Sturen op rendement én kwaliteit

Opinie

Sturen op rendement én kwaliteit

Ontwikkelingen en oplossingen voor het onderwijs

Op 11 april werd het Maagdenhuis ontruimd, nadat de media wekenlang bol stonden van de protesten van studenten en docenten. Hoe kunnen we deze protesten plaatsen in de ontwikkelingen in het huidige onderwijs en welke oplossingen zijn er voorhanden?

Sjoerd van der Smissen - 24 april 2015

Meer doen met minder geld

De protesten komen niet uit de lucht vallen. Onderwijsinstellingen staan al jaren voor een dilemma: er moet meer worden gedaan met minder geld. Door ontwikkelingen zoals de vergrijzing hebben collectieve zorg en sociale zekerheid een steeds groter aandeel in de Rijksbegroting en de toenemende onrust in de wereld zorgt ervoor dat ook defensie in de toekomst meer budget vraagt.


Rekening voor studenten

Gevolg: minder fondsen voor het onderwijs. De rekening daarvoor wordt deels aan studenten gepresenteerd. Het leenstelsel is aangepast en alleen nog de eerste bacheloropleiding wordt bekostigd – met een lening die uiteindelijk ook weer door de student wordt betaald.


Rendementsdenken

Daar komt bij dat veel studenten en docenten van mening zijn dat de kwaliteit van het onderwijs afneemt door de invoering van het rendementsdenken of ‘new public management’, een Angelsaksisch georiënteerd prestatiemodel voor de publieke sector. Hierbij wordt vooral gestuurd op kritische prestatie-indicatoren (kpi’s).


Kwaliteit verbeteren

Nu is sturen op rendement op zich een goede zaak, want dat mag best omhoog. Maar dit sturen lijkt nu te veel los te staan van de wens om de kwaliteit van onderwijs te verbeteren, ook om internationaal te kunnen blijven concurreren. Het nadeel ervan is immers dat dit “strategisch gedrag” uitlokt: er is een prikkel om minder getalenteerde studenten, studenten met sociale problemen en herkansers te ontmoedigen. Ook kan een dergelijk model kwaliteitsvervaging in de hand werken om de gestelde “targets” te behalen.


Knelpunten bij toezicht op kwaliteit

Op de kwaliteit van het onderwijs en onderzoek wordt toegezien door middel van de instellingstoets kwaliteitszorg en de opleidingsbeoordeling van de NVAO. Daarover bestaan irritaties. Bijvoorbeeld over de administratieve lastendruk – en het vertrouwen dat instellingen willen krijgen dat zij zelf óók streven naar kwaliteit. Daarbij hinkt het beoordelingsstelsel op twee gedachten. De NVAO wil niet alleen een kwaliteitsbeoordeling, maar tegelijkertijd een lerend proces. In de praktijk zijn deze doelstellingen soms lastig te verenigen.
Ook zouden beoordelingen meer aandacht moeten besteden aan excellentie in plaats van aan het sec voldoen aan de basiskwaliteit.

Wat in elk geval blijkt uit de protesten in Amsterdam, is dat een nominaal doorlopen studietraject niet overal wordt gezien als kwaliteitscriterium. Daarmee lopen we internationaal gezien uit de pas. Tegelijkertijd moeten we kunnen borgen dat kwaliteit en een acceptabel rendement hand in hand (kunnen) gaan. Daarvoor is een systeem van ‘checks & balances’ nodig. Hiermee kan worden getoetst of een instelling beschikt over systemen die toezien op een studeerbaar programma van voldoende niveau – en of deze ook daadwerkelijk in gebruik zijn. De huidige focus op bewijslast door een opleiding wordt hierbij bij voorkeur verminderd.


Arbeidsmarkt

Een ander punt waarop de kwalititeit zou moeten verbeteren, is de aansluiting op of relevantie voor de arbeidsmarkt. Een punt dat in het HBO en MBO al expliciet aandacht krijgt. Verder zou meer ruimte moeten komen voor het waarderen van innovatie. Opleidingen die werken met innovatieve programma’s in plaats van traditionele onderwijsvormen passen maar lastig in het beoordelingskader.


Transparantie

En dan is er nog de factor transparantie. Wij leven – gelukkig - in een land waarin transparantie en democratie voor jongeren vanzelfsprekend zijn. Zij vinden het dan ook onbegrijpelijk dat er een groeiende hoeveelheid informatie is, maar dat deze in hun ogen niet leidt tot meer transparantie en democratie in het beleid van onderwijsinstellingen.


Maatschappelijke meerwaarde

Als stakeholders van het hoger onderwijs hadden zij, samen met de sociale partners, graag meer betrokken willen worden bij bestuurlijke vragen zoals: wat gaan we doen, hoe gaan we dat doen en waarom. Dat past misschien ook wel beter bij het sociale stelsel in Nederland, dat eerder Rijnlands dan Angelsaksisch is - gericht op samenwerking, op het creëren van oplossingen en maatschappelijke meerwaarde vanuit een gezamenlijk belang.


Dan maar sluiten?

Het is te gemakkelijk om te stellen dat inspraak in het sluiten van vestigingen of opleidingen de oplossing is. De protesten richten zich immers voor een belangrijk deel op de voorgestelde bezuinigingen en het sluiten van opleidingen en locaties. Er vindt hoe dan ook financiële sturing plaats door de verdeling van rijksmiddelen. Voor kleine en niet rendabele opleidingen en specifieke groepen studenten worden geen extra middelen toegekend. Dat het bestuur van een instelling daarop acteert, is dan ook niet meer dan logisch.


Oplossingen

Wat kunnen we dan wel doen om het tij te keren? Oplossingen kunnen liggen in het maken van keuzes op nationaal niveau: welke kleinere opleidingen kunnen vanuit welke universiteit worden aangeboden zodat het totaalaanbod niet te veel verschraalt? De vraag is echter meer principieel of alle opleidingen toch nog ergens in ons land moeten worden aangeboden. Is er bijvoorbeeld behoefte aan onderzoek op specifieke terreinen?


Bredere bacheloropleiding

In de jaren 90 hebben instellingen in overleg afspraken gemaakt over het aanbieden van kleine opleidingen aan één Nederlandse instelling.Een andere oplossing is uiteraard het samenvoegen van kleinere opleidingen in een bredere bacheloropleiding. Of daarmee kwaliteit en diepgang kunnen worden geleverd is zeer de vraag. Kortom: er moet een duidelijke keuze worden gemaakt voor unidisciplinaire diepgang, of breed en interdisciplinair.


Meer doen met data

Tot slot ligt er een kans om de beschikbare data niet alleen transparant te maken, maar ook in te zetten om studenten te begeleiden in hun studiekeuze en -loopbaan. Deloitte heeft recentelijk een project Student Analytics gedaan voor een Nederlandse universiteit om uitval en studieresultaten beter in beeld te krijgen. Op basis daarvan konden we gezamenlijk een aanpak ontwikkelen waarmee deze universiteit een proactieve, gerichte voorlichting en studiebegeleiding kan aanbieden.

De mogelijkheden van data zijn eindeloos, ook voor het onderwijs. Zo kan er nog beter worden gestuurd op kwaliteit en worden studentenprotesten weer een verschijnsel uit een ver verleden.

Deze tekst is de eerste in een serie blogs over onderwijs en onderzoek. In onze publicatie ‘Grenzen verleggen in een veranderend speelveld – Wereldwijde trends en de implicaties voor onderwijs en onderzoek’ leest u meer.


Meer weten?

Wilt u meer weten over trends en ontwikkelingen in het onderwijs? Neem dan contact op met Sjoerd van der Smissen via +31 (0)6 5204 8278.

Wereldwijde trends en de implicaties voor onderwijs en onderzoek
Vond u dit nuttig?