Hoe overleeft een pensioenfonds in deze turbulente wereld?

Article

Hoe overleeft een pensioenfonds in deze turbulente wereld?

Pensioen Magazine Q3 2017

In het interview wordt gesproken met André Keur, directeur van Stichting Pensioenfonds Wolters Kluwer Nederland. Dit ondernemingspensioenfonds zit stevig in het zadel, al ligt de ambitie voor de dekkingsgraad nog zo’n 10 procentpunt hoger dan de huidige 112%. Het pensioenfonds volgt eigenzinnig zijn eigen koers. Hoe overleeft dit fonds in deze turbulente wereld? Dit artikel is ook geplaatst in het Pensioen Magazine.

Pensioen magazine kosteloos ontvangen? U kunt dat hier aanvragen.

Terwijl consolidatie, stelselherziening, persoonlijke pensioenpotjes en het afschaffen van de doorsneepremie de toon zetten in pensioenland, zit Stichting Pensioenfonds Wolters Kluwer Nederland (SPWKN) nog altijd stevig in het zadel. Hoe overleeft het fonds in deze turbulente wereld? Bevlogenheid, bestuurlijke kwaliteit en persoonlijke deelnemerscommunicatie spelen een belangrijke rol. Maar ook de realisatie van een ambitieniveau door pragmatische en kostenoverwegingen in balans te houden, betoogt directeur André Keur. Plus een dosis gezond verstand en eigenzinnigheid in de omgang met de voortdurend toenemende regeldruk. ‘Je moet de ruimte krijgen om te zeggen: we begrijpen het, maar we doen het toch net even anders’.

Pensioen september 2017

Hoe staat SPWKN er financieel voor?

“In verhouding tot andere fondsen doen we het redelijk; we zitten eind juli 2017 op een feitelijke dekkingsgraad van afgerond 112%. Dat klinkt goed, maar kan beter. Wat we willen is dat onze deelnemers met hun pensioenuitkering hetzelfde aantal ‘Albert Heijn-karretjes’ kunnen blijven vullen. Onze ambitie is volledige toeslagverlening, en dat is pas mogelijk bij een dekkingsgraad van 122%. Of we daarnaartoe gaan? Wie zal het zeggen, want je weet niet wat er op de financiële markten gebeurt en wat de rekenrente gaat doen. En, of er zo meteen een pil wordt uitgevonden waardoor iedereen plots vijf jaar ouder wordt. Fijn voor de mensen, maar dan valt die ambitie wel volledig in het water. In de tien jaar dat ik hier nu als directeur mag werken, hebben we een kleine 20% dekkingsgraad aan onze broek gekregen als gevolg van de almaar gestegen levensverwachting. Die rekenrente kun je desgewenst nog afdekken, maar aan een stijgende levensverwachting doe je in de praktijk weinig of het kost je de wereld. Als je niet aan de verwachtingen van de deelnemer kunt voldoen, is iedereen zwaar teleurgesteld. In Nederland hebben mensen, ondanks de sterk verbeterde pensioencommunicatie de laatste jaren, toch nog steeds te veel het gevoel een garantie op hun pensioen te hebben. Op het moment dat er aan die verwachting wordt getornd en je door zo’n pil 25% moet inleveren, staat de zaak echt in brand. Erg dankbaar is dat niet voor pensioenfondsen: als het goed gaat, is dat een vanzelfsprekendheid en als het slecht gaat, ben je al snel een amateur. Maar we klagen niet, hoor. Integendeel, we zijn trots op onze prestaties. Financieel gaat het aardig en we krijgen goede rapportcijfers uit onze stakeholdersonderzoeken.”

Vanwaar die hoge scores?

“De redelijke dekkingsgraad, het niet hoeven korten en het intensieve contact dat we al jarenlang met onze deelnemers onderhouden, draagt daar zeker aan bij. We zitten in hetzelfde pand als de werkgever. Men kan ons informeel aanspreken en dat gebeurt vaak. Dan kletsen we terplekke bij of maken een afspraak. Dat woord ‘kletsen’ is erg belangrijk voor ons. Toen ik hier begon, werd pensioen nog niet altijd echt belangrijk gevonden, meer iets van ‘het zal wel goed zijn’. Dat was niet iets fondsspecifiek, dat was eigenlijk nog overal zo. De bomen leken tot in de hemel te groeien en indexatie was iets vanzelfsprekends.

Fors inzetten op persoonlijk contact met deelnemers is onze insteek. We willen de mensen graag zien: wanneer ze als nieuwe medewerker binnenkomen, wanneer ze vertrekken, met pensioen gaan, op pensioenspreekuren – waar en wanneer dan ook. Als ze 45 jaar worden bijvoorbeeld krijgen ze een verjaardagskaart met de boodschap: ‘Je wordt al een beetje grijs, wordt het geen tijd dat…’ Daar krijgen we 50% respons op. De klantwaardering is er dus. Wij zitten hier uiteindelijk maar voor één ding en dat is de deelnemer. SPWKN telt circa 7.500 participanten, zoals we de deelnemers betitelen. Je zou het klanten kunnen noemen, maar iemand is pas klant als hij zichzelf als zodanig heeft bestempeld. En hier is toch sprake van een verplichtte winkelnering. De omvang en samenstelling van ons participantenbestand weerspiegelt goed wat er de laatste decennia in de uitgeefbranche gebeurd is. Je ziet dat aan de bestandsopbouw van het fonds: 2.600 gepensioneerden, 4.500 gewezen deelnemers en ‘slechts’ 800 actieven.”

Ooit gedacht aan liquideren?

“Ja, natuurlijk. Al voor mijn komst tien jaar geleden als directeur, toen ik nog bestuurslid was, werd er nagedacht over het bestaansrecht van het fonds. De laatste jaren is dat geïntensiveerd en eigenlijk een continu proces. Ik durf rustig te beweren dat dit fonds stevig in het zadel zit. Iets wat van alle kanten wordt bevestigd: de accountant, de certificerend actuaris, de visitatiecommissie enzovoort. Dat heeft vooral te maken met de kwaliteit van het bestuur en het pensioenbureau en de bevlogenheid waarmee wij ons werk doen. ‘Liebe zum Beruf’ zoals de Duitsers dat zo mooi noemen.

Hou het simpel, is een ander adagium binnen deze pensioenfondsmuren. Adviseurs, de toezichthouder en de wetgever doen voortdurend hun best pensioen moeilijk te maken. Maar hoe moeilijker je iets maakt, hoe moeilijker jij je product bij de deelnemer voor het voetlicht krijgt. Waar gaat het bij pensioen om: dat je mensen hun pensioentoezegging geeft op het moment dat ze het verwachten. Pensioen is niets meer dan uitgesteld salaris. De door de werkgever en werknemer ingelegde premie komt in een potje, wij bewaken dat en leggen daar door het goed te beleggen een bepaalde ambitie in. Wanneer mensen met pensioen gaan, is het geld voor hen – of voor de achterblijvers, als ze overlijden. Dat is het hele spel. Ik heb een spreuk in mijn kamer hangen waar ik graag naar verwijs als het een te ingewikkelde kant dreigt op te gaan: ‘De dingen simpel houden is vrij moeilijk. De dingen moeilijk maken is daarentegen vrij simpel’. Wij bewandelen hier graag de moeilijke weg van de eenvoud.”

Wat betreft die ambitie: gaat SPWKN voor een zeven of een tien?

“Iedereen wil uiteraard een tien, maar op het moment dat je voor het hoogst haalbare gaat, betaal je de hoofdprijs. De vraag die we ons telkens stellen is of de marginale kosten opwegen tegen de marginale opbrengsten. Onze uitvoeringskosten lagen in 2016 net onder de 100 euro per participant per jaar. Daarmee zitten we bij de top tien à vijftien procent van in omvang vergelijkbare fondsen. Bij die lage uitvoeringskosten bieden we een prima servicelevel. Maar het is echt allemaal geen tien hoor – bewust niet. En dat is in het belang van de deelnemer. Een mooi voorbeeld is hoe wij onze communicatietools inzetten. Tools die ons niet de kop kosten, die je vanuit klantperspectief het liefst ‘met de ellebogen’ kunt bedienen, binnen een kwartier te begrijpen zijn en waar iets van een cyclus – een soort pensioen-APK – in zit. Deelnemers willen het goed snappen, maar voor de meesten is dat echt niet tot op het allerdiepste niveau.
We zijn als fonds eerlijk gezegd wat minder geïnteresseerd in alle achterliggende psychologische processen van de deelnemer. Het gaat ons erom dat we bereiken wat we willen, namelijk dat onze deelnemers in staat zijn een goede persoonlijke financiële planning op te stellen met als startpunt een goed inzicht in hun pensioensituatie. Wanneer de verwachtingen van de deelnemers over hun pensioen realistisch zijn, kunnen ze zo nodig nog tijdig financiële maatregelen nemen.”

Zijn de deelnemers gebaat bij nog meer wetten en regels, denkt u?

“Ik vind het uitstekend dat er instanties zijn die daar voortdurend goed over nadenken en voorschriften uitvaardigen. Veel pensioenzaken gaan immers het gezonde verstand te boven en een goede risicobeheersing voor pensioenfondsen is key, je werkt immers met het geld van anderen. De eerste reactie op de stijgende regeldruk is vaak dat je van alles moet en je autonomie daarom zo nu en dan in het geding lijkt te komen. Maar zonder die regels en een goed functionerend toezicht op de naleving daarvan waren wij als fonds echt niet zover gekomen als nu. Prima dat er instanties zijn die je verder opjutten het goed te doen en daar verantwoording over af te leggen. Anderzijds zie ook ik dat het aantal bepalingen en checklists uit de hand dreigt te lopen, met alle daarbij behorende kostenconsequenties voor pensioenfondsen. We moeten niet doorschieten en ervoor waken het kind niet met het badwater weg te gooien. Ook hier gaat het weer om het vinden van de juiste balans. Ik kan je een handboek ‘Hoe word ik een topbestuurder’ geven, maar het is de vraag of je succes oogst met een karrevracht aan do’s and don’ts. Zoiets vraagt ook eigen inzicht, eigen sturing. De pensioenwereld biedt naar mijn idee onvoldoende gezond en gefundeerd tegenwicht tegen de toenemende regeldruk. Begrijpelijk misschien: op het moment dat je kritiek uit, sta je in de spotlights. Ook hier is de dialoog binnen de sector, met de politiek en met de toezichthouder van cruciaal belang. Als je een goede relatie wilt, moet je voortdurend met elkaar in gesprek. Moet je de ruimte hebben om te zeggen: ik begrijp je, maar toch willen we het graag net iets anders doen omdat de toegevoegde waarde er niet meer is of niet opweegt tegen de kosten.”

Dat kan de toezichthouder alleen maar toejuichen, toch? Zij wil primair het zelfkritische vermogen en de proactieve attitude van financiële instanties stimuleren.

“Zeker, maar het gaat eigenlijk niet eens zozeer om de toezichthouder. Het is aan ons om onze eigen missie, visie en doelstellingen te realiseren en aan niemand anders. Het gaat erom dat je als fonds terdege beseft dat je met het geld van anderen werkt, dat vertrouwen iets breekbaars is en dat je je organisatie aantoonbaar op orde moet hebben. Onze stelling is dat je dat niet redt met enkel en alleen regels en checklists. Natuurlijk heb je er een aantal nodig, maar belangrijker is dat je je werk met een bepaalde bevlogenheid doet om uiteindelijk het vertrouwen van de deelnemer te verdienen. Dat is de uitdaging.”

Helpen die checklists en veranderingen, of vormen ze een obstakel?

“Begrijp me goed: toezicht en regelgeving zijn prima, zonder wrijving geen glans. Maar je moet daar samen in alle redelijkheid over kunnen praten en dat is niet altijd het geval. Zo hebben wij sinds tien jaar een visitatiecommissie, een intern toezichtsorgaan dat je – toen nog eens per drie jaar – inschakelt, dat je de maat neemt en adviezen geeft. Na de eerste visitatieronde voelde dat gelijk al wat raar aan. Eens in de drie jaar vonden we al te weinig om überhaupt een relatie tot stand te kunnen brengen. We hebben de visitatiefrequentie op eigen initiatief gelijk al opgekrikt naar een jaarlijkse, waarbij we elkaar tussentijds vaak ook nog een of twee keer treffen – dit om te kunnen klankborden over zaken die er spelen. Zaken als de inrichting van het generieke risicomanagement, het bestuursmodel of de toekomst van het fonds. Wat het intern toezicht betreft, bewegen wij ons dus al een aantal jaren richting een semipermanent iets tussen een visitatiecommissie en een raad van toezicht. En dat bevalt prima. Inmiddels ziet de wetgever de visitatiecommissie graag vervangen worden door een raad van toezicht. Dan denken wij: onze aanpak is daar eigenlijk al helemaal op geënt, zij het dat dat laatste stapje niet geformaliseerd is. Nu komt er een nieuwe verzamelwet pensioenen die fondsen met een beheerd vermogen van meer dan een miljard verplicht een raad van toezicht aan te stellen. Daarmee krijg je in één keer een orgaan erbij dat zeggenschap heeft, dat graag bij bestuursvergaderingen, commissievergaderingen en themadagen aanwezig wil zijn. Dat kost veel extra tijd en geld en voegt wat ons betreft weinig extra’s toe. En alles wat je aan dit soort verplichte zaken uitgeeft, gaat niet naar de deelnemer.”

Hoe lastig is het voor een pensioenfonds om je kostenniveau te handhaven in deze tijd?

“Dat is bijna ondoenlijk. Ons fonds is een zelfadministrerend fonds. Wij hebben de laatste jaren gestaag gewerkt aan een efficiënte pensioenadministratie en afscheid genomen van bijna alle uitzonderingen in de regeling. Daarbij hebben we de kosten ondanks de toegenomen regeldruk minimaal weten te houden. Qua efficiency is er in onze pensioenuitvoering eigenlijk niets meer te winnen. Maar als de regeldruk en de kwaliteitseisen blijven toenemen en je compliant wilt zijn en blijven, gaat je dat toch het nodige kosten. De governancekosten – denk aan de verplichte aanstelling van een raad van toezicht – en de kosten van het inhuren van extra externe expertise en het verder inregelen van informatiesystemen zullen alleen maar toenemen. Mogelijkheden om aan de uitvoeringskant nog besparingen te vinden zijn er eigenlijk niet meer. De totale vermogensbeheerkosten van het fonds bedroegen vorig jaar 0,46% van het gemiddeld belegd vermogen. Ook daarmee scoren we in de benchmarks goed, maar wellicht valt daar nog iets aan besparingen te vinden. Intensiever samenwerken met andere fondsen is een andere mogelijkheid. In de praktijk valt dat tot nu toe tegen, maar wellicht moeten we daar met z’n allen toch nog wat meer ons best doen.”

Kan het bestuur van SPWKN de groeiende deskundigheidseisen bijbenen?

“Onze bestuurders zijn uitstekend gekwalificeerd, besteden veel tijd aan hun bestuurswerk en bezetten stuk voor stuk sterke posities binnen Wolters Kluwer. Ze vinden SPWKN een interessante organisatie en zien dat er op basis van gelijkwaardigheid veel bereikt wordt. Maar als de deskundigheidslat hoger en hoger komt te liggen, zijn we genoodzaakt stapsgewijs meer externe expertise in te huren. Overigens doen we al zaken met prima adviseurs, waaronder een externe risicomanager en een compliance-adviseur van Deloitte. Van de compliance-kant krijgen wij ieder kwartaal een overzicht van wat wijzigt aan wet- en regelgeving. Gevolgd door een gesprek over hoe we die wetgeving moeten duiden en welke maatregelen passend zijn. Nogmaals, ik vind het goed dat alle pensioenfondsen door hetzelfde poortje moeten. Dat houdt je scherp. Voor jezelf moet je echter de grens zien te vinden tussen goed genoeg en perfect. We hoeven niet zo nodig de laatste twee of drie procent van ieder probleem op te lossen. Natuurlijk behoor je als fonds 100% compliant te zijn, daar zijn geen gradaties in. Maar streven naar perfectie brengt je niet altijd dichter bij je doel, het is alleen maar heel duur. Mits verantwoord, doen we de dingen hier liever ongeveer goed dan precies verkeerd.”

Hoe ziet u de toekomst van SPWKN?

“Dat is een goede vraag waar niet alleen wij, maar eigenlijk ieder ondernemingspensioenfonds mee worstelt. Het afgelopen halfjaar is door het bestuur samen met onze adviserend actuaris Sprenkels & Verschuren een hernieuwde studie naar de toekomst van het fonds uitgevoerd. In die studie zijn vanuit een SWOT-analyse scenario’s in kaart gebracht die het bestaansrecht van het fonds in een ander daglicht zouden kunnen plaatsen. Dat scenario-denken is vanuit een viertal dimensies aangevlogen: het pensioenfonds, de pensioenovereenkomst, de uitvoeringsovereenkomst en het pensioenreglement. De risico’s en consequenties van de op deze manier gebundelde scenario’s zijn in kaart gebracht en onderzocht is welke mitigerende maatregelen zouden kunnen worden genomen. Als de maatregelen niet tot het gewenste effect leiden, wordt het bestaansrecht van het fonds ingeperkt. In die situatie kunnen we namelijk niet meer voldoen aan het uitgangspunt ‘SPWKN is het beste alternatief in het belang van de participanten’ en zullen we de pensioenaanspraken en -rechten overdragen naar een alternatieve pensioenuitvoerder. Alle alternatieve pensioenuitvoerders zijn in kaart gebracht en de voor- en nadelen ten opzichte van de huidige setting zijn beoordeeld op basis van een aantal selectiecriteria.
Vooralsnog luidt de conclusie dat het pensioenfonds stevig in het zadel zit en er op dit moment geen beter alternatief is. Dit vanuit het oogpunt van pensioenresultaat, servicelevel, risicohouding van alle stakeholders, kosten en risicobeheersing. SPWKN heeft een mooie regeling: een DB-middelloonregeling met een maximale fiscale opbouw van 1,875% bij een pensioenrichtleeftijd van 67 jaar. Mocht in 2020 het nieuwe pensioencontract richting DC gaan, of mochten de sociale partners naar individuele pensioenpotjes willen, dan krijg je een heel andere regeling, met een heel andere pensioenuitvoering en beheersing. Met 800 actieven in je bestand moet je dan wellicht denken aan gehele of gedeeltelijke outsourcing. Maar let wel, een weg terug is er niet. Het moet dus een weloverwogen en goed getimed bestuursbesluit zijn. Er staat hier 1,1 miljard en we willen dat dat uiteindelijk goed bij onze deelnemers komt. Dat stelt ons voor een grote verantwoordelijkheid.”

Pensioen Magazine

Dit artikel is geplaatst in het Pensioen magazine, het kwartaalmagazine van Deloitte over actuariële, financiële, juridische, fiscale en verzekeringsaspecten van pensioen.

Vond u dit nuttig?