Betere aansluiting tussen arbeidsmarkt en onderwijs

Opinie

Betere aansluiting tussen arbeidsmarkt en onderwijs

Op zoek naar zonnestralen in de mist

De wijze waarop wij werken en onderwijs consumeren verandert enorm. Over de vraag hoe die wisselwerking kan worden verbeterd, organiseerden Deloitte en de Amsterdam Economic Board een gesprek met het hoger onderwijs en bedrijfsleven. In deze blog leest u over een toegenomen ‘mist’ en hoe de student in 2025 via welke opleiders zijn loopbaan uitstippelt.

Sjoerd van der Smissen - 4 februari 2016

Technologie is een belangrijke driver van de vele ontwikkelingen op het gebied van arbeidsmarkt en onderwijs. Ook internationalisering en multiculturaliteit spelen een belangrijke rol. In die zin is technologie een relatieve factor in een veel bredere scope van invloeden. De vraag luidt dan ook waarop we moeten inzetten en of we daarmee, bijvoorbeeld als onderwijsinstelling, niet te laat of juist te vroeg zijn.


Wisselwerking

Vaak wordt gesteld dat door technologische ontwikkelingen veel banen verloren gaan, maar dat ligt genuanceerder. Feit is dat de wijze waarop wij werken en onderwijs consumeren enorm verandert. Over de vraag hoe die wisselwerking kan worden verbeterd organiseerden Deloitte en de Amsterdam Economic Board een gesprek met stakeholders uit het hoger onderwijs en het bedrijfsleven. Zij signaleerden in eerste instantie een toegenomen ‘mist’, gelet op de vele en in snel tempo optredende ontwikkelingen.


Keuzes maken

Niets doen is geen optie. We moeten experimenteren om begaanbare routes te ontdekken om de ‘zonnestralen in de mist’ te vinden. Nieuwe technologieën en de sociale componenten daarin blijven soms eerst achter bij de verwachtingen, om daarna snel vaart te maken. We moeten ons niet door zo’n golf laten overspoelen maar deze leren berijden. Samenwerking tussen decisionmakers en changemakers zal hierbij z’n vruchten afwerpen; waar zij elkaar vinden ontstaat energie. Mist klaart op zodra er vertrouwen en verbinding is tussen mensen in relatie tot al die ongekende mogelijkheden.


Nieuwe vaardigheden en skills

Technologie ontwikkelt zich razendsnel. Dat vraagt om nog meer nadruk op (leer)vaardigheden en skills en minder op kennisoverdracht, wat aanpassing van de onderwijsprogrammering vergt. Die aanpassing zal lang niet voor alle opleidingen even snel nodig zijn, maar het betekent op termijn wel verandering in de manier waarop wij onderwijs aanbieden. Een voorbeeld is Singularity University; hoewel geen geaccrediteerde instelling is de waarde van een diploma hiervan wel degelijk relevant. Ook het aanbod van part time courses en trainingen in digital transformation skills bij bedrijven groeit hard. De vraag is of accreditatie hiervoor nog relevant is.


Continue educatie

Technologie creëert nieuwe banen. Ook de aard hiervan verandert, onder meer door robotics. Hoe reageert het onderwijs hierop? ‘Wij leiden op voor beroepen die nog niet bestaan’, beweert het mbo. Intussen flexibiliseert de arbeidsmarkt verder en zijn er steeds minder vaste contracten, laat staan een baan voor het leven. De nieuwe werknemers verwachten continue educatie van hun werkgever en dat zet druk op arbeidsrelaties. Jongere generaties kijken anders naar de work-life balans en hechten meer aan ontwikkeling. Maar de toenemende automatisering treft ook een aanzienlijke groep die de awareness en middelen niet heeft om zich te ontwikkelen. Actie vanuit de politiek is hierbij vereist.


‘Skills gap’

Onderzoek van Deloitte en de OECD naar jeugdwerkloosheid benoemt een ‘skills gap’ als belangrijke oorzaak. Opvallend is de hoge werkloosheid onder allochtone jongeren, zelfs bij hetzelfde opleidingsniveau als hun autochtone leeftijdsgenoten. Jongeren leren wel (kennis) maar hoe verwerven ze sociale vaardigheden (skills); zijn dat skills die bijvoorbeeld universiteiten moeten aanbieden? Hogeschool en universiteit zouden maatschappelijk gezien complementair moeten zijn maar concurreren eerder met elkaar. Er is wel meer aandacht voor skills, zoals het verleggen van de passieve toets naar het schrijven van papers, maar de echte slag is nog niet gemaakt. Met name allochtoon talent zou gebaat zijn bij meer én eerdere aandacht voor social skills en eventuele taalinsufficiëntie.


Nieuwe opleiders

De student in 2025 stippelt naar verwachting een loopbaan uit in plaats van een studie, bestaande uit een deel werk en een deel opleiding. Onderwijsorganisaties bieden de specialiteiten waar ze goed in zijn terwijl andere vraagstukken in het opleidingstraject, zoals bepaalde skills, worden aangeboden door daarin gespecialiseerde bedrijven. Deloitte voorziet dat in 2025 opleiding niet meer het exclusieve domein is voor onderwijsinstellingen maar ook voor werkgevers en nieuwe toetreders. Het is interessant hoe de verhouding zal worden tussen ‘learning accelerators’ en vertrouwde instituten zoals de universiteit.


Optrekkende mist

De student van de (nabije) toekomst kan het zich veroorloven tussendoor andere dingen te doen; niet alleen een reis maken maar ook het geld verdienen voor een volgende fase van de studie. Wie zet echter straks het woord diploma op ‘her en der’ behaalde certificaten? Dat lijkt een mooie uitdaging voor bedrijven en onderwijsinstellingen gezamenlijk. Wettelijke regels zitten dat nu nog deels in de weg. Zodra hierin beweging komt ontstaat ruimte voor een meer consumptieve kijk op het hoger onderwijs en zal de eerder genoemde mist langzaam maar zeker optrekken.


Meer weten over Arbeidsmarkt en Onderwijs?

Wilt u meer weten over Arbeidsmarkt en Onderwijs? Neem dan contact op met Sjoerd van der Smissen via +31 (0)88 288 1159 of Hans Teuben via +31 (0)88 288 2006

Vond u dit nuttig?