Sociale partners spelen hoog spel met het pensioenakkoord

Article

Sociale partners spelen hoog spel met het pensioenakkoord

Pensioen Magazine Q3 2018

Naarmate een akkoord tussen de sociale partners te weinig ambitieus is en/of niet breder in de sector wordt gedragen, hoe waarschijnlijker het is dat de politiek ingrijptin de huidige uitkeringsregeling.

Wilt u magazine Pensioen in uw mailbox / brievenbus ontvangen? Laat hier uw gegevens achter.

Werkgevers en werknemers houden vast aan de uitkeringsregeling. Dit maakt een politieke confrontatie niet onwaarschijnlijk. Met ingrijpen in de verplicht gestelde markt erodeerd de dominante positie van vakbonden en pensioenfondsen. Bovendien moeten deelnemers zich verlaten op een weinig transparante markt van commerciële aanbieders met winstoogmerk.

Om niet meer druk te zetten op politiek ingrijpen doet de pensioensector er verstandig aan in de randen van het huidige pensioencontract meer individuele keuzes te faciliteren. Om diezelfde reden moeten pensioenfondsen en -uitvoerders een been bijtrekken in de manier waarop zij met deelnemers omgaan. Waar deelnemers een bedieningservaring verwachten zoals bij Coolblue of Knab komen zij bij hun pensioenfonds nu van een koude kermis thuis.

Pensioen, september 2018

De uitgelekte plannen voor een pensioenakkoord zetten de schijnwerpers op de risico’s van vasthouden aan de uitkeringsregeling

Een minder snelle verhoging van de AOW-leeftijd, toch geen persoonlijke pensioenpotjes, wel een uitkeringsregeling maar dan zonder uitkeringsgarantie en afschaffing van de doorsneepremie. Dat zijn de opvallendste punten van het uitgelekte concept-pensioenakkoord. Een concept uitgedokterd door de onderhandelaars van werkgevers en werknemers, zonder tussenkomst van kroonleden van de SER. Het ledenparlement van de FNV is ook nog niet gehoord, laat staan akkoord.

Er kan dus nog van alles veranderen en dit concept is de zoveelste stap in een pensioenoverleg dat zich al vele jaren voortsleept. Minister Koolmees heeft nog niet gereageerd, maar meldde wel ‘te wachten op het definitieve SER-advies’. De SER heeft de afgelopen maanden belangrijke voortgang geboekt, streven lijkt om voor Prinsjesdag met een advies te komen. Wat staat ons te wachten?

Politieke confrontatie en verder verbeteren van het huidige pensioencontract niet onwaarschijnlijk

Naarmate een akkoord tussen de sociale partners te weinig ambitieus is en/of niet breder in de sector wordt gedragen, hoe waarschijnlijker het is dat de politiek ingrijpt in de huidige uitkeringsregeling. De gelekte plannen van de sociale partners komen bepaald niet overeen met de uitgangspunten van het regeerakkoord. Het is in een aantal opzichten zelfs een stap terug in de discussie, want in eerdere SER-voorstellen werd nog wél gemikt op een meer individuele invulling van ons pensioenstelsel, in de vorm van eenpersoonlijk pensioen. Bovendien ziet DNB weinig in een reëel contract.

Toch is niet gezegd dat de politiek ingrijpt. Het afschaffen van de doorsneepremie kan worden uitgelegd als een belangrijk succes voor de coalitie. Bovendien is het draagvlak voor grootschalige interventie beperkt, gezien de kleine meerderheid van de regeringscoalitie in de Tweede Kamer.

De politiek lijkt een nieuw pensioencontract niet af te kunnen dwingen. Het ligt eerder voor de hand om binnen de huidige uitkeringsregeling een meer individuele invulling mogelijk te maken en keuzemogelijkheden te verruimen.

Bij politiek ingrijpen boeten pensioenfondsen in aan betekenis en krijgen banken en verzekeraars nieuwe kansen

Mogelijkheden om keuzevrijheid te verruimen met behoud van de uitkeringsregeling zijn vooral gericht op verkleinen van de verplicht gestelde markt (zie afbeelding).

Verdere verlaging van de aftoppingsgrens. De aftopping verlagen tot bijvoorbeeld de bovengrens voor sociale voorzieningen (maximaal dagloon) op c.a. €55 duizend raakt 30- 35% van de actieve deelnemers in de tweede pijler. Hierdoor valt €5,4-7,2 miljard van de jaarlijkse pensioenpremie vrij.

  • Invoeren van een lumpsum-uitkering (in combinatie met een lagere pensioenuitkering). Naar verwachting wil meer dan helft van de deelnemers die met pensioen gaan gebruik van een eenmalige uitkering van 10% van de opgebouwde pensioenaanspraak. Hierdoor valt jaarlijks €1,4-2,3 miljard pensioenvermogen vrij
  • Toekennen van shoprecht. Net als bij een beschikbare premieregeling hebbendeelnemers dan de keuze waar de uitkering van hun pensioen onder te brengen. Daarmee ontstaat een “level playing field”. De impact is substantieel; jaarlijks moet er naar schatting besloten worden over €22,7 -23,7 miljard aan pensioenvermogen.

Als gevolg van deze maatregelen erodeert de dominante positie van pensioenfondsen en hun uitvoerders. Deelnemers worden voor de opbouw van hun oudedagsvoorziening minder afhankelijk van hun huidige aanbieder en banken en verzekeraars kijken dan ook reikhalzend uit naar de reactie van minister Koolmees.

Click to enlarge

Niet meer druk zetten op politiek ingrijpen vraagt om verruimen van keuzevrijheid in de randen van de uitkeringsregeling en een sprong voorwaarts in deelnemerbediening

Werkgevers en werknemers spelen hoog spel met het nieuwe pensioenakkoord. Politiek ingrijpen in de verplicht gestelde markt heeft belangrijke gevolgen voor de positie van pensioenfondsen en trekt een zware wissel op uitvoerders. De beperkte meerderheid van de coalitie lijkt vooralsnog het enige slot op de deur.

Het alternatief van een nieuw pensioencontact is een stuk minder bedreigend. Vakbonden, de pensioenfondsen en hun uitvoerders behouden in dat geval hun dominante positie. Bovendien hoeven deelnemers zich niet te verlaten op een weinig transparante markt van commerciële aanbieders met winstoogmerk.

Om het draagvlak voor de uitkeringsregeling te vergroten en niet meer druk te zetten op politiek ingrijpen doet de pensioensector er verstandig aan in de randen van het contract meer individuele keuzes te faciliteren. Om diezelfde reden moeten pensioenfondsen en -uitvoerders een been bijtrekken in de manier waarop zij met deelnemers omgaan. Waar deelnemers een bedieningservaring verwachten zoals bij Coolblue of Knab komen zij bij hun pensioenfonds nu van een koude kermis thuis.

Links- of rechtsom pensioenuitvoerders staan voor een transformatie uitdaging van formaat

De uitkomsten van het pensioendebat en de ontwikkeling van de pensioenwetgeving zijn uiterst onzeker. De onderliggende, lange termijn trend in de richting van meer individualisering is onmiskenbaar. Gedwongen door de politiek of op eigen initiatief moet de pensioensector een beweging maken van ‘de- fondsen-bepalen’ naar ‘iedere-deelnemer-kan-(deels-)zelfbeslissen’. Dat heeft grote gevolgen voor de bedrijfsvoering van pensioenuitvoerders. Pensioenuitvoerders moeten in hoog tempo nieuwe competenties ontwikkelen.

  • Individuele klantbediening – Eenzijdige one-size fits all deelnemercommunicatie moet plaats maken voor tweerichtingsverkeer en persoonlijke klantbediening. Daarnaast komt aanbieden van nieuwe keuzes met verantwoordelijkheid. Deelnemers moeten keuzes maken die passen bij hun persoonlijke doelstellingen en situatie. Pensioenfondsen krijgen te maken met zorgplicht.
  • Toekomstvaste pensioenadministratie – De afgelopen jaren zijn de pensioenbeheerkosten blijven steken rondom €95 per deelnemer. De belofte van schaalvoordelen is nog grotendeels in te lossen. Vernieuwing van verouderde en veelal zelf gebouwde administratieplatformen is nodig om nieuwe keuzes tijdig en tegen lage kosten in te kunnen regelen.
  • Retail vermogensbeheer – Het huidig aantal nettopensioen (beschikbare premieregeling) deelnemers is beperkt. Pensioenuitvoerders hebben daarom veelal een tijdelijke administratieve oplossing ingericht. Een lagere aftoppingsgrens en toename van nettopensioen deelnemers dwingt tot inrichten van een schaalbare “unit linked” administratie.
  • Individuele proposities en distributiekracht – Met het verkleinen van de verplicht gestelde markt komen pensioenfondsen voor strategische keuzes te staan. Kern is al dan niet breder oriënteren dan alleen op de tweede pijler. Binnen wettelijke kaders kunnen fondsen en uitvoerders hun individuele deelnemers bijstaan met advies en vermogensopbouwdiensten, wat voor hen onontgonnen terrein is. 

Pensioenakkoord of niet, politiek ingrijpen of niet, persoonlijke pensioenpotjes of niet, voortschrijdende individualisering zet grote druk op de relatie met deelnemers en geeft aanleiding tot materiele aanpassingen in de bedrijfsvoering van pensioenfondsen en -uitvoerders. De snelheid en doortastendheid waarmee deze partijen nieuwe competenties opbouwen zal doorslaggevend zijn voor hun succes.

Pensioen Magazine

Dit artikel is geplaatst in het Pensioen magazine, het kwartaalmagazine van Deloitte over actuariële, financiële, juridische, fiscale en verzekeringsaspecten van pensioen.

De auteurs danken Rik Schuppers (Senior Consultant, Strategy & Operations) en Pieter Workum (Junior Manager, Risk Advisory) voor hun bijdrage.

Vond u dit nuttig?