Uitvoeringsbesluit WTZa in definitieve vorm gepubliceerd

Article

Uitvoeringsbesluit WTZa in definitieve vorm gepubliceerd

Wat verandert er door de WTZa?

27 juli 2021

Wederom stellen we u graag op de hoogte over de laatste veranderingen in zorgregulering na de recente publicatie van het definitieve Uitvoeringsbesluit WTZa. Wat dit betekent voor de vormgeving van toezicht in de statuten? Wat zijn de veranderingen voor (het werken met) onderaannemers in de zorg en voor bijvoorbeeld apothekers en huisartsenorganisaties, die nu zijn aangemerkt als zijnde in het bezit van een WTZi-toelating?

Er is inmiddels weer meer duidelijk geworden over de impact van de Wet Toetreding Zorgaanbieders (WTZa) nu ook het Uitvoeringsbesluit WTZa is vastgesteld en gepubliceerd. Na de vorige alerts Update regulering in de zorg en Diverse nieuwe zorgregelgeving aangenomen en op komst, informeren wij u nu over veranderingen als gevolg van de publicatie van het definitieve Uitvoeringsbesluit WTZa, dat per 1 januari 2022 in werking treedt. In deze alert gaan wij in op acties die nodig zijn vanwege de inwerkingtreding van de WTZa en op enkele opmerkelijke veranderingen in vergelijking met de concept-versie van het Uitvoeringsbesluit WTZa.

De toelatingenparagraaf van de WTZi wordt vanaf 1 januari 2022 ondergebracht in de WTZa. De WTZi blijft naast de WTZa bestaan voor het reguleren van het winstoogmerk en de rol van het College Sanering Zorginstellingen. De WTZi blijft dus ook van toepassing op instellingen die zorg leveren vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) of Wet Langdurige zorg (Wlz).

Bestaande aanbieders met een WTZi-toelating

De huidige WTZi-toelating wordt van rechtswege omgezet in een WTZa-vergunning. Dit betekent niet dat er helemaal geen actie nodig is. Als zorginstellingen de statuten nog moeten aanpassen met het oog op de Vpb-zorgvrijstelling, is het raadzaam bij de statutenwijziging ook direct de nieuwe bepalingen vanuit de Wet Bestuur en Toezicht mee te nemen. En ook die voor onafhankelijk toezicht zoals vastgelegd in het Uitvoeringsbesluit WTZa, die uitgebreider zijn dan de huidige transparantie-eisen uit de WTZi. Uit hoofde van artikel 3 van de WTZa moet een instelling schriftelijk vastleggen op welke wijze zij voldoet aan de eisen omtrent de governance structuur/inrichting van het interne toezicht. Dit betekent dat naar keuze van de zorginstelling de bepalingen betreffende het interne toezicht uit hoofde van het Uitvoeringsbesluit WTZa of in de statuten of in het Reglement Raad van Toezicht kunnen worden vastgelegd.

Ten opzichte van het eerdere concept-besluit zijn zelfs nog extra bepalingen toegevoegd. Een toezichthouder van een instelling mag niet tegelijk lid zijn van een toezichthoudend orgaan van een rechtspersoon die aandelen in de instelling houdt, tenzij sprake is van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (centrale leiding). Ook nieuw is dat een lid van de RvT/RvC tijdens of in een periode van drie jaar voorafgaand aan het toezichthouderschap niet krachtens een overeenkomst van opdracht werkzaam mag zijn geweest voor de instelling.

Getrapt toezicht en deelnemingen/groepsmaatschappijen

Volgens het definitieve Uitvoeringsbesluit WTZa blijft, in lijn met het (fiscale) Zorgvrijstellingsbesluit Vpb, getrapt toezicht mogelijk bij een groep, waarbij de taakuitoefening van de toezichthouder zich niet beperkt tot de rechtspersoon zelf. Er staat nu: De dagelijkse of algemene leiding moet ervoor zorg dragen dat de interne toezichthouder effectief toezicht kan houden op het niveau waar de dagelijkse of algemene leiding belangrijke beleidsbeslissingen over de instelling neemt. Bij een groep of holdingstructuur moet de intern toezichthouder toezicht kunnen houden op ontwikkelingen binnen de groep/de holding die de instelling raken of een risico kunnen vormen voor de instelling.
 

Onderaannemers in de zorg

Onder de huidige wet toelating zorginstellingen (WTZi) kunnen onderaannemers zonder toelating zorg leveren. Immers zij werken onder de verantwoordelijkheid van de hoofdaannemer.

Voor onderaannemers in de zorg (waaronder ook de MSB’s van ziekenhuizen) komt er een meldplicht. Zij moeten vragen beantwoorden en worden opgenomen in een register, waardoor zij ook onder het toezichtdomein van de IGJ komen. Alvorens een melding te doen kan de onderaannemer kijken in het Landelijk register zorgaanbieders (LRZa) of de zorgaanbieder al geregistreerd is. Dan is melden niet nodig. Melden is nodig alvorens men met zorg mag starten. Een bestaande zorg- en of jeugdhulpaanbieder is in overtreding, als de aanbieder voor 1 juli 2022 niet aan de meldplicht heeft voldaan. De IGJ kan in dat geval een boete opleggen van maximaal € 21.750,-.

Voor onderaannemers komt er dus geen vergunningplicht en gelden ook niet de daaraan verbonden eisen voor onder meer winstoogmerk en het instellen van een toezichthoudend orgaan. Bij onderaanneming kun je ook denken aan de veel voorkomende juridische structuur waarbij een (nagenoeg) lege stichting alleen is opgericht om verzekerde zorg te contracteren en die zorg volledig uitbesteed aan een andere rechtspersoon. Een amendement op de Aanpassingwet WTZa dat een instelling met winstverbod verbiedt de zorg uit te besteden aan een onderaannemer met winstoogmerk, is niet aangenomen.

Het CIBG probeert echter wel de werkingssfeer verder op te rekken dan de wet, nu op de website van het CIBG het volgende staat:
De vergunningplicht in de WTZa geldt - evenals de eis van de interne toezichthouder - niet voor onderaannemers, tenzij de hoofdaannemer een zogenoemde ‘lege huls’ is. Een ‘lege huls’ is een zorgaanbieder die zelf geen zorg verleent en uitsluitend zorg ‘doet’ verlenen door een onderaannemer. In het geval van een ‘lege huls’ moeten zowel de hoofdaannemer als de onderaannemer over een toelatingsvergunning beschikken en in dat kader vaak ook over een interne toezichthouder.

Wat dit voor de praktijk betekent, is ons nog niet duidelijk. Het is nog wachten op het wetsvoorstel Integere Bedrijfsvoering, waarin de mogelijkheden voor winstuitkering en het toezicht daarop door de NZA, verder uitgewerkt gaan worden.

Vergunningplicht uitgebreid naar Zvw-zorgaanbieders

Bepaalde zorgaanbieders, zoals bijvoorbeeld apothekers, tandartsen- en huisartsenorganisaties, kraamzorg, die nu Zvw-zorg leveren, zijn nu fictief aangemerkt als zijnde in het bezit van een toelating. Zij hebben nu dus nog van rechtswege een toelating op grond van de WTZi en hoeven deze niet aan te vragen. Zij zullen onder de WTZa wel een vergunning moeten aanvragen als zij verzekerde zorg leveren met meer dan 10 zorgverleners. Zij krijgen hiervoor de tijd tot 1 januari 2024. De vergunningplicht brengt ook andere verplichtingen mee zoals het instellen van een onafhankelijk toezichthoudend orgaan vanaf 25 zorgverleners (dit was 50 medewerkers). Er wordt verwacht dat hierdoor circa 3.500 instellingen een Raad van Toezicht nodig gaan hebben. Ook komt er nu voor deze zorgaanbieders een jaarverantwoordingsplicht volgens de verslaggevingsregels voor de zorg en een openbaarmakingsplicht.
 

Tot slot

Nu de inwerkingtreding van de WTZa is uitgesteld tot 1 januari 2022, hebben zorginstellingen de tijd om zich hierop voor te bereiden. Er verandert immers nogal wat voor de hiervoor genoemde zorgaanbieders, die als onderaannemer werken (meldplicht) dan wel thans zijn aangemerkt als in het bezig van een toelating (vergunningplicht en daarmee samenhangende verplichtingen). Zorgaanbieders met een bestaande WTZi-toelating hoeven minder te doen, maar moeten bijvoorbeeld wel de WTZa-bepalingen inzake toezicht implementeren in hun statuten of reglement Raad van Toezicht.

Al eerder hebben wij opgemerkt dat de veelheid van wetgeving in de zorg nu al niet voor iedereen duidelijk is. De komende wijzigingen van de WTZi door de inwerkingtreding van de WTZa en daarmee samenhangende Aanpassingswet WTZa, het Uitvoeringsbesluit WTZa en de communicatie daarover op de website van het CIBG maken het niet overzichtelijker.
 

Meer weten?

Wilt u meer weten over wet- en regelgeving in de zorg, governance of winstuitkering in de zorg ? Neem dan contact op met Willeke Franken via +31 (0)88 2881230.

Did you find this useful?