Belastingdienst geeft zekerheid over fiscale duiding leningenruil Vestia

Article

Belastingdienst geeft zekerheid over fiscale duiding leningenruil Vestia

Op 8 juli heeft Minister Ollongren de tussenrapportage van de bestuurlijk regisseur leningenruil over de uitwerking van de Vestia-oplossing aan de Tweede Kamer gestuurd.

Bevestiging Belastingdienst

Deze tussenrapportage bevat onder meer de bevestiging van de Belastingdienst dat de beoogde verwerking in de vennootschapsbelasting van de leningenruil gevolgd zal worden. Voorwaarde van de fiscus voor dit akkoord is dat de fiscale gevolgen van de leningenruil en de varianten daarop in de vorm van een fiscale paragraaf onderdeel worden van de bestuurlijke overeenkomst tussen Vestia en de andere corporaties. Hiermee committeert iedere ondertekenende en dus in de leningenruil participerende corporatie zich aan deze uitkomst en hoeven geen nieuwe discussies met lokale Vpb-inspecteurs gevoerd te worden over de fiscale verwerking.

Fiscale verwerking inhoudelijk

De Belastingdienst is binnen dit kader akkoord met een fiscale verwerking die in hoofdlijnen aansluit bij de commerciële verwerking.

  1. In de variant leningenruil betekent dit het volgende:
    De corporatie neemt de tranche van de Vestia-lening op de balans op tegen de reële waarde (conform commercieel), door op de passiefzijde van de balans naast de lening op nominale waarde een bedrag aan agio op te nemen. De agiopost ziet op het verschil tussen de reële waarde en de nominale waarde.

  2. Commercieel wordt de vorming van de agiopost in eens ten laste van het resultaat geboekt als ‘overige organisatiekosten’. De Belastingdienst heeft laten weten hier fiscaal niet volledig in mee te kunnen gaan, maar wel akkoord te gaan met een aftrek van 50% in 2021 en 50% in 2022. Per eind 2021 ontstaat derhalve een verschil commercieel/fiscaal, dat er in 2022 weer uitloopt. De Belastingdienst heeft bevestigd dat deze last voor de renteaftrekbeperking van ATAD 1 niet als rentelast kwalificeert, maar als volkshuisvestelijke bijdrage / overige bedrijfslast (onderdeel van de fiscale EBITDA). Deze last is derhalve niet in aftrek beperkt door de renteaftrekbeperking.

  3. Na eerste verwerking van de lening op (per saldo) reële waarde wordt deze gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs (conform commercieel). Amortisatie gebeurt commercieel in principe tegen de effectieve rentemethode. De Belastingdienst heeft bevestigd dat toepassing van de effectieve rentemethode in dit kader voor fiscale doeleinden kan worden gevolgd. De amortisatie leidt jaarlijks tot een bate. In feite wordt de betaalde (hoge) rente op de overgenomen tranche van de Vestia-lening door deze bate gecorrigeerd naar de marktrente (inclusief contante waarde-effect). De Belastingdienst heeft bevestigd dat de jaarlijkse vrijvalbate als rente voor de renteaftrekbeperking van ATAD 1 kwalificeert. Per saldo wordt hierdoor dus alleen de (lage) huidige marktrente als rente in aanmerking genomen voor de renteaftrekbeperking en niet slechts de (hoge) betaalde contractrente.

  4. Mocht de corporatie besluiten de overgenomen tranche van de Vestia-lening direct af te lossen (met boeterente), dan kan de vrijval van het agio voor de renteaftrekbeperking van ATAD 1 als rentebate gesaldeerd worden met de rentelast bestaande uit de boeterente. 

In de variant contante afkoop betekent dit het volgende:

  1. De corporatie betaalt een bedrag aan Vestia en boekt dit commercieel als ‘overige organisatiekosten’. Fiscaal kan dit worden gevolgd, alleen dient de aftrek verdeeld te worden over 2021 (50%) en 2022 (50%) en kwalificeert de last niet als rentelast voor de renteaftrekbeperking van ATAD 1. Per eind 2021 ontstaat derhalve een verschil commercieel/fiscaal, dat er in 2022 weer uitloopt.

  2. Een uitgebreidere uitwerking van het voorgaande is gepubliceerd in de genoemde tussenrapportage, op pagina 90-95.

In de bijlagen bij deze rapportage is tevens de schriftelijke bevestiging van de Belastingdienst opgenomen. Ook is een analyse van Ernst & Young Belastingadviseurs LLP als niet bij het afstemmingstraject met de Belastingdienst betrokken adviseur over de fiscale aspecten van de leningenruil opgenomen. Hierin concluderen zij dat de fiscale gevolgen van de leningenruil neutraal zijn en voor de sector als geheel waarschijnlijk zelfs positief.

Vervolg

Op 30 juni 2021 hebben partijen (onder meer Aedes en Vestia) het akkoord getekend om verder te gaan met de uitwerking van de structurele oplossing. De bevestiging van de Belastingdienst over de fiscale gevolgen was een belangrijke tussenstap die nodig was om tot dit akkoord te komen.
Partijen beogen de leningenruil in 2021 te realiseren. De fiscale paragraaf zal naar verwachting worden opgenomen in een raamovereenkomst, die de basis zal zijn voor de uitwerking in individuele overeenkomsten.

Did you find this useful?