Opnemen bedrag ineens: impact van het transitiemoment voor pensioenfondsen

Article

Opnemen bedrag ineens: impact van het transitiemoment voor pensioenfondsen

Binnenkort krijgen deelnemers in pensioenregelingen de optie om bij pensionering maximaal 10% van hun ouderdomspensioen als bedrag ineens op te nemen. In dit artikel wordt ingegaan op de verschillen in de toepassing van het bedrag ineens vóór en na de transitiedatum van het pensioenfonds, zoals bepaling van de omzettingsfactor, impact op de dekkingsgraad en berekening van het bedrag na transitie.

Bedrag ineens

Deelnemers in pensioenregelingen krijgen binnenkort de mogelijkheid om bij pensionering maximaal 10% van de waarde van hun ouderdomspensioen op te nemen als bedrag ineens. Deze keuzemogelijkheid vergroot de vrijheid van deelnemers bij het benutten van hun pensioen en stelt hen in staat om hun pensioen beter af te stemmen op hun persoonlijke situatie.

Het gaat hierbij om een maximum van 10% van het opgebouwde kapitaal, maar het is ook mogelijk om een kleiner percentage op te nemen, zoals 5%. Dit is alleen mogelijk bij ingang van het ouderdomspensioen maar kan onder voorwaarden uitgesteld worden uitgekeerd. Het partnerpensioen en wezenpensioen vallen niet onder deze regeling. Daarnaast is er een voorwaarde dat het resterende levenslange ouderdomspensioen na het opnemen van 10% meer moet zijn dan de afkoopgrens van het klein pensioen.

Vanuit het perspectief van een pensioenfonds en pensioenuitvoerder is er een significant verschil in de toepassing van het bedrag ineens vóór of na de transitiedatum van het fonds onder de onlangs aangenomen Wet toekomst pensioenen. Voor de transitiedatum moet het pensioenfonds het kapitaal bepalen vanuit de huidige aanspraak van de deelnemer terwijl dit na de transitie direct kan worden bepaald vanuit het eigen pensioenpotje van de deelnemer. In dit artikel wordt ingegaan op een aantal aspecten rond het bedrag ineens voor en na het transitiemoment waaronder het bepalen van de omzettingsfactor, effecten op de dekkingsgraad, en het bepalen van het bedrag uit de vastgestelde pensioenpot na transitie.

Bedrag ineens

Bedrag ineens vóór het transitiemoment

Met de onlangs door de Eerste Kamer aangenomen Wet toekomst pensioenen hebben pensioenfondsen tot 1 januari 2028 de tijd om de transitie richting het nieuwe stelsel te maken. Met deze transitie kunnen de gegarandeerde aanspraken worden omgezet naar persoonlijke pensioenpotjes voor deelnemers middels het zogeheten invaren. Naar verwachting zal de inwerkingtredingsdatum van het bedrag ineens op 1 januari 2024 plaatsvinden. Omdat geen enkel pensioenfonds voor deze datum de transitie maakt naar het nieuwe stelsel zal er voor alle fondsen een overbruggingsperiode zijn waaruit het bedrag ineens uit de aanspraken bepaald moeten worden en nog niet uit het persoonlijke pensioenpotje.

Bij de uitkering van een bedrag ineens vóór het transitiemoment zet een pensioenfonds het bedrag vanuit de aanspraak om in een kapitaal via actuariële factoren. De wet schrijft voor dat pensioenfondsen de grondslagen bepalen voor de contante waarde berekening van pensioenaanspraken. Dit betekent dat het bestuur van een pensioenfonds zelf kan beslissen welke tarieven zij gebruiken bij het bepalen van de actuariële factoren voor de berekening van het bedrag ineens. Keuzemogelijkheden voor het vaststellen van de actuariële factoren zijn onder andere de gehanteerde rentevoet (RTS of een vaste rekenrente) en de keuze voor overlevingsgrondslagen. Een verschil in grondslagen kan resulteren in een hoger bedrag ineens voor deelnemers bij het ene pensioenfonds in vergelijking met het andere fonds.

Maar ook bij het variëren van rente is het mogelijk dat het mogelijke bedrag ineens op te nemen voor een deelnemer varieert over tijd. Bij het opnemen van een bedrag uit het pensioenkapitaal is het essentieel om de uitlegbaarheid richting de deelnemers te waarborgen. Daarom is het verstandig dat vastgestelde actuariële factoren enige stabiliteit behouden, zodat deelnemers in vergelijkbare omstandigheden, maar met verschillende ingangsdata, gelijke bedragen ontvangen. Om consistentie te waarborgen, kunnen fondsen bij het bepalen van het bedrag ineens aansluiten bij andere afkoop gerelateerde factoren, zoals de afkoop van kleine pensioenen.

De wet schrijft voor dat bij de bepaling van het bedrag ineens geen rekening wordt gehouden met de dekkingsgraad van het pensioenfonds. Dit betekent dat anders dan bij een waardeoverdracht er geen belemmering is wanneer de dekkingsgraad van het fonds te laag is. De opname van het bedrag ineens zal altijd gebaseerd zijn op een 100% waarde van het ouderdomspensioen waarmee de bepaling van het bedrag ineens
onafhankelijk is van de actuele dekkingsgraad van het fonds. Dit heeft als gevolg voor het fonds dat bij een dekkingsgraad onder de 100% er meer wordt uitgekeerd dan het aanwezige vermogen, terwijl bij een dekkingsgraad boven de 100% juist minder wordt uitgekeerd. Naarmate meer deelnemers kiezen voor het bedrag ineens, zal dit de dekkingsgraad verder beïnvloeden. Het is daarom belangrijk om een goed begrip te hebben van de populatie en een inschatting te maken van het aantal mensen dat gebruik zal maken van de regeling.

Bedrag ineens na het transitiemoment

Ook na het invaarmoment wanneer individuele pensioenpotjes voor de deelnemers zijn gecreëerd, zijn er aspecten waar het pensioenfonds rekening mee moet houden om het bedrag ineens vast te stellen. De wet spreekt na het transitiemoment over 10% van de waarde van het beschikbare gespaarde vermogen waarbij dus gekeken wordt naar het ingevaren kapitaal dat voor het ouderdomspensioen bedoeld is. Vaak wordt dit kapitaal echter opgebouwd uit twee onderdelen, het ouderdomspensioen en het partnerpensioen wat bedoeld is voor de partner bij overlijden na de pensioendatum.

Voor premieovereenkomsten zijn er drie mogelijke manieren om de maximale hoogte van het bedrag ineens te bepalen. Ten eerste kan het bedrag ineens uit het totale kapitaal gefinancierd worden, maar dit houdt ook in dat een deel van het vermogen voor partnerpensioen wordt afgekocht. Dit lijkt helder uitlegbaar te zijn in de communicatie richting de deelnemer en heeft als bijkomend voordeel dat de verhouding tussen het ouderdomspensioen en het partnerpensioen gelijk blijft. Tegelijkertijd is in deze situatie wel instemming van de partner vereist zijn omdat financiering ook uit het partnerpensioen komt. Ten tweede kan het kapitaal worden gesplitst worden bijgehouden in delen bestemd voor ouderdomspensioen en partnerpensioen. Dit zou in theorie ook de meest zuivere methode zijn waarbij het bedrag ineens gelinkt wordt aan het deel voor ouderdomspensioen. Deze oplossing lijkt uitvoeringstechnisch wel uitdagend aangezien er twee componenten actief bijgehouden worden. Doordat de verhouding ouderdomspensioen en het partnerpensioen in deze situatie wijzigt bij opname van het bedrag ineens kan dit ook uitdagingen met zich meebrengen voor de voortzetting van het variabel pensioen. Ten derde kan het totale kapitaal bij opname van het bedrag ineens eerst worden omgezet naar ouderdomspensioen en partnerpensioen, waarna vervolgens maximaal 10% van het ouderdomspensioen kan worden afgekocht. Hierbij wordt gebruik gemaakt van omzettingsfactoren waardoor de afkoop echter afhankelijk is van de grondslagen van een pensioenuitvoerder.

Zorgvuldige uitwerking

De mogelijkheid voor deelnemers om tot 10% van hun ouderdomspensioen als bedrag ineens op te nemen, biedt hen meer vrijheid en flexibiliteit bij het benutten van hun pensioen. Echter, zowel vóór als na het transitiemoment zijn er verschillende aspecten waar rekening mee moet worden gehouden. Een zorgvuldige uitwerking van deze regeling is essentieel. Vanwege de complexiteit en uitvoerbaarheid van dit onderwerp hebben pensioenfondsen aangegeven dat dit onderdeel van het nieuwe wetsvoorstel bij voorkeur pas plaatsvindt na de transitie van het fonds. Wanneer dit niet mogelijk blijkt, hebben fondsen sterk de voorkeur voor een inwerkingtreding van de deze wet vanaf 1 juli 2024 zodat er voldoende tijd beschikbaar is om deze regeling uit te werken.

Dit artikel is geschreven door Timo Broeren

Did you find this useful?