Eindejaarstips btw voor zorginstellingen 2015

Article

Eindejaarstips btw voor zorginstellingen 2015

De laatste btw-aangifte van het jaar is altijd een bijzondere aangifte omdat die gebruikt wordt om een aantal correcties te maken. In dit bericht wordt daarom een overzicht gegeven van de belangrijkste correcties en aandachtspunten voor deze aangifte in de vorm van een actiepuntenlijstje. U kunt aan de hand van de linkjes eenvoudig doorklikken naar een nadere toelichting over de diverse eindejaarstips en eindejaarscorrecties. Tevens vindt u onderaan deze nieuwsbrief de beoogde wijzigingen in de wet- en regelgeving voor 2016.

15 december 2015

Actiepunten

Eventueel nog regelen vóór 1 januari 2016:

  • Overdragen onroerende zaak onder voorbehoud van erfpachtrecht in plaats van sale en lease back
    Zie: einde erfpachtrechtconstructies
  • Levering van grond en voltooiing aanneemwerkzaamheden bij gebruikmaking van de overgangsregeling voor koop-/aannemingsovereenkomsten
    Zie: einde overgangsregeling koop-/aannemingsovereenkomsten

In de laatste btw-aangifte over 2015:

  • Rubriek 1d: heffing privégebruik auto
  • Rubriek 1d: correctie ander privégebruik
  • Rubriek 5b: herziening en definitieve pro rata

Voor 28 januari 2016:

  • Bij een optie btw-belaste levering van onroerend goed in 2014: 90% of 70%-verklaring koper onroerende zaak:
  • In geval de huurder niet voldoet aan het 90%- of 70%-vereiste melding bij inspecteur en verhuurder

    Beiden: zie 90%- of 70%-verklaring bij levering en verhuur van onroerende zaken

Binnen zes weken na indienen en betalen laatste btw-aangifte 2015:

  • Bezwaar tegen eigen btw-aangifte heffing privégebruik auto van de zaak
  • Bezwaar tegen eigen btw-aangifte voor BUA-correctie als gevolg van verstrekking spijzen en dranken tijdens overleg op kantoor
  • Bezwaar tegen eigen btw-aangifte bij berekening pro rata op basis van werkelijk gebruik
  • In overleg met uw adviseur: bezwaar tegen eigen btw-aangifte voor herziening in het eerste jaar

Vóór 1 april 2016:

  • Suppletieaangifte jaar 2015:
    Zie: correcties eerdere tijdvakken

De eindejaarscorrecties

Privégebruik auto van de zaak

Gedurende het boekjaar mag een ondernemer alle btw op kosten voor de auto van de zaak in aftrek brengen. Aan het einde van het boekjaar geeft hij btw aan ter zake van het privégebruik van hemzelf en/of de werknemers. In beginsel wordt de te betalen btw berekend aan de hand van de daadwerkelijk gemaakte uitgaven voor het aantal werkelijk gereden privékilometers. Daarbij wordt woon-werkverkeer gezien als privé. De ondernemer kan gebruikmaken van een goedkeuring waarbij hij 2,7% van de cataloguswaarde (inclusief btw en bpm) van de auto aangeeft als correctie op de eerder genoten aftrek. De ondernemer mag een percentage van 1,5% in plaats van 2,7% hanteren vanaf het vijfde jaar volgende op het jaar van eerste ingebruikname. Dit mag hij ook indien hij geen btw bij de aanschaf van de auto in aftrek heeft gebracht. De verschuldigde btw geeft de ondernemer aan in rubriek 1d van de laatste btw-aangifte van het jaar.

Als de werknemer voor het privégebruik van een auto van de zaak een eigen bijdrage verschuldigd is, dient de werkgever over deze ontvangen bijdrage btw te voldoen. Is de betaalde eigen bijdrage lager dan de normale waarde dan dient de ondernemer echter btw te voldoen over de normale waarde. De normale waarde komt overeen met wat de ondernemer in de markt zou moeten betalen om de auto voor privégebruik ter beschikking te kunnen stellen aan de werknemer. De ondernemer mag als normale waarde de forfaits van 2,7% en 1,5% hanteren.

In verband met lopende procedures over de regeling voor privégebruik van de auto van de zaak is het aan te raden om bezwaar te maken tegen de laatste btw-aangifte van 2015 inzake de heffing privégebruik auto. Dit dient binnen zes weken na het indienen en betalen van de btw-aangifte plaats te vinden (of in geval een btw-teruggaaf moet dit plaatsvinden binnen zes weken na de in de teruggaafbeschikking vermelde datum). Wij gaan er vanuit dat net als in voorgaande jaren zal gelden dat wanneer een ondernemer bezwaar heeft gemaakt tegen de eigen aangifte van 2011, 2012, 2013 of 2014 dit automatisch geldt als een bezwaar tegen de eigen aangifte van 2015. Er hoeft dan niet opnieuw bezwaar aangetekend te worden tegen de eigen btw-aangifte. Indien nog geen bezwaar is aangetekend en men dit wel wenst te doen, kan naar alle waarschijnlijkheid ook dit jaar via de fiscale adviseur opnieuw gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid van collectief bezwaar. Bent u van adviseur gewisseld dan adviseren wij u zich aan te melden voor het collectief bezwaar bij de nieuwe adviseur en hem bezwaar te laten maken.

Correctie ander privégebruik

Ook voor ander privégebruik door de ondernemer of zijn personeel dienen correcties plaats te vinden in de laatste btw-aangifte. Voorbeelden zijn verstrekkingen in de kantine, relatiegeschenken, personeelsuitjes en kerstpakketten. Indien de verstrekkingen aan een werknemer of relatie niet uitkomen boven de €227 per boekjaar, kan de correctie achterweg blijven. Voor de kantine bestaat een speciale regeling.

In de praktijk betekent dit dat ondernemers die weten dat zij de €227-grens zullen overschrijden, de btw op de kosten voor personeelsvoorzieningen en relatiegeschenken niet in aftrek mogen brengen. Indien een ondernemer echter verwacht dat de €227-grens niet zal worden overschreden, mag hij de btw op deze kosten gedurende het jaar in aftrek brengen. Als aan het einde van het jaar alsnog blijkt dat de €227-grens is overschreden, dient hij de ten onrechte in aftrek gebrachte btw aan te geven in rubriek 1d van de btw-aangifte.

Indien het verstrekken van spijzen en dranken tijdens overleg op kantoor onderdeel is van de BUA-correctie is het in verband met een lopende procedure van belang om bezwaar aan te tekenen tegen de laatste btw-aangifte over 2015. 

Herziening

De mate van aftrek van voorbelasting wordt bepaald op het moment dat de ondernemer goederen of diensten aanschaft. Indien de ondernemer de goederen of diensten gebruikt voor btw-belaste doeleinden mag de volledige btw in aftrek worden gebracht. Indien de goederen of diensten worden gebruikt voor vrijgestelde doeleinden mag de btw niet in aftrek worden gebracht. Indien de goederen of diensten gebruikt worden voor btw-belaste en btw-vrijgestelde doeleinden mag de voorbelasting naar rato in aftrek worden gebracht.

Indien de ondernemer de goederen of diensten niet direct gebruikt, is bepalend wat de bestemming van de goederen of diensten is om vast te stellen of en in welke mate recht op aftrek bestaat. Vervolgens wordt op het moment van ingebruikname bezien of de aftrek die is bepaald op basis van de bestemming van de goederen of diensten wel juist is. Mocht het daadwerkelijke gebruik afwijken van de bestemming dan is de ondernemer alsnog btw verschuldigd (bij meer gebruik voor vrijgestelde prestaties) of kan hij btw terugvragen (bij meer gebruik voor belaste prestaties). Aan het einde van het boekjaar wordt nogmaals op basis van gegevens van het gehele boekjaar bekeken of de mate van aftrek aanpassing behoeft, omdat het gebruik gedurende het boekjaar afwijkt van het gebruik op het tijdstip van eerste ingebruikname.

De aftrek van btw op de aanschaf van onroerende zaken en roerende zaken waarop wordt afgeschreven wordt vervolgens nog een aantal jaren gevolgd. Voor onroerende zaken is deze periode negen jaar na het boekjaar van ingebruikname en voor roerende zaken vier jaar na het boekjaar van ingebruikname. Mogelijk geldt als gevolg van Europese jurisprudentie de herziening over een langere periode ook voor bepaalde diensten.

Gedurende deze jaren dient aan het eind van elk boekjaar de aftrek te worden beoordeeld. Als het gebruik in het afgelopen boekjaar tot een andere btw-aftrek dan de aftrek in het boekjaar van ingebruikname leidt (méér btw-vrijgesteld of méér btw-belast), dient er te worden gecorrigeerd (herziening). De grondslag hiervoor is niet de totale btw die de ondernemer heeft betaald voor de verwerving van de goederen of diensten, maar elk jaar 10% (onroerende zaken) of 20% (roerende zaken) van die btw. De herziening blijft in een boekjaar achterwege als de in dat jaar werkelijk voor aftrek in aanmerking komende omzetbelasting niet meer dan 10% verschilt van het in het boekjaar van ingebruikname in aftrek gebrachte bedrag aan voorbelasting.

De correcties als gevolg van de herziening dienen te worden vermeld in rubriek 5b van de btw-aangifte.

Naar aanleiding van recente Europese jurisprudentie kan naar onze mening worden betwijfeld of de herzieningsregeling zoals Nederland die hanteert in lijn is met de Europese btw-richtlijn. In voorkomend geval kan het interessant zijn om een beroep te doen op de mogelijk afwijkende regeling uit de btw-richtlijn.

Pro rata algemene kosten

De btw op algemene kosten kan in aftrek worden gebracht op basis van de zogenaamde pro rata. Dit is de verhouding tussen de belaste vergoedingen die de ondernemer ontvangt ten opzichte van de totale vergoedingen. Aan het einde van elk jaar dient te worden vastgesteld wat de pro rata voor dat jaar is. Als de omzetten niet maatgevend zijn, kan de pro rata worden vastgesteld op basis van het werkelijk gebruik. Zowel de belastingplichtige als de belastingdienst kan in stelling brengen dat de pro rata moet worden berekend op basis van werkelijk gebruik. Degene die de pro rata op basis van werkelijk gebruik wil toepassen heeft daarbij wel een bewijslast. Vaak kunt u afspraken maken met de inspecteur over de toepassing van een pro rata op basis van werkelijk gebruik.

Berekent u de pro rata aan de hand van het werkelijk gebruik en rond u daarbij niet ten gunste van uzelf af dan kan het van belang zijn bezwaar aan te tekenen tegen de eigen btw-aangifte in verband met een lopende procedure bij het Hof van Justitie EU. 

90%-verklaring en 70%- verklaring bij levering en verhuur onroerende zaken

De verkoop en verhuur van onroerende zaken is in beginsel vrijgesteld van btw. In beide gevallen is het echter mogelijk om te opteren voor btw-heffing indien de koper respectievelijk huurder de onroerende zaak voor ten minste 90% gebruikt voor belaste prestaties. In bepaalde gevallen volstaat 70% belast gebruik (zie Besluit ‘Levering en verhuur van onroerende zaken’(19 september 2013, nr. BLKB 13/1686M), (bijvoorbeeld voor arbodiensten, reisbureaus, postvervoersbedrijven en openbare radio-en televisieorganisaties).

Een koper van een onroerende zaak dient te verklaren dat hij in het boekjaar van levering en het daaropvolgende boekjaar heeft voldaan aan deze 90%-norm. Dit dient te gebeuren binnen vier weken na afloop van deze periode. Voor onroerende zaken waarbij in 2014 is geopteerd voor een belaste levering, dient de koper dus uiterlijk 28 januari 2016 deze 90%-verklaring af te geven. Indien de onroerende zaak niet in het boekjaar van levering of het daaropvolgende boekjaar in gebruik is genomen, vervalt de optie. Op basis van een goedkeuring van de staatssecretaris van Financiën mag deze referentieperiode onder voorwaarden worden opgeschort indien als gevolg van werkzaamheden aan de onroerende zaak deze niet door de koper in gebruik is genomen voor het einde van de referentieperiode.

In geval van belaste verhuur dient de huurder aan het eind van elk boekjaar na te gaan of hij dat boekjaar aan de 90%-norm heeft voldaan. Indien hij hieraan niet heeft voldaan, dient hij dit binnen vier weken na afloop van het boekjaar te melden bij de verhuurder en de inspecteur van de huurder. Vervolgens moet de btw worden gecorrigeerd (tenzij het niet voldoen aan de 90% norm onverwacht en eenmalig is) en moet de huursom worden aangepast indien en voor zover het huurcontract daarin voorziet.

Correcties eerdere tijdvakken

Correcties van over eerdere tijdvakken gedane btw-aangiften dienen te worden verwerkt in een afzonderlijke suppletieaangifte. Hiervoor is een digitaal formulier opgesteld. Sinds 1 januari 2012 zijn ondernemers verplicht om onjuist ingediende aangiften omzetbelasting te suppleren of zelf te herstellen, formeel zodra het de ondernemer bekend is dat hij een btw-correctie moet aanbrengen (art. 10a AWR; art. 15 Uitv.besl. OB 1968). Bij relatief kleine correcties gedurende het jaar wordt in beginsel geaccepteerd dat deze tezamen in één suppletieaangifte voor het gehele jaar worden gecorrigeerd. Bedraagt de suppletie in totaal minder dan € 1.000 btw (te ontvangen of te betalen), dan mag de suppletie worden verwerkt in de eerstvolgende aangifte. De suppletieaangifte voor het jaar 2015 moet bij voorkeur vóór 1 april 2016 worden ingediend. Bij indiening vóór 1 april 2016 hoeft geen belastingrente te worden betaald. Wel is het mogelijk dat een verzuimboete door de belastingdienst wordt opgelegd. Bij indiening vanaf 1 april 2016 moet wel belastingrente worden betaald en bestaat de mogelijkheid dat de belastingdienst een vergrijpboete oplegt.

Buitenlandse btw en verlegging

Indien diensten door een in het buitenland gevestigde ondernemer aan een zorginstelling (in Nederland) worden verricht, dan wordt de btw in principe verlegd aan de zorginstelling. Dit betekent dat de dienstverrichter geen btw vermeldt op de factuur en de zorginstelling deze btw zelf dient aan te geven en te voldoen aan de Belastingdienst.

Hierop bestaat een uitzondering indien de prestatie plaatsvindt in het buitenland. Denk hierbij bijvoorbeeld aan horecauitgaven, hotelovernachtingen, autohuur korter dan 30 dagen en toegang tot buitenlandse beurzen, conferenties en evenementen. De leverancier dient in dat geval in principe buitenlandse btw op de factuur te vermelden en de zorginstelling hoeft hierover geen Nederlandse btw te voldoen.

Een vergelijkbare situatie doet zich voor bij goederen die vanuit het buitenland (EU-lidstaten) worden geleverd aan een zorginstelling (in Nederland). De buitenlandse leverancier dient bij levering van deze goederen 0% btw te vermelden op de factuur. De zorginstelling dient vanwege de zogenaamde ‘verwerving’ van de goederen in Nederland de btw aan te geven en te voldoen aan de Belastingdienst.

Bepaalde prestaties vanuit het buitenland zijn vrijgesteld van btw. In dat geval is de heffing weliswaar verlegd aan de zorginstelling en dient de leverancier geen btw op de factuur te vermelden, maar hoeft de zorginstelling geen btw aan te geven en te voldoen aan de Belastingdienst.

Wanneer de buitenlandse leverancier ten onrechte buitenlandse btw op de factuur vermeldt terwijl deze btw verlegd is dient de zorginstelling in principe de btw (nogmaals) te voldoen. Hierdoor ontstaat de situatie dat tweemaal btw wordt voldaan, namelijk buitenlandse btw aan de leverancier en Nederlandse btw aan de Belastingdienst.

Het is daarom van belang dat de buitenlandse leverancier weet dat er geen buitenlandse btw op de factuur vermeld moet worden. Dit wordt gedaan doordat het btw-identificatienummer van de zorginstelling kenbaar wordt gemaakt.

Wij raden u aan na te gaan of de buitenlandse facturen op de juiste wijze worden behandeld dan wel op welke wijze de administratie ingericht kan worden om de buitenlandse facturen te ondervangen.

ICT en verlegging

In binnenlandse verhoudingen kan er ook sprake zijn van verlegging. Indien er een levering van plaatsvindt van elektronische apparatuur aan een ondernemer, is de afnemer btw verschuldigd. De leverancier mag dan geen btw in rekening brengen aan zijn afnemer. De afnemer moet de btw aangeven in de aangifte en kan afhankelijk van haar aftrekrecht de btw in de aangifte terugvragen. De verleggingsregeling ziet op leveringen tussen in Nederland gevestigde ondernemers vanaf € 10.000 per soort goed, per levering. De regeling heeft betrekking op de volgende elektronische apparatuur: mobiele telefoons, geïntegreerde schakelingen, spelcomputers, tablet, pc’s en laptops.

Wijzigingen btw en overdrachtsbelasting met ingang van 2016

In het Belastingplan 2016 en aanverwante wetsvoorstellen heeft de staatssecretaris van Financiën een aantal relevante btw- en overdrachtsbelastingwijzigingen per 1 januari 2016 aangekondigd. Deze wetsvoorstellen zijn inmiddels aanvaard door de Tweede Kamer, maar moeten nog worden goedgekeurd door de Eerste Kamer. Wij verwachten dat de Eerste Kamer hier op korte termijn duidelijkheid over zal verschaffen.

Btw-vrijstelling voor coördinatie

Het Ministerie van VWS en zorgverzekeraars stimuleren sinds enige jaren ‘ketenzorg’, waarbij bepaalde gecompliceerde zorgketens rondom de patiënt worden georganiseerd. Uit rechtspraak blijkt dat in de situatie waarin een coördinerende stichting per patiënt een bedrag ontvangt van de zorgverzekeraars voor overheadkosten, sprake is van een btw-belaste administratiedienst. De rechter ziet daarbij geen ruimte voor toepassing van een btw-zorgvrijstelling.

Inmiddels is bekend geworden dat per 1-1-2016 mogelijk een btw-vrijstelling zal worden ingevoerd voor coördinerende werkzaamheden van (zogenoemde eerstelijns-) zorggroepen en geboortezorgcentra. Het invoeren van de vrijstelling maakt deel uit van een door de Tweede Kamer aangenomen amendement bij het Belastingplan 2016. Dit Belastingplan 2016 moet nog door de Eerste Kamer worden aangenomen.

Einde erfpachtconstructies

Met ingang van 1 januari 2016 komt een einde aan de mogelijkheid om te profiteren van overdrachtsbelastingvoordelen in geval in plaats van sale en lease back onroerend goed wordt overgedragen onder voorbehoud van een erfpachtrecht door de verkoper. De maatstaf van heffing voor de overdrachtsbelasting zal in dergelijke gevallen niet meer verminderd kunnen worden met de waarde van het erfpachtrecht. De reden voor deze wijziging is dat sale en lease back waarbij dit voordeel niet kan worden behaald economisch gelijk is aan een overdracht onder voorbehoud van een erfpachtrecht. Indien u nog gebruik wil maken van de voordelen van een erfpachtrechtconstructie is het dus zaak de overdracht voor 1 januari 2016 te laten plaatsvinden.

Einde overgangsregeling koop-/aannemingsovereenkomsten

In het verleden gold voor koop-/aannemingsovereenkomsten dat de verkoop van de grond en de bouw van een opstal werden gezien als twee afzonderlijke prestaties voor de btw. Door eerst de grond te verkopen in de overdrachtsbelastingsfeer kon een voordeel worden behaald van het verschil tussen de btw en overdrachtsbelasting op de verkoopprijs van de grond.

In verband met een arrest van de Hoge Raad is in het vastgoedbesluit uit 2013 een einde gekomen aan deze mogelijkheid en wordt een koop-/aannemingsovereenkomst gezien als één prestatie, zijnde de levering van een nieuwe onroerende zaak, die volledig belast is met btw. Bij wijze van overgangsregeling is het nog wel mogelijk om de verkoop van de grond als afzonderlijke prestatie te beschouwen tot 1 januari 2016 indien aan een aantal voorwaarden is voldaan. Indien u gebruik maakt van deze overgangsregeling is het zaak dat voor 1 januari 2016 zowel de grond is geleverd als de aannemingswerkzaamheden zijn voltooid. 

Meer weten?

Wilt u meer weten over eindejaarstips btw voor zorginstellingen? Neemt u dan contact op met Harmen-Jan Dijkstra via +31 (0)88 2883354 of Maria van Helden via +31 (0)882885764.

Vond u dit nuttig?