, D66 en GroenLinks zijn op moment van schrijven nog in volle gang. Voor het kader van dit artikel gaan wij daarom uit van die coalitie.

Pensioen juni 2017

Noodzaak tot verbetering

Hoewel ons pensioenstelsel in internationaal perspectief een goede reputatie heeft, zijn aanpassingen noodzakelijk om het stelsel toekomstbestendig te maken. In zijn advies over de toekomst van het pensioenstelsel uit 2015 heeft de SER opgemerkt dat de grootste knelpunten van het huidige stelsel zullen voortkomen uit de vergrijzing in de eerste pijler en uit de nasleep van de economische crisis in de tweede pijler.

Het verhogen van de AOW-leeftijd is een van de maatregelen die is doorgevoerd om het probleem van de vergrijzing op te vangen. Gezien de standpunten van de huidige onderhandelingspartijen, zal deze verhoging in stand blijven. Uit het advies blijkt ook dat de eerste pijler een goed sociaal vangnet vormt, waardoor armoede onder ouderen in Nederland erg laag is. Ook de lage uitvoeringskosten maken de AOW tot een effectieve en efficiënte regeling(3).

In de tweede pijler zijn de vooruitzichten slechter, omdat de opbouw achterblijft bij de uitkeringsverplichtingen die zullen ontstaan. Voor het toekomstige kabinet is het daarom zaak deze pijler verder te hervormen, zodat het pensioenstelsel ook op de lange termijn houdbaar blijft.

Voorstel voor een nieuw pensioenstelsel

De programma’s van de partijen die momenteel in onderhandeling zijn over een coalitie komen ook in meer of mindere mate overeen met het advies van de SER over de tweede pijler. In welke maatregelen de voorgestelde punten zullen resulteren, is echter nog niet duidelijk.

De voorkeursvariant van de SER is gebaseerd op individuele pensioenopbouw en collectieve risicodeling. Deze variant is in feite een kapitaalovereenkomst, waarbij beleggingsrisico’s ook met toekomstige generaties worden gedeeld. Van belang is daarbij dat het voor nieuwe deelnemers inzichtelijk wordt wanneer een tekort of overschot wordt gedeeld met andere generaties. In Nederland is een dergelijk systeem echter relatief onbekend, waardoor er geen vastomlijnde richtlijnen zijn voor de invoering van zo’n stelsel.

De SER heeft dit stelsel nader onderzocht en komt naar verwachting binnenkort met een advies over de inrichting ervan. Gezien de verschillen in het politieke spectrum, is het echter maar de vraag in hoeverre het advies van de SER zal worden gevolgd bij de coalitieonderhandelingen. De keerzijde van deze variant is namelijk dat eigendomsrechten minder hard gemaakt kunnen worden en dat het de mogelijkheden voor individuele keuzes beperkt(4), terwijl met name VVD en D66 hier groot voorstander van zijn(5).

Individualisering van het pensioen

Om de individuele pensioenopbouw te bewerkstelligen, is afschaffing van de doorsneesystematiek noodzakelijk. De onderhandelingspartijen zijn daarom ook vrijwel allemaal voor afschaffing van dit systeem. Mogelijke vervangende systemen zouden kunnen bestaan uit degressieve opbouw en/of rendementsindexatie.

Het afschaffen van de doorsneesystematiek kan echter niet zomaar. Het gevolg van de invoering van de doorsneesystematiek is namelijk dat er een impliciete schuld van de oudere generatie aan de jongere generatie is ontstaan. Bij de invoering van het huidige stelsel was dit noodzakelijk voor de financiering van de pensioenen van de eerste generatie. Zolang er solidariteit is tussen de generaties, is zo’n systeem vol te houden.

Momenteel wordt al vastgesteld welk deel van de pensioenpot aan iedere generatie toekomt, in een poging het stelsel transparanter te maken. Om de pensioenpot nog verder te specificeren naar individuele pensioenen moet van de doorsneesystematiek worden afgestapt. Compensatie van de eerder genoemde impliciete schuld is dan ook noodzakelijk. In zijn advies over de toekomst van het pensioenstelsel gaat de SER dieper in op deze problematiek.

Het voordeel van een individueel pensioen is dat de gehele inleg zal worden aangewend voor de opbouw van het eigen pensioen, waar dat onder het huidige stelsel ook deels dient om bestaande pensioengaten te dichten. Een individuele opbouw brengt echter ook een hogere conjunctuurgevoeligheid met zich mee. Daarnaast is het inzicht weliswaar groter, maar dat leidt niet tot meer controle over het pensioen, zolang dat nog steeds centraal wordt uitgevoerd.

Collectieve risicodeling of juist niet?

Bij een individueel pensioen is de transparantie over het tot dan toe opgebouwde pensioen vanzelfsprekend groot. Dit betekent echter niet direct dat de deelnemer ook invloed heeft op de manier waarop zijn pensioenpot wordt belegd. Of en in hoeverre de deelnemer invloed kan hebben op zijn eigen pensioen is ook een discussiepunt tijdens de coalitieonderhandelingen. De standpunten van de onderhandelingspartijen lopen op dit punt redelijk uiteen. Waar GroenLinks de voorkeur geeft aan een grote mate van solidariteit, willen D66 en VVD juist meer individuele keuzes mogelijk maken. Het CDA streeft naar een variant die tot op zekere hoogte de solidariteit behoudt, maar ook een zekere keuzevrijheid bevat.

Er is een aantal alternatieven waarbij deze keuzevrijheid mogelijk is, met verschillende gradaties van risicodeling en solidariteit. Veelgenoemde mogelijkheden zijn de afschaffing van de verplichte deelname van werkgevers in een bedrijfstakpensioenfonds, het invoeren van een vrije keuze voor werknemers in pensioenfonds en keuzemogelijkheden in het beleggingsrisico dat men wil lopen(6). Het loslaten van de verplichte deelname aan een bedrijfstakpensioenfonds (de grote verplichtstelling) zal de collectieve risicodeling nauwelijks aantasten. Naar verwachting zal hierdoor meer concurrentie ontstaan tussen de pensioenuitvoerders, wat kan leiden tot lagere uitvoeringskosten en een grotere efficiëntie. Aangezien het merendeel van de onderhandelingspartijen achter een dergelijke maatregel staat, is het niet ondenkbaar dat de grote verplichtstelling niet langer zal bestaan in het nieuwe stelsel.

Daarnaast zijn D66, GroenLinks en VVD ook voorstander van keuzevrijheid voor de werknemers. Een dergelijke maatregel kan voorkomen dat een werknemer versnipperde pensioenpotjes heeft wanneer hij vaak wisselt van werkgever, maar voorkomt ook de administratieve lasten van overdracht van pensioen van de ene uitvoerder naar de andere. Ook met deze optie blijft risicodeling binnen een fonds in stand.

Individualisering van het beleggingsrisico staat op het eerste gezicht haaks op de doelstelling van collectieve risicodeling. Hoewel het beleggingsrisico hiermee inderdaad in (veel) mindere mate collectief wordt gedeeld, blijven andere risico’s zoals het langlevenrisico en het arbeidsongeschiktheidsrisico wel collectief gedeeld. Het valt echter nog maar te bezien of dit een onderdeel wordt van het nieuwe pensioenstelsel, aangezien de standpunten van de onderhandelingspartijen op dit punt ver uit elkaar liggen.

Overige zaken

De mogelijkheid om een tijdelijke premiepauze te nemen of een gedeelte van het pensioen in één keer aan te wenden voor vroegtijdige aflossing van een hypotheek wordt breed ondersteund door de onderhandelingspartijen. Deze maatregel past binnen het kader van het flexibeler maken van het pensioenstelsel, maar zal uiteraard niet onbeperkt zijn, omdat dat ten koste gaat van de uiteindelijke pensioenuitkering.

Verder kunnen wij niet uitsluiten dat het fiscale kader voor pensioensparen wordt aangepast. Momenteel bestaat er een aftoppingsgrens van € 103.317, die jaarlijks wordt geïndexeerd. Hoewel de drie grootste partijen aan de onderhandelingstafel deze grens niet willen verlagen, wil GroenLinks de aftoppingsgrens verlagen naar € 74.000. Aangezien ook de volgende kandidaat aan de onderhandelingstafel, de ChristenUnie, deze grens wil verlagen, kan GroenLinks van de aftoppingsgrens een discussiepunt maken.

Aanpassingen in de rekenrente of vereiste dekkingsgraden, zoals bijvoorbeeld 50Plus voorstaat, liggen niet voor de hand. Zeker niet als wordt overgestapt naar een individueel pensioen en er een oplossing moet worden gevonden voor de eerder genoemde impliciete schuld.

Positie van de zzp’er

Opvallend genoeg heeft de SER in zijn initiële analyse geen aandacht besteed aan de positie van de zzp’er in het nieuwe pensioenstelsel. In het huidige stelsel is er nog geen plaats voor de zzp’er, maar in een geïndividualiseerd systeem is het naar onze mening goed mogelijk de zzp’er op te nemen in het pensioenstelsel. De onderhandelingspartijen zijn over het algemeen ook voor het opnemen van de zzp’er in het pensioenstelsel, hoewel er toch een compromis zal moeten worden gesloten over de reikwijdte hiervan. Zo wil het CDA dat voor zzp’ers een minimumbedrag zal gelden voor de pensioenopbouw, terwijl VVD en D66 niet verder willen gaan dan het wettelijk faciliteren van pensioensparen voor deze groep. D66 wil een flexibele inleg in een individuele context. GroenLinks heeft zich niet uitgelaten over de positie van zzp’ers in de tweede pijler.

Conclusie

Dat het huidige pensioenstelsel verder zal worden vernieuwd, lijkt onvermijdelijk en staat niet ter discussie. Op welke manier dit zal gebeuren, is een belangrijk punt in de huidige coalitieonderhandelingen. Het lijkt erop dat de aanbeveling van de SER, een individueel stelsel met collectieve risicodeling, ook door de onderhandelingspartijen zal worden gevolgd. Zij zijn het erover eens dat het pensioen individueel inzichtelijk moet worden. Hiervoor moet worden gebroken met de doorsneesystematiek. In hoeverre er sprake zal zijn van risicodeling en hoeveel keuzevrijheid er overblijft voor de deelnemers in een pensioen, is momenteel lastig te voorspellen. Dit komt mede doordat de SER zijn advies omtrent de nadere invulling van het voorgestelde stelsel nog niet heeft uitgebracht. Wij verwachten dat ook zzp’ers onderdeel zullen worden van het nieuwe stelsel. Of en in hoeverre dit een verplichting zal zijn, is op dit moment echter nog niet in te schatten.

Het lijkt erop dat de vrije keuze van pensioenuitvoerder zal terugkomen in het nieuwe stelsel, aangezien dat weinig impact zal hebben op de solidariteit in het pensioenstelsel. In theorie leidt dit tot concurrentie tussen de pensioenfondsen en in het verlengde daarvan tot betere prestaties en efficiëntie van deze fondsen. Of dit in de praktijk ook het geval zal zijn, is echter afhankelijk van de mate van betrokkenheid van de individuele deelnemers.

Pensioen Magazine

Dit artikel is geplaatst in het Pensioen magazine, het kwartaalmagazine van Deloitte over actuariële, financiële, juridische, fiscale en verzekeringsaspecten van pensioen.

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen