Onterechte fiscale eenheid omzetbelasting met schoonmaak BV mag in stand blijven

Nieuws

Onterechte fiscale eenheid omzetbelasting met schoonmaak BV mag in stand blijven

Onlangs heeft de Rechtbank Zeeland-West Brabant uitspraak gedaan in de zaak van een ziekenhuis die een fiscale eenheid heeft gevormd met een facilitaire BV. Hoewel naar de mening van de rechtbank van meet af aan niet aan de voorwaarden is voldaan, kunnen partijen vertrouwen ontlenen aan de afgegeven beschikking.

Feiten

In de onderhavige zaak is sprake van een BV, die facilitaire diensten verleent aan een ziekenhuis. De aandelen in deze BV worden voor 51% gehouden door datzelfde ziekenhuis en voor 49% door een extern schoonmaakbedrijf. De enig bestuurder van deze BV was tevens als manager facilitair bedrijf in dienst bij het ziekenhuis. Op verzoek van de BV en het ziekenhuis heeft de Belastingdienst in 2007 een beschikking fiscale eenheid omzetbelasting afgegeven.

In 2012 heeft de Belastingdienst nadere informatie opgevraagd en zich op het standpunt gesteld dat van meet af aan niet is voldaan aan de voorwaarden voor vorming van een fiscale eenheid. Om die reden heeft de Belastingdienst een naheffingsaanslag opgelegd voor de niet voldane btw over onderlinge diensten tussen de BV en het ziekenhuis.

In geschil is het antwoord op de vraag of de BV en het ziekenhuis voldoen aan de voorwaarden voor het vormen van een fiscale eenheid omzetbelasting en zo niet, of partijen een rechtsgeldig beroep kunnen doen op het vertrouwensbeginsel in verband met de afgifte van een beschikking door de Belastingdienst.

Overwegingen Rechtbank

De rechtbank overweegt dat voldaan wordt aan alle voorwaarden voor vorming van een fiscale eenheid, met uitzondering van de eis van organisatorische verwevenheid. Het enkele gegeven dat de bestuurder van de BV als werknemer van het ziekenhuis ten opzichte van het ziekenhuis in een positie van ondergeschiktheid verkeerde, maakt hem naar het oordeel van de rechtbank namelijk niet automatisch ondergeschikt aan het ziekenhuis in zijn rol van bestuurder van de BV.

Desondanks oordeelt de rechtbank dat de naheffingsaanslag niet in stand kan blijven nu de BV en het ziekenhuis – gelet op de afgegeven beschikking fiscale eenheid – van het bestaan van een fiscale eenheid tussen hen beiden mochten uitgaan. De omstandigheid dat de beschikking onterecht – en ongeclausuleerd – is afgegeven doordat de Belastingdienst geen kennis heeft genomen van relevante stukken, komt voor rekening en risico van de Belastingdienst. Er rust op belastingplichtigen geen verplichting om relevante stukken bij te voegen bij het verzoek om afgifte van een beschikking fiscale eenheid.

Gevolgen voor de praktijk

Uit de uitspraak van de rechtbank blijkt dat belastingplichtigen in vergaande mate mogen vertrouwen op een door de Belastingdienst afgegeven beschikking fiscale eenheid, ook indien de vorming van een fiscale eenheid van meet af aan onterecht was. De Belastingdienst dient zelf – bij het afgeven van de beschikking – te onderzoeken of daadwerkelijk wordt voldaan aan de vereisten die hieraan worden gesteld. Richting de toekomst kan de Belastingdienst uiteraard wel zijn standpunt wijzigen en de beschikking fiscale eenheid intrekken.

Indien uw organisatie een soortgelijke discussie heeft, denken wij graag me u mee over de mogelijkheden in uw specifieke geval.

Meer weten over een beschikking fiscale eenheid omzetbelasting?

Wilt u meer weten over een beschikking fiscale eenheid omzetbelasting? Neem dan contact op met Martin Kuijpers via +31 (0)88 288 7683

Vond u dit nuttig?