Hoe kan de arbeidsrelatie van de platformwerker worden gekwalificeerd?

Article

Hoe kan de arbeidsrelatie van de platformwerker worden gekwalificeerd?

De eerste Nederlandse uitspraak inzake platformwerken

De technologische ontwikkelingen brengen met zich mee dat de arbeidsmarkt aan het veranderen is. Via digitale platforms worden vraag en aanbod bij elkaar gebracht waardoor de snelle ontwikkeling van de arbeidsmarkt niet meer te stoppen is, denk aan Deliveroo, Helpling etc. Hoe wordt de arbeidsrelatie van deze platformwerker gekwalificeerd?

Onlangs heeft een bezorger van Deliveroo de eerste Nederlandse rechterlijke procedure in gang gezet en daarin is op 23 juli 2018 uitspraak gedaan welke hieronder kort wordt toegelicht.

De bezorger stelde zich op het standpunt dat de arbeidsrelatie met Deliveroo is aan te merken als een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 Burgerlijk Wetboek waarbij de volgende 3 criteria gelden: loon, gezag, persoonlijke arbeid en gedurende zekere tijd. Deliveroo stelde zich op het standpunt dat sprake was van een overeenkomst van opdracht, de bezorger was geen werknemer, maar een ZZP’-er.

De rechter diende deze casus te beoordelen aan de hand van de hiervoor genoemde 3 criteria en kwam op basis van de zogenoemde holistische weging - waar specifiek wordt gekeken naar de wijze waarop partijen uitvoering hebben gegeven aan de rechtsverhouding - tot de conclusie dat de rechtsverhouding niet aangemerkt kan worden als een arbeidsovereenkomst. Dat is behoorlijk baanbrekend en het is dan ook interessant om te kijken naar de feiten en de overwegingen van de rechter.

De bezorger was in eerste instantie werkzaam geweest op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, eindigend op 3 februari 2018. Hij werd per uur betaald en mocht niet voor andere bezorgdiensten werkzaam zijn. Tegen het einde van het bepaalde tijd contract wordt de arbeidsovereenkomst op verzoek van Deliveroo omgezet in een overeenkomst van opdracht. De bezorger schrijft zich als eenmanszaak in bij de Kamer van Koophandel en vraagt een btw-nummer aan. In de overeenkomst van opdracht worden duidelijke afspraken neergelegd waar beide partijen mee instemmen. Er wordt onder andere een standaardvergoeding bepaald door Deliveroo per voltooide bestelling, de bezorger is niet onderworpen aan enig toezicht van Deliveroo, de bezorger mag iemand anders inschakelen die de dienst verleent namens de bezorger, er is een app met algoritmes waar de bezorger zich in kan loggen en kan aanmelden op de aangeboden diensten en diezelfde app biedt een chatfunctie met een medewerker van Deliveroo indien de bezorger problemen ondervindt bij de aflevering van bestellingen. Tot slot, mag de bezorger voor anderen en zelfs voor concurrenten diensten verlenen.

Bovenstaande feiten worden als volgt door de kantonrechter beoordeeld. De werkzaamheden zijn in principe hetzelfde gebleven als toen de bezorger in dienst was op basis van een arbeidsovereenkomst. Maar volgens de rechter is geen sprake meer van een vast maandloon, maar van een standaardvergoeding per voltooide bestelling. Het element ‘loon’ zou dus weg zijn gevallen. Dit is naar ons oordeel enigszins opmerkelijk omdat de zelfstandige zo niet de vrijheid heeft zijn eigen tarief te bepalen maar de rechter onderbouwt dit met het feit dat de bezorger de keuze heeft de opdracht wel of niet aan te nemen.

Er is geen sprake van een gezagsverhouding, aldus de rechter, omdat de werkzaamheden geheel naar eigen inzicht en zonder toezicht uitgevoerd worden; de bezorger gebruikt de app als ‘hulp functie’ en niet voor inhoudelijke instructie. Hij mag zich laten vervangen door een ander en hij mag zelfs gelijktijdig werken voor concurrerende maaltijdbezorgers. Ook weegt de rechter mee dat de bezorger expliciet akkoord is gegaan met de ZZP-constructie, hij heeft zich immers als eenmanszaak ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en een btw-nummer aangevraagd.

De uitspraak is keurig gebaseerd op de geldende arbeidsrechtelijke criteria, maar het lijkt toch of de platformwerker onvoldoende beschermd wordt tegen de wens/eis van het betreffende platform om geen arbeidsovereenkomst te willen sluiten. Het huidige arbeidsrecht houdt dan ook (nog) onvoldoende rekening met de relatief nieuwe platformeconomie. Uiteindelijk is het aan de wetgever om hierover maatregelen te treffen, hetgeen ook de rechter zelf aangeeft. Het is voor nu afwachten of er hoger beroep wordt ingesteld.

Meer weten?

Wilt u meer weten over Platformwerken ? Neem dan contact op met Anne-Marie van den Belt via +31 (0)88 288 2790 of Clim Giesen +31 (0) 88 288 4360

Vond u dit nuttig?