'We lopen hier lichtjaren achter'

Article

'We lopen hier lichtjaren achter'

Pensioen Magazine Q4 2018

Massale pensioenvergrijzing, een lage rente en deelnemers die financieel slecht voorbereid zijn op hun oude dag. Om een Europa-brede pension gap van ongekende omvang te voorkomen, presenteerde de Europese Commissie deze zomer haar voorstel voor een Pan-Europees Persoonlijk Pensioenproduct, PEPP. Een stap vooruit, stelt Prof. Dr. Hans van Meerten, hoogleraar internationaal pensioenrecht aan de Universiteit Utrecht. Want PEPP staat voor transparant, eenvoudig, makkelijk en modern. En voor heldere eigendomsrechten. Toch staat Nederland op de rem, hopend een Europees kader te voorkomen en daarmee pensioen nationaal te houden. Dat getuigt van kortetermijndenken, volgens Van Meerten. Zeker als je ziet hoe de wereld verandert, digitaliseert, versnelt. Blijven we hangen in achterhaalde DB-regelingen en niet-relevante detaildiscussies? Of gaan we, met onze voldragen pensioensector, juist een voortrekkersrol in de EU vervullen? ‘Op pensioengebied leven we in dit land soms onder een steen.’

Wilt u magazine Pensioen in uw mailbox / brievenbus ontvangen? Laat hier uw gegevens achter.

Het Pan-Europees Persoonlijk Pensioenproduct is een vrijwillig en individueel product dat deels op Europees niveau is gestandaardiseerd en deels aanpasbaar is aan nationale behoeften en vereisten. Een derdepijlerproduct dus?

Zo wordt het wel gecommuniceerd, maar dat is een onderschatting ervan. Een misvatting. Het product, of de regeling, is enigszins vergelijkbaar met individuele voorzieningen als lijfrente of banksparen. In die zin past het in de derde pijler. Maar je kunt het op allerlei manieren organiseren, zoals door een bijstorting van de werkgever. Ook een collectieve PEPP is mogelijk. In België zijn ze tweedepijlerregelingen aan het omzetten in een PEPP – bijzonder interessant. Dat kan doordat ze in die pijler voornamelijk individuele regelingen hebben die al erg lijken op een PEPP. Niets in de verordening weerhoudt je ervan tweedepijlerregelingen in een PEPP om te zetten. Ik ben dus niet zo geneigd om het meteen als derdepijlerproduct te benoemen. We moeten die pijlerstructuur eens een keer loslaten, wat dat hindert het innovatieve denken over pensioen. Een PEPP is pijlerloos, zeg ik altijd.

Schetst u de historische context van dit product eens.

We zien dat veel overheidsfinanciën onder druk staan. Zelfs in Duitsland, waar ze mogelijk hun AAA-kredietstatus verliezen omdat het staatspensioen daar sterk op de schatkist drukt. Een PEPP kan in zo’n situatie enorme verlichting brengen. Voor tientallen miljoenen Europeanen, ook Nederlanders, dreigt een karige oude dag.

Zij hebben te weinig pensioen gespaard en worden geconfronteerd met een versoberd en verlaat staatspensioen. Het ontstaan van PEPP moet je in de context van deze pension gap zien. De beoogde ontwikkeling van de tweedepijler-pensioenfondsenrichtlijn, de IORP, is niet echt van de grond gekomen.

De hoop van Europese wetgever was: als we allemaal overschakelen op een meer kapitaalgedekt systeem, meer regelingen gaan poolen, meer schaalvoordelen gaan behalen, dan kunnen meer ondernemingen hun regelingen daarin onderbrengen. Dit zou dan leiden tot betere, goedkopere en inzichtelijkere regelingen. Maar dat is allemaal een beetje achtergebleven. Je hebt weliswaar pensioenfondsen in Nederland die daaraan voldoen, maar die zijn niet grensoverschrijdend actief. Om dat te stimuleren, is toentertijd de Pensioen Premie Instelling bedacht. Maar die heeft nog steeds niet geleid tot grensoverschrijdende activiteit. Het blijkt gewoon te moeilijk: hoe breng je de markt in kaart, welk rechtstelsel is van toepassing, hoe bereken je levensverwachtingen, enzovoort.

Terwijl het idee van een PPI is om het zo simpel mogelijk te houden.

Precies. En het is ook wel zo eenvoudig mogelijk gemaakt. Een PPI kan zeer simpel DC uitvoeren. Maar als je daar regelingen in wilt hangen uit bijvoorbeeld Duitsland die zeer complex zijn, dan gaat het alsnog niet. Je kunt dus het vehikel wel heel eenvoudig maken, zo light touch mogelijk, maar omdat het een tweedepijler-IORP is, waardoor je met allerlei verschillende soorten regelgeving zit, blijft dat een lastig verhaal. En dat is een van de redenen waarom men nu zegt: laten we het nog simpeler maken. Het PEPP. Omdat men toch iets wil doen aan die massale pensioenvergrijzing die als een tijdbom maar doortikt, en die de overheidsfinanciën, ja zelfs de hele EU onder druk zet. Die PEPP biedt daar niet meteen de totale oplossing voor, maar is een stap om die vergrijzing beter te financieren.

Waarom stuit het PEPP dan op weerstand?

Nationale bevoegdheid speelt ook een rol. In de Tweede Kamer vindt men dat Europa zich niet met ons pensioen moet bemoeien. Dat is ook een van de redenen waarom IORP steeds complexer werd. Tal van waarborgen werden ingebouwd om ervoor te zorgen dat Nederlands pensioenkapitaal niet de grens over gaat. Zie ook de brief van minister Hoekstra aan de voorzitter van de Tweede Kamer, afgelopen juni, over de voortgang van de Europese besluitvorming rond PEPP. Hierin stelt hij dat PEPP de inrichting van de Nederlandse tweede pijler niet mag raken. Een belangrijk kenmerk van die pijler is de verplichte aansluiting bij bedrijfstakpensioenfondsen, oftewel IORPs, en die mogen hun exclusieve uitvoeringsrecht niet als concurrentievoordeel gebruiken op andere markten. Dus mogen zij geen pensioenproducten in de derde pijler, zoals PEPP, aanbieden. Nederland werpt zo veel mogelijk voorbehouden op om dat grensoverschrijdend verkeer tegen te houden.

Hoe staat het met PEPP nu?

Nederland is dus tegen, maar Europa bestaat uit 28 lidstaten. Als twee derde vóór is, dan komt het PEPP er gewoon. Dat gaat ook gebeuren, denk ik. En ik denk dat het een goede zaak is, ook voor Nederland. Want men vindt hier dat we het prima voor mekaar hebben, maar dat vind ik niet. Ja, we hebben een jaloersmakend groot pensioenkapitaal vergaard, maar daartegenover staan enorme pensioenverplichtingen; nog veel groter dan 1400 miljard. Dus in termen van het verschil tussen wat je toezegt en wat je in kas hebt, komen we gewoon tekort. Dan kun je zeggen: de rekenrente moet omhoog, dan zijn we van het probleem af. Maar die rekenrente is gekoppeld aan het contract. Als je een contract met zekerheid moet nakomen, dan behoor je zo veel mogelijk risico’s in te calculeren en dus een zo laag mogelijke rekenrente te hanteren.

Er ligt ook een groot probleem met zzp’ers. Hoe gaan we voor hen pensioen regelen? Voor een verplichte opbouw zijn de meesten niet te porren. Ik denk dat een PEPP op vrijwillige basis een oplossing kan bieden. Als je het product zo goedkoop mogelijk maakt, zodat de kosten lager uitvallen dan een gemiddeld derdepijlerproduct, vergroot je de incentive. Een ander voordeel boven bestaande derdepijlerproducten: bij een PEPP is het makkelijker pensioenkapitaal over te dragen van A naar B.

Dat zijn alleen al voor ons land belangrijke voordelen. Dus waarom spelen Nederlandse aanbieders hier niet meer op in?

Kan een PPI een PEPP aanbieden?

Dat past zelfs als een handschoen. Het product is ontwikkeld met de gedachte om zo makkelijk mogelijke regelingen uit te voeren, of het nu tweede of derde pijler is. Een PEPP kun je dus heel gemakkelijk in een PPI hangen. Een PPI als uitvoerder moet aan allerlei vereisten voldoen, zoals Wft en Pensioenwet. Maar een PEPP is een zeer compact product: alle informatievereisten, communicatievereisten, default-beleggingsstrategieën enzovoort zijn al opgenomen in de verordening zelf. In die zin is het een kant-en-klaar product. Althans, dat is mijn hoop. Je zult zien dat allerlei lidstaten het weer aardig complex gaan maken, er allerlei garanties in gaan fietsen. Maar dat moet je niet willen. Je moet het zo eenvoudig mogelijk houden. Pensioen is al moeilijk genoeg. En het mooie is, als de PEPP er eenmaal is, mag je hem overal in Europa aanbieden en verlaagt hij ook de drempel voor arbeidsmobiliteit binnen de EU

Als het om pensioenen gaat, is Europa de oplossing, niet het probleem, zegt u.

Zeker. Europa is de aangewezen instantie om de discussie over de herinrichting van het Nederlandse pensioenstelsel te beslechten. Onze weerstand om bevoegdheden supranationaal te regelen, dát is het probleem. Die weerstand is eenvoudig te verklaren. Wij hebben namelijk ontzettend achterhaalde DB-regelingen in onze fondsen zitten waar niemand nog iets van begrijpt en waar iedereen steen en been over klaagt. En ook al zijn die DB-regelingen op weg naar de uitgang, we komen er maar niet van af. Dat zie je ook weer met het nieuwe pensioenakkoord: er wordt van alles geprobeerd om die oude meuk – ik zeg maar wat ik ervan denk – in stand te houden. De facto worden ze weliswaar vervangen door DC, maar het zit allemaal nog gewoon bij die verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen. Als je ambtenaar bent, zit je verplicht bij het ABP. Je kunt er niet uit. Maar het is één grote black box. Er schijnt volgens berekeningen een tekort van 40 miljard euro te zijn; puur het verschil tussen assets en liabilities.

Is uw schets van ons geroemde pensioenstelsel niet te negatief?

Je kunt over van alles redetwisten, maar dat ons stelsel compleet onduidelijk is, valt niet te ontkennen. De onderdekking waar de meeste fondsen in verkeren, is niet eens het punt. Waar het om gaat is dat iedereen, jong en oud, klaagt. En dat komt omdat het systeem compleet intransparant is. Hoe werkt je regeling? Met wie deel je de risico’s? Voor wie betaal je eigenlijk? Nobody knows. Negen op de tien deelnemers heeft überhaupt geen idee dat-ie een vijfde van zijn salaris betaalt aan een technisch bijna failliet pensioenfonds, dat geld aan het uitdelen is dat er eigenlijk helemaal niet is. Bij de minste of geringste tegenvaller komt het echt onder water te staan. De boel is onhoudbaar. En we zijn al vijftien jaar aan het praten over stelselhernieuwing, maar er gebeurt niks. Ondertussen is het consumentenvertrouwen nog lager dan in banken – dat wil wat zeggen. Alleen al zo’n basale vraag als: van wie is het geld nou eigenlijk? Daar is geen duidelijkheid over. De tandtechniekers worden nu 9,3% gekort. Het is niet uit te leggen. En dan krijgen ze een brief in de bus met de boodschap: we doen het voor ú…Ze zijn woest.

Het nieuwe pensioencontract met vrije keuze voor je pensioeninstelling zou dit soort misstanden kunnen beëindigen. Maar zolang je die gedwongen winkelnering hebt, blijft het grote geld zitten bij die bpf’en. Een transfer is onmogelijk, omdat de markt dichtzit.

Is het dan wel mogelijk een regeling in de tweede pijler om te zetten in een PEPP?

In Nederland waarschijnlijk niet. Een PEPP kan, volgens de huidige definitie, wel worden aangeboden door banken, verzekeraars en ppi’s, maar niet door pensioenfondsen. Men is bang dat dat de verplichtstelling onder druk zet. Deze verplichtstelling is in principe een inbreuk op de vrijemarktwerking, maar wordt gedoogd mits solidair genoeg, want pensioenfondsen dienen een sociaal doel.

Op moment dat je een PEPP gaat aanbieden, verlies je de rechtvaardiging van die inbreuk, want een PEPP kan individueel zijn. Men vindt hier dat dit product niet sociaal genoeg is. Maar wat te denken van die ton-plusregelingen die bpf’en in hun pakket hebben? Die worden heel kunstmatig betiteld als tweede pijler, maar zijn in wezen een derdepijlerproduct. Waarom zouden zij geen PEPP mogen aanbieden, maar wel een ton-plusregeling? Dat is niet uit te leggen.

We denken hier nog heel traditioneel in tweede pijler en derde pijler; dat vind ik het grote gevaar van Nederland pensioenland. Dat hele idee van pijlers moet je eigenlijk loslaten. Kijk eens waar het naartoe gaat: je hebt al ‘Facebook-PEPP-apps’ voor de smartphone waar je met één druk op de knop over alle benodigde informatie beschikt. Online en inzichtelijk. Terwijl wij hier bezig zijn met thema’s als ‘degressieve opbouw’, gaat de wereld gewoon door. De jeugd heeft er helemaal geen boodschap aan. Hebben we dat niet in de gaten? Op pensioengebied leven we in dit land soms onder een steen. Ook in de brief van Hoekstra druipt de defensieve houding ervan af. In plaats van dat hij het PEPP als iets positiefs erkent, gaan de hakken in het zand. ‘De meerwaarde voor ons land is zeer beperkt’, luidt het oordeel. Maar dat het pension wise in het buitenland erger gesteld zou zijn, wil niet zeggen dat het bij ons góed gaat. Hoogstens iets minder erg. Dat kan echter nog steeds zeer zorgelijk zijn. De vraag is: hoe kunnen wij inspelen op die moderne pensioenwereld die eraan komt. Die er feitelijk al is. In China bijvoorbeeld zie je dat allang gebeuren. We lopen hier lichtjaren achter.

U zegt ergens: Als Den Haag het pensioen niet gemakkelijk kan maken, dan moet Brussel het maar doen.

Precies. In Den Haag zitten we al jaren te discussiëren, studies te doen en rapporten te schrijven, en we komen geen meter verder. Zo’n PEPP ligt er in twee jaar. Als het goed is, wordt hij eind 2018 aangenomen. En dat met 28 lidstaten.

Gaat sympathie voor het PEPP noodzakelijk gepaard met een pro-Europese politieke dispositie?

In feite heeft het niets met politieke oriëntatie, met links of rechts te maken. Het is wat het is. In de nieuwe wereld is alles digitaal, kun je via een appje een taxichauffeur kiezen die veel of weinig praat. En ga zo maar door. Wat er in Den Haag op pensioengebied wordt besproken, gaat achteloos voorbij aan hoe de wereld om ons heen zich ontwikkelt. Als je in het buitenland over pensioenfondsen begint en de wijze waarop deze echt werken, word je met veel ongeloof aankeken. ‘But this is forbidden by law, right?, vroeg een Engelsman me laatst toen ik vertelde hoe het werkt met betrekking tot fuserende pensioenfondsen.

Hoe ziet een nieuw stelsel er idealiter uit?

Het liefst zou ik het oude stelsel langzaam laten afsterven en een ander vehikel met een nieuwe opbouw introduceren. From scratch dus, maar nu met eigendomsrechten, inzichtelijk en individueel. Collectiviteit en solidariteit waren zinvol bij een bevolkingsopbouw van de jaren vijftig, toen je vier werkenden had op één gepensioneerde. Nu het zowat omgekeerd is, kun je spreken van perverse solidariteit. Hetzelfde zie je bij arm en rijk: de hovenier betaalt voor de hoogleraar. Dat is geen solidariteit, dat is asociaal. Met individuele pensioenen elimineer je die perverse elementen. Daar moet het naartoe, wat mij betreft. En het PEPP brengt ons daar: gemakkelijk, eenvoudig, transparant en digitaal

Pensioen Magazine

Dit artikel is geplaatst in het Pensioen magazine, het kwartaalmagazine van Deloitte over actuariële, financiële, juridische, fiscale en verzekeringsaspecten van pensioen.

Vond u dit nuttig?