Wijziging Rechtspositie Ambtenaren

Nieuws

Wijziging Rechtspositie Ambtenaren

Wet normalisering rechtspositie ambtenaren aangenomen door Eerste Kamer

Inhoudsopgave 1. Inhoud nieuwe wet 2. Arbeidsrechtelijke consequenties 3. Fiscale consequenties 4. Meer informatie

1. Inhoud nieuwe wet

Dinsdag 8 november jl. heeft de Eerste Kamer de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (hierna: WNRA) aangenomen. Met de invoering hiervan wordt beoogd om (een groot deel van de) ambtenaren grotendeels dezelfde rechtspositie te verschaffen als werknemers in de private sector. Dit wordt bewerkstelligd door de eenzijdige ambtelijke aanstelling te vervangen door de tweezijdige arbeidsovereenkomst, waarop het civiele arbeidsrecht van toepassing zal zijn. Met deze wet worden dan ook bepaalde delen van de Ambtenarenwet aangepast.

Het is nog onbekend wanneer de rechtspositie van ambtenaren daadwerkelijk gaat veranderen. Na de invoering van de wet dient namelijk eerst nog een grootschalige invoeringsoperatie plaats te vinden, die een aantal jaren zou kunnen duren. Momenteel wordt uitgegaan van 1 januari 2020 als invoeringsdatum.

Wat wel duidelijk is, is dat de veranderende rechtspositie niet voor iedereen zal gaan gelden. In de wet wordt een aantal specifieke groepen ambtenaren uitgezonderd van het arbeidsrecht, waaronder rechters, militairen en politieagenten. In het vervolg van deze nieuwsbrief wordt met ‘ambtenaren’ bedoeld: de ambtenaren die niet onder de wettelijke uitzonderingen vallen.

In deze nieuwsbrief zetten wij de belangrijkste wijzigingen voor u op een rij.

2. Arbeidsrechtelijke consequenties

Van belang is dat ambtenaren in de toekomst te maken krijgen met een arbeidsovereenkomst en het civiele arbeidsrecht. Daarmee krijgen zij grotendeels dezelfde rechtspositie als werknemers in de private sector.

Dit zorgt ervoor dat private wet- en regelgeving op ambtenaren van toepassing wordt, zoals de Wet op het minimumloon en de minimumvakantiebijslag en het Burgerlijk Wetboek met daarin verankerde wetgeving zoals de Wet Werk en Zekerheid en de Wet Aanpak Schijnconstructies.

Dit betekent onder andere dat bij ontslag op initiatief van de werkgever voldaan moet worden aan één van de redelijke ontslagronden uit het Burgerlijk Wetboek en de daarvoor geldende vereisten. Ondanks het feit dat er binnen de publieke sector al de nodige ervaring bestaat met gesloten rechtsgronden, gezien het reeds bestaande ambtelijke gesloten stelsel van ontslaggronden, zal dit voor de praktijk toch een belangrijke verandering zijn. Verder is nieuw dat voor eenzijdig ontslag de gang naar de kantonrechter of – afhankelijk van de ontslaggrond – het UWV moet worden gemaakt.

Daarnaast zullen ambtenaren in beginsel recht krijgen op de wettelijke transitievergoeding. De huidige stand van zaken is dat deze vergoeding hoger kan zijn dan hetgeen in de Wet Normering Topinkomens is bepaald.

Ook zullen ambtelijke rechtspositieregelingen dienen te worden vervangen door daadwerkelijke cao’s.

3. Fiscale consequenties

De WNRA heeft in beginsel geen gevolgen voor de loonheffingen. Hiervoor worden de publiekrechtelijke en de privaatrechtelijke dienstbetrekking gelijk behandeld (beide leiden immers tot een “werknemer” in de zin van de loonheffingen).

Als we kijken naar de inhuur van derden, loopt op dit moment de transitieperiode van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wdba) (vervanger van de Verklaring Arbeidsrelaties). Ook overheidswerkgevers hebben hiermee te maken, en daarmee dus ook met de arbeidsrechtelijke toetsing of een arbeidsverhouding kwalificeert als arbeidsovereenkomst of niet. In de praktijk zien we echter dat de kennis en het bewustzijn op dit punt nog vaak onderbelicht is, doordat de huidige rechtsverhouding van de publiekrechtelijke aanstelling niet beheerst wordt door het civiele arbeidsrecht. Inwerkingtreding van de WNRA maakt het echter des te belangrijker om het proces rondom de inhuur van derden goed in te regelen binnen de organisatie en eventuele risico’s tijdig te ondervangen. Deze risico’s bevinden zich overigens niet alleen met betrekking tot de loonheffingen, maar kunnen ook gevolgen hebben voor de bezoldiging van interim-topfunctionarissen onder de Wet Normering Topinkomens.

4. Meer informatie

Indien u concrete vragen heeft over de hiervoor genoemde fiscale consequenties neem dan contact op met Michel Kooij.

Michel Kooij

mkooij@deloitte.nl

06-1099 9182


Heeft u vragen over arbeidsrechtelijke consequenties of over andere arbeidsrechtelijke onderwerpen, neemt u dan contact op met ons Deloitte Legal team, sectie Arbeidsrecht:

Sashil Durve

sdurve@deloitte.nl

06-8201 2178

Yvonne Raymakers 

yraymakers@deloitte.nl

06-2082 8600

Jasper Hendriks

jhendriks@deloitte.nl

06-8333 0017

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen