Kantonrechter: naar leeftijd gedifferentieerde werknemerspremie objectief gerechtvaardigd

Article

Kantonrechter: naar leeftijd gedifferentieerde werknemerspremie objectief gerechtvaardigd

Op 18 augustus 2021 heeft de kantonrechter in Arnhem geoordeeld over de vraag of sprake is van een verboden onderscheid naar leeftijd bij een beschikbare premieregeling met een leeftijdsafhankelijke werknemersbijdrage op basis van een staffel. Deze leeftijdsafhankelijke staffel houdt in dat naar mate de werknemer ouder is, zijn pensioenbijdrage hoger wordt, variërend van 7,3% van de pensioengrondslag (voor 21-24-jarigen) tot 29,1% daarvan (voor 65-67-jarigen)

In afwijking van een reeks uitspraken van het College voor de Rechten van de Mens (voorheen de Commissie Gelijke Behandeling; hierna: het College) in vergelijkbare zaken, oordeelt de kantonrechter dat in dit geval wel degelijk sprake is van objectief gerechtvaardigd ¬- en dus niet verboden - onderscheid in de zin van artikel 7 Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (hierna: WGBLA).

Toetsingskader

De kantonrechter overweegt dat de WGBLA moet worden uitgelegd tegen de achtergrond van Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep (de ‘Richtlijn’), alsmede tegen de achtergrond van de rechtspraak van het Hof van Justitie EU met betrekking tot de uitleg van deze Richtlijn.

In het bijzonder is het arrest HvJ EU 26 september 2013, C-476/11, ECLI:EU:C:2013:590 (HK Danmark/Experian) relevant. Uit dit arrest volgt dat het (ook) aan oudere werknemers, en/of werknemers die zich relatief laat bij de pensioenregeling hebben aangesloten, bieden van de mogelijkheid een redelijk pensioen bijeen te sparen, een legitiem doel kan vormen dat het gemaakte leeftijdsonderscheid zou kunnen rechtvaardigen. Daarbij is echter wel van belang – aldus het HvJ EU – dat de leeftijdsafhankelijke progressiviteit van de bijdragen passend kan worden geacht, en dat deze progressiviteit niet verder gaat dan noodzakelijk is om de nagestreefde doelstellingen te bereiken.

Beoordeling

Ook de werkgever in de zaak bij de kantonrechter in Arnhem streeft met het gemaakte leeftijdsonderscheid het doel na dat alle werknemers, ongeacht hun leeftijd, een adequaat pensioen moeten kunnen opbouwen. Zij streeft dat doel volgens de kantonrechter op een coherente en systematische wijze na, aangezien al haar werknemers verplicht deelnemen aan de pensioenregeling, waarbij er voor iedereen sprake is van leeftijdsonderscheid in de werknemersbijdrage van de premie.

Ten slotte concludeert de kantonrechter dat de pensioenregeling ook niet verder gaat dan noodzakelijk en niet op excessieve wijze afbreuk doet aan de belangen van de oudere werknemer. Dat een andere oplossing bestaat waarmee hetzelfde resultaat kan worden bereikt, is namelijk niet dan wel onvoldoende gemotiveerd gesteld door de werknemer.

Hier staat tegenover dat de werkgever gemotiveerd heeft betwist dat een gelijke (vlakke) werknemersbijdrage voor iedereen een dergelijke oplossing zou kunnen vormen. Als de werknemersbijdrage (en dus - naar het lijkt - de beschikbare premie) voor iedere leeftijdscategorie hetzelfde zou zijn, zouden immers ofwel oudere werknemers geen adequaat pensioen kunnen opbouwen (omdat de op hogere leeftijd ingehouden pensioenpremies gedurende een kortere tijd kunnen renderen) ofwel jongere werknemers een pensioen opbouwen dat hoger is dan het (fiscaal) maximaal toegelaten pensioen. Dit alles maakt dat er voor het gemaakte leeftijdsonderscheid in de premiebijdragen naar het oordeel van de kantonrechter sprake is van een objectieve rechtvaardigingsgrond als bedoeld in artikel 7 lid 1 onder c WGBLA.

College

Zoals hierboven aangegeven, wijkt deze uitspraak af van de eerdere oordelen van het College, waarin het gemaakte onderscheid (ondanks de aanwezigheid van vergelijkbaar legitieme doelen) niet noodzakelijk werd geacht vanwege de aanwezigheid van het (in die oordelen wel passend geachte) alternatief van een vlakke werknemersbijdrage.
Een belangrijk verschil tussen die oordelen en deze uitspraak lijkt echter te zijn dat in dit geval geen sprake is van een werkgeversbijdrage in de beschikbare premies, waardoor een directer verband kan worden gelegd tussen de hoogte van de werknemersbijdrage en de aan-/afwezigheid van een adequate pensioenopbouw. Niettemin is de conclusie van de kantonrechter dat de gehanteerde staffel niet verder gaat dan noodzakelijk is voor een adequate pensioenopbouw opvallend te noemen.

*) Dit artikel is tevens gepubliceerd op dejurist.com

Did you find this useful?