Voorwaarden wijziging pensioenregeling

Article

Voorwaarden wijziging pensioenregeling

Pensioen Magazine Q3 2018

Pensioenregelingen worden in het leven geroepen met het idee dat ze voor een lange tijd gelden. Doordat pensioenregelingen zo lang lopen, krijgen werkgevers en werknemers logischerwijze wel eens te maken met gebeurtenissen waardoor de regeling moet worden gewijzigd. Denk aan wijzigingen in de ondernemingsstructuur, in maatschappelijke opvattingen, in wetgeving en beleid, en aan economische en (rente)ontwikkelingen. Werknemers kunnen er dus niet op rekenen dat hun pensioenregeling nooit zal wijzigen. Wanneer is er nu sprake van een redelijke grond, waardoor de werkgever de regeling mag wijzigen? Hierover had Rechtbank Midden-Nederland recent te oordelen.

Wilt u magazine Pensioen in uw mailbox / brievenbus ontvangen? Laat hier uw gegevens achter.

Feiten

De werkgever had in 1979 aan de werknemers een pensioentoezegging gedaan. Deze hield in dat de werkgever op de pensioendatum kapitaal beschikbaar zou stellen aan de werknemers, zodat zij daarmee hun pensioen konden kopen (de zogenoemde ‘C-polis’). Voor de berekening van het te verzekeren kapitaal werd een verhoging of verlaging van de pensioengrondslag op of na de 60ste verjaardag alleen meegerekend voor het aantal jaren gelegen tussen de datum van wijziging van de pensioengrondslag en de pensioendatum. Kortom, er was sprake van een kapitaalverzekering op basis van de salaris/diensttijd-systematiek van een gematigd eindloonpensioen.

Vervolgens heeft de werkgever in 1996 de werknemers laten kiezen of zij de C-polis bij Aegon of Delta Lloyd wilden voortzetten. Die keuze werd hun in het kader van een harmonisatie voorgelegd, omdat de werkgever destijds als business unit onderdeel uitmaakte van een andere onderneming. Hierdoor waren er twee pensioenregelingen en twee verschillende pensioenuitvoerders, namelijk Aegon en Delta Lloyd. Enkele werknemers hebben ingestemd met de overdracht aan Delta Lloyd. Nu stellen deze werknemers dat door de overdracht de inhoud van de regeling nadelig is gewijzigd. Hierin krijgen de werknemers geen gelijk, omdat de C-polis bij Delta Lloyd eenzelfde bepaling kende als het pensioenreglement van Aegon van oktober 1994 over de opbouw na de 60ste verjaardag.

Vervolgens werd in 2004 de pensioenregeling inhoudelijk gewijzigd van een kapitaalverzekering naar een beschikbare premieregeling. De aanleiding was enerzijds de wens van de werkgever om de verschillende pensioenregelingen binnen het bedrijf (weer) te harmoniseren en anderzijds uitvoering te geven aan gewijzigde wet- en regelgeving. Volgens de ‘Wet Witteveen’ moesten alle pensioenregelingen uiterlijk 1 juni 2004 aan nieuwe voorwaarden voldoen, onder andere ten aanzien van het maximale opbouwpercentage. Kortom, de pensioenregeling van eisers kon niet ongewijzigd worden voortgezet.

Pensioen, september 2018

Beoordeling

De rechtbank doet in deze zaak uitspraak over de redelijkheid van de wijziging van de pensioenregeling in 2004. Volgens de werknemers had onder meer de C-polis destijds aangepast moeten worden aan de veranderde wetgeving en was in dit kader een wijziging naar een middelloonregeling of kapitaalverzekering redelijker dan de wijziging naar een beschikbare premieregeling. Nu er geen sprake was van een eenzijdig wijzigingsbeding, is hierbij de toets van artikel 7:611 Burgerlijk Wetboek bepalend. Meer concreet: heeft de werkgever als goed werkgever aanleiding kunnen vinden tot het doen van een voorstel tot wijziging van de arbeidsvoorwaarden en is het gedane voorstel redelijk? Daarnaast moet worden beoordeeld of aanvaarding van het door de werkgever gedane voorstel in redelijkheid van de werknemer kon worden gevergd, waarbij alle omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen.

De kantonrechter oordeelt dat er in 2004 voldoende aanleiding was voor een voorstel tot wijziging van de pensioenregeling. Met een harmonisatie van arbeidsvoorwaarden kan arbeidsonrust en onvrede worden voorkomen en kunnen financiële voordelen worden behaald. De beschikbare premieregeling die vanaf 2004 is gaan gelden, is niet heel anders dan de oude regeling. Beide regelingen geven aanspraak op kapitaal dat op de pensioendatum moet worden aangekocht. Het voorstel is verder redelijk, omdat de voorgestelde beschikbare premieregeling de fiscaal maximale regeling was. De werknemers hebben in dit kader onvoldoende aangetoond wat het nadeel voor hen was met betrekking tot de oude en de nieuwe regeling. De kantonrechter geeft verder aan dat de wijziging van 2004 alleen gevolgen heeft voor de toekomstige opbouw van pensioen en dat deze de in het verleden opgebouwde aanspraken niet aantast. Ten slotte benadrukt de kantonrechter dat wetswijzigingen nu eenmaal ervoor kunnen zorgen dat een pensioenregeling moet worden gewijzigd. Een door een werkgever voorgestelde wijziging moet worden geaccepteerd als die, in het licht van alle omstandigheden, redelijk is.

Conclusie

Deze uitspraak laat zien dat werknemers er niet op mogen rekenen dat een pensioenregeling nooit gewijzigd wordt. Zij hoeven de wijziging echter niet te accepteren als dat niet van hen kan worden gevergd, alle omstandigheden in aanmerking nemend. De werknemers in casu konden onvoldoende aantonen dat de wijziging onredelijk was. De werkgever mocht dus overgaan tot wijziging van een kapitaalverzekering op basis van een gematigde eindloonregeling naar een beschikbare premieregeling, gelet op de legitieme wens van harmonisatie en gewijzigde wet- en regelgeving.

ECLI:NL:RBMNE:2018:2080.

Pensioen Magazine

Dit artikel is geplaatst in het Pensioen magazine, het kwartaalmagazine van Deloitte over actuariële, financiële, juridische, fiscale en verzekeringsaspecten van pensioen.

Vond u dit nuttig?