De uitkering van het AOW-kruimelpensioen is verleden tijd | Deloitte

Article

De uitkering van het AOW-kruimelpensioen is verleden tijd

Pensioen Magazine Q4 2017

Door een wijziging van de AOW via de Wet vereenvoudiging regelingen SVB is met ingang van 1 april 2015 het zogenoemde kruimelpensioen afgeschaft. Twee eisers waren het niet eens met deze afschaffing en hebben een zaak aanhangig gemaakt. Zij achtten de afschaffing van het kruimelpensioen in strijd met het verbod op eigendomsontneming als bedoeld in artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM. Op 27 juli 2017 oordeelde de Rechtbank Amsterdam echter dat de wetswijziging niet strijdig is met het Eerste Protocol EVRM.

Wilt u magazine Pensioen in uw mailbox / brievenbus ontvangen? Laat hier uw gegevens achter.

Steeds meer mensen met een kruimelpensioen

Iemand die op grond van de AOW korter dan één kalenderjaar verzekerd is geweest, heeft een kruimelpensioen: een pensioen met een zeer beperkte omvang. Het doel van de wijziging van de AOW was de wet- en regelgeving te vereenvoudigen. In het belang van meer doelmatigheid, een grotere inzichtelijkheid van de regelgeving en vermindering van de administratieve lasten en uitvoeringskosten is het kruimelpensioen in het voorjaar van 2015 afgeschaft. Door de toegenomen arbeidsmobiliteit kwam het namelijk steeds vaker voor dat mensen een kruimelpensioen opbouwden, wat een grote kostenpost werd voor de overheid.

Pensioen december 2017

Ontneming van eigendom

Iemand het recht op een uitkering ontnemen is een inbreuk op diens eigendomsrecht zoals gewaarborgd door artikel 1 van het Eerste Protocol. Deze inbreuk is echter geoorloofd indien zij bij wet is voorzien (1) en er een legitieme doelstelling (2) bestaat. Bovendien moet worden voldaan aan het proportionaliteitsvereiste (3).

Wettelijke grondslag en legitiem doel
De afschaffing van het kruimelpensioen is bij wet voorzien. Zij volgt immers direct uit het gewijzigde artikel van de AOW. Daarnaast is volgens vaste rechtspraak van het EHRM het beperken van de overheidsuitgaven een legitieme doelstelling. De Staat heeft een ruime beoordelingsmarge om te bepalen wat in het algemeen belang is bij de beperking van de overheidsuitgaven. Onder andere het veiligstellen van het stelsel van sociale zekerheid en het beschermen van de nationale economie behoren naar het oordeel van de rechtbank hiertoe.

Proportionaliteitsvereiste
Er moet een ‘fair balance’ zijn tussen het algemeen belang en het individuele belang. Om die reden dient altijd per geval en aan de hand van specifieke omstandigheden te worden beoordeeld of een betrokkene een buitensporige last moet dragen. Als een wetswijziging in een concreet geval een buitensporige last vormt, kan zij leiden tot een schending van artikel 1 van het Eerste Protocol EVRM.

Uitspraak Rechtbank Amsterdam

In bovengenoemde zaak hebben eisers een beroep gedaan op het proportionaliteitsvereiste. Zij hebben aangevoerd dat sprake is van een buitensporige last door de afschaffing van het kruimelpensioen. Er wordt inbreuk gemaakt op de primaire inkomstenbron en daarnaast zijn eisers vanwege hun leeftijd ook niet meer in staat te werken en ander inkomen te genereren. Ze hebben gesteld momenteel te moeten overleven door te bedelen. Verder zijn zij volledig afhankelijk van het ontvangen van giften van familie en kennissen. Ondanks dit betoog ging de rechter hier niet in mee. Een kruimelpensioen is geen uitkering die is bedoeld om als basisinkomen te fungeren; zij heeft een beperkte omvang en daarmee kan er geen sprake zijn van een buitensporige last. Er bestaat voldoende evenwicht tussen de eisen van het algemeen belang van de samenleving en de bescherming van de rechten van het individu. Dit maakt dat de afschaffing van het kruimelpensioen niet als disproportioneel kan worden beschouwd en daardoor kan niet tot de conclusie worden gekomen dat sprake is van eigendomsontneming.

‘Tientjeswerk’

Feit blijft dat het kruimelpensioen een zodanig beperkte omvang heeft, dat er weinig situaties denkbaar zijn waarbij geoordeeld kan worden dat de afschaffing van het kruimelpensioen een buitensporige last oplevert. Het gaat in principe altijd over een uitkering van slechts enkele tientallen euro’s bruto per maand en die uitkering is daarmee gering. Naar alle waarschijnlijkheid komt de uitkering van het AOW-kruimelpensioen – behoudens een mogelijk andere uitkomst in hoger beroep – dan ook niet meer terug.

Pensioen Magazine

Dit artikel is geplaatst in het Pensioen magazine, het kwartaalmagazine van Deloitte over actuariële, financiële, juridische, fiscale en verzekeringsaspecten van pensioen.

Vond u dit nuttig?