Pensioen is voor iedereen, jong en oud

Article

Pensioen is voor iedereen, jong en oud

Pensioen Magazine Q2 2018

Nederland heeft een van de mooiste pensioenstelsels in de wereld, maar het moet wel worden aangepast aan de tijd, vindt Semih Eski, voorzitter van ’s lands enige onafhankelijke jongerenvakbond CNV Jongeren. En dat betekent onder meer werken aan een inclusieve arbeidsmarkt – waar iedereen collectief kan sparen voor zijn oude dag – en meer jongeren op de stoel van bestuurder. Hoewel de vakbond óók de belangen van anderen en ouderen in ogenschouw wil nemen, want een generatieconflict, daar is men niet op uit. Hoe is CNV Jongeren binnen het thema jongeren en pensioen actief? En hoe ziet zij de toekomst van het pensioenstelsel? Gesprek met een bevlogen belangenbehartiger die desondanks consequent de dialoog zoekt.

Wilt u magazine Pensioen in uw mailbox / brievenbus ontvangen? Laat hier uw gegevens achter.

Hoe omschrijft u de kracht van CNV Jongeren?

Wij zijn een club van denkers en doeners. Enerzijds zetten we duidelijk in op verandering, vernieuwing en beleid, en vragen we via een krachtige lobby aandacht voor onze standpunten inzake onderwerpen als een inclusieve arbeidsmarkt, de aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt, pensioenen en flexcontracten. Anderzijds hebben we ook een projectorganisatie waarmee we onze ideeën handen en voeten geven. Waar we dingen heel concreet oppakken. Zeggen wat je vindt en doen wat je zegt, dat is onze richtlijn. Als we vinden dat er meer jongeren in pensioenfondsbesturen moeten plaatsnemen – en dat vinden we –, dan richten we daar ook activiteiten voor in. Vaak samen met andere organisaties. Via PensioenLab, een gezamenlijk initiatief van FNV-Jong, CNV Jongeren en VCP Young Professionals, willen we vooral vernieuwen met ideeën over hoe het anders en beter kan. Op onze Academy, voorheen Kweekvijver, worden jongeren opgeleid, begeleid en geënthousiasmeerd om in de toekomst de bestuursrol op zich te nemen. Ik ben blij dat er in de sector steeds meer aandacht komt voor deze vernieuwing.

In hoeverre leeft de toekomst van ons pensioenstelsel onder jongeren?

Pensioen is voor jonge mensen doorgaans een ver-van-mijn-bedshow. Het wacht aan het einde van een lange loopbaan, terwijl zij nog maar aan het begin staan. Dat is een positie die heel andere vragen en uitdagingen met zich meebrengt: het vinden van een leuke baan, het kopen van een huis, het stichten van een gezin. Je inkomen voor later krijgt in dat lijstje lage prioriteit. Niettemin is het belangrijk dat jongeren zich met het thema bezig houden. Allereerst op individueel niveau, want je kunt de klok straks niet meer terugzetten. Heb je geen pensioen opgebouwd, dan kun je dat niet meer ongedaan maken of compenseren. Maar aandacht voor pensioen is ook op stelselniveau belangrijk: daar worden tenslotte keuzes gemaakt die mede van invloed zijn op jongeren. Als je met jongeren praat, merk je dat het pensioenbewustzijn over het algemeen laag is. De kunst is om het concreet te maken, bijvoorbeeld dat je een dag in de week voor je oudedagsvoorziening werkt. Dan gaat het tot de verbeelding spreken en gaan ze het belang van deze arbeidsvoorwaarde zien.

Hoe is CNV Jongeren bezig het bewustzijn onder jongeren te vergroten?

We geven voorlichting op de werkvloeren van bedrijven en organiseren stoomcursussen, een soort pensioen-ABC, voor de achterban. In onze werkgroep Pensioen zitten acht jongeren die maandelijks bijeenkomen om zich te buigen over pensioenvraagstukken. En binnenkort houden we hier in huis een zogeheten Pensionsim, een pensioensimulatiespel waarbij de deelnemers de boardroom van een pensioenfondsbestuur nabootsen. Ze maken bepaalde keuzes en zien vervolgens welke consequenties dat met zich meebrengt. Kruip in de huid van een pensioenfondsbestuurder, luidt de opdracht. Een opdracht die ze spelenderwijs, met gebruik van iPads en groot scherm, vervullen. Ook op deze manier proberen we enthousiasme voor het thema te triggeren.

Op welke manier zet uw organisatie zich in voor de toekomst van het pensioenstelsel?

De organisatie neemt standpunten in en neemt deel aan het debat over pensioen. Aan de verschillende overlegtafels komen we op voor de belangen van jongeren en creëren we begrip voor onze positie bij de beslissers in de sector. Ik spreek op verschillende bijeenkomsten en geef interviews. En als je over dit thema spreekt, heb je het nogal eens over generaties. De stem van jongeren moet in de discussie goed gehoord worden, en dat is nog te weinig het geval. Dan bedoel ik niet dat jongeren meer de confrontatie met ouderen moeten zoeken. Ik bepleit geen tegenstelling tussen generaties, maar generatieconsensus. Pensioen moet generaties niet uit elkaar drijven, maar juist bij elkaar brengen. Ik kom geen jongeren tegen die willen dat hun opa of oma er financieel op achteruitgaat na pensionering. Evengoed spreek ik geen pensionado’s die hun kleinkinderen een goed pensioen misgunnen. Waar ik me in de macrodiscussie voor inzet is dat er evenwichtige keuzes worden gemaakt die voor jong én voor oud positief uitpakken.

Is dat wel mogelijk, gezien de tegengestelde belangen?

Dat denk ik wel. Tegengestelde belangen betekent niet dat je er samen niet kunt uitkomen. Het betekent wel dat je goed naar elkaar moet luisteren. Hoe kunnen we vanuit een deelbelang naar een gedeeld belang toewerken? CNV Jongeren is een van de initiatiefnemers van het jong-oud pensioenplatform. In dit platform zitten we met ouderen- en gepensioneerdenorganisaties en de drie genoemde jongerenorganisaties om de tafel. En daarbij staat niet het debat, maar de dialoog centraal. De crux is dat er vooral naar elkaar wordt geluisterd en dat begrip voor elkaars standpunten een gedeelde doelstelling is.

Mijn vraag is ook: wat moet er stelselmatig veranderen om die generatieconsensus te bereiken? Welke aspecten van het huidige pensioenstelsel zijn volgens u aan vernieuwing toe?

Wat ik vooral belangrijk vind is dat ons stelsel solidair en collectief is, en verplicht voor iedereen. Wat een steeds groter probleem wordt, is dat er steeds meer mensen buiten de boot vallen. Denk vooral aan zzp’ers. Dat zet de solidariteit op scherp. We moeten het daarom niet alleen over leeftijdsgroepen hebben in de pensioendiscussie, maar ook en vooral of iedereen wel meedoet. Uitval is niet goed voor het individu, maar evenmin voor de samenleving als geheel. Want we kunnen ons stelsel alleen goed houden als iedereen er deel van uitmaakt. Ik spreek geregeld zzp’ers die geen pensioen opbouwen. Ze doen niet mee aan het systeem en vallen straks financieel terug. Zonder de mogelijkheid om het nog eens over te doen. Het gaat dus niet zozeer om jong en oud. Meedoen of niet meedoen, that’s the question. Natuurlijk zijn er deelthema’s waarover verschillende generaties verschillend denken. Neem het aanpassen van de rekenrente. Daarvan zeggen wij: zorg dat je op dit vlak structurele verbetering aanbrengt, en geen incidentele. CPB en Raad van State zijn kritisch over aanpassing van de rekenrente, want in principe creëer je niet meer geld in de pot maar bewerkstellig je een andere verdeling ervan. Ik snap heel goed dat dit voor ouderen een emotievol debat is – ze zijn boos dat er jarenlang niet wordt geïndexeerd – maar we moeten evengoed het feit appreciëren dat we straks met een generatie zitten die minder pensioen heeft. En toch, de verschillen van opvatting onder jong en oud zijn minder groot dan vaak lijkt. Nogmaals, het gaat om generatieconsensus. Een goed stelsel is tenslotte in ieders belang. Emoties zijn begrijpelijk, maar het komt erop aan die keuzes te maken die duurzaam en toekomstbestendig zijn. Daar moet de sector de tijd voor nemen. Al te snelle beslissingen komen straks als een boemerang op je terug.

Een substantieel element van het huidige stelsel is dat de generaties solidair zijn met elkaar. Door veranderingen in de demografie en de arbeidsmarkt staat die solidariteit inmiddels behoorlijk onder druk.

Ja, tegelijk is solidariteit een van die sterke elementen van het stelsel die behouden moeten blijven. Solidariteit, daar profiteren we allemaal van; jongeren, starters, veertigers, ouderen. Met elkaar risico’s delen moeten we vooral blijven doen. Elke stelselverandering moet een verbetering zijn. En daarom mag bijvoorbeeld de doorsneesystematiek verlaten worden. De veranderende arbeidsmarkt dwingt ons maatregelen te nemen die de generaties niet tegenover elkaar uitspelen. De verplichtstelling handhaven, is er een van. Iedereen die werkt, moet pensioen opbouwen. Dit voorkomt dat individuen of groepen buiten de boot vallen, en dat je straks als samenleving moet bijspringen. Zonder verplichtstelling heb je als zzp’er op de korte termijn voordeel, maar op de lange termijn een gat in je portemonnee. Verplichtstelling hangt sterk samen met solidariteit en collectiviteit; drie sterke pilaren van ons pensioenstelsel die je eigenlijk niet uit elkaar kunt halen.

Hoe bereiken we een nieuwe vorm van solidariteit en hoe zou deze in de toekomst vorm moeten krijgen?

Door ons te richten op wat ik ‘Triple E’ noem: Eerlijkheid, Evenwicht en Eenvoud. Precies wat wij als CNV Jongeren belijden en doen. In Nederland wordt de flexibilisering afgewenteld op de werkenden en zijn we aan het concurreren op loonkosten. Ik zeg: dat moeten we niet willen. Een manier om de doorgeschoten flexibilisering op te lossen is om voor iedereen een fatsoenlijke pensioenopbouw mogelijk te maken. Dat noemen wij eerlijk: als alle mensen pensioen opbouwen. Daarmee wordt de ‘lekkende onderkant’ van onze arbeidsmarkt dichtgetimmerd. De kracht van het Nederlandse pensioenstelsel is dat we met elkaar risico’s delen en dat we dat verplicht doen. Toch zijn aanpassingen aan de tijd nodig. De arbeidsflexibiliteit terugschroeven. Het systeem betaalbaar houden voor straks. Werken aan meer vertrouwen. Maar het verhogen van de rekenrente is bijvoorbeeld geen oplossing. Bij een hogere rente kun je weliswaar nu meer uitkeren, maar dat resulteert mogelijk in toekomstige tekorten. Het is geen structurele maatregel. Het sleutelwoord hier is evenwicht: laten we keuzes maken die goed zijn voor jong en oud. Zonder generaties tegen elkaar uit te spelen.

Blijft over: eenvoud.

Door eenvoud te creëren en helder te informeren en communiceren over pensioen en het stelsel, kan de sector bijdragen aan het herstel van vertrouwen. Het zou in het onderwijs moeten beginnen, met uitleg over de arbeidsmarkt en vakken als financiële educatie: wat is pensioen, waarom is het belangrijk, hoe bouw je het op, hoe het zit tussen werkgever en werknemer, enzovoort. Ik zou graag zien dat Nederland hierin investeert. De communicatie naar deelnemers hoeft overigens niet heel diep te gaan; je gaat een autobezitter ook niet uitleggen hoe het allemaal onder de motorkap werkt. Keep it simple. Als mensen er maar wat meer gevoel bij krijgen en de materie op hoofdlijnen snappen. De sector is daar al mee bezig. Dat laat zien dat pensioencommunicatie als belangrijk wordt ervaren. Ook het wegnemen van bepaalde fabels hoort daarbij. Ik noem de fabel dat individueel sparen meer oplevert dan collectief sparen in een pensioenfonds. Niet waar, dus. Of dat er straks ‘niets meer in de pot’ zit. Als ik jongeren dit hoor zeggen, maak ik me zorgen. Het is niet alleen een misvatting, maar het ondermijnt ook nog eens het vertrouwen in de pensioensector en in de toekomst. We hebben in de basis een uitstekend pensioenstelsel waar we internationaal om bekend staan. Waarom zouden we het kind met het badwater weggooien? Een paar aanpassingen volstaan.

Is de introductie van meer keuzevrijheid zo’n aanpassing?

Keuzevrijheid is een populair begrip tegenwoordig, maar je moet het niet te ver doordrijven. De mensen zeggen wel keuzevrijheid te willen, maar feitelijk kiezen is een ander verhaal. Kiezen is heel moeilijk. Ik zie veel jonge mensen worstelen met keuzestress, bijvoorbeeld als het gaat om een opleiding. Ik weet niet of we zo blij worden als we ons eigen pensioenkeuzes moeten maken. Op z’n minst vraagt dat de aanwezigheid van goede defaults.

Toch maar liever mensen tegen zichzelf in bescherming nemen?

We zijn in Nederland bezig de voorzieningen van de verzorgingsstaat in rap tempo uit te hollen. Het zou zo jammer zijn als we over een tijdje moeten constateren dat we mensen weer meer tegen zichzelf moeten beschermen. En dat we die voorzieningen weer moeten opbouwen. Daarom zeg ik: bied mensen meer zekerheid. Een sterke tweede pijler, daar staat CNV Jongeren voor. De overheid heeft afgelopen jaren een terugtrekkende beweging gemaakt. ‘Wij waren er voor je, nu ben je meer op jezelf aangewezen’, geldt het in de participatiemaatschappij. Voor jongeren resulteert dit in een optelsom van onzekerheden. Als je wilt studeren, moet je geld lenen en zit je straks met een studieschuld. Op de arbeidsmarkt is een vast contract eerder de uitzondering dan de norm. Wil je een woning kopen, dan kom je met een tijdelijk contract niet ver – als er überhaupt al een woning te vinden is in de overspannen markt. Pensioen komt steeds verder weg te liggen en wordt steeds ongewisser. Tel al die dingen op, en dan is het voor de jonge generatie heel erg moeilijk. Wij willen ze dan ook vooral toekomstperspectief en zekerheid geven. Bestaanszekerheid is de basis om in je leven te kunnen bouwen en mooie dingen te kunnen doen.

Wat is het belangrijkste advies van CNV Jongeren voor de toekomst van het pensioenstelsel?

We moeten rekening houden met de belangen van jongeren. De betaalbaarheid van het pensioenstelsel mag niet eenzijdig op het bordje van jongeren komen. Laten we dus keuzes maken die jongeren-proof zijn, maar die tegelijk acceptabel zijn voor andere cohorten. Anders, ik zei het al, krijg je het als een boemerang terug. Of dat gaat lukken? Ik ben van nature een optimistisch mens. Ik heb vertrouwen in de toekomst.

Pensioen Magazine

Dit artikel is geplaatst in het Pensioen magazine, het kwartaalmagazine van Deloitte over actuariële, financiële, juridische, fiscale en verzekeringsaspecten van pensioen.

Vond u dit nuttig?