Tax Alert Onderwijsinstellingen

Nieuws

Tax Alert Onderwijsinstellingen

Graag informeren wij u over de actualiteiten op het gebied van de btw, loonheffingen en aanverwante zaken.

July 2018

Inhoudsopgave

  1. Praktijkervaring: de top 3 meest voorkomende fouten in de WNT-verantwoording gesignaleerd door onze WNT-specialisten
  2. Risicoanalyse in het kader van het proactief WNT-toezicht
  3. Wet DBA: toezichtsplan voor handhaving kwaadwillenden
  4. 30%-regeling verkort naar 5 jaar
  5. BTW – Hof den Bosch stelt prejudiciële vraag of commissaris btw-ondernemer is
  6. BTW - onderwijsstichting en schoonmaak-BV vormen fiscale eenheid voor de btw aldus rechtbank
  7. Sociale zekerheid – korte nieuwsflitsen 
  8. Meer informatie

1. Praktijkervaring: de top 3 meest voorkomende fouten in de WNT-verantwoording gesignaleerd door onze WNT-specialisten

De Wet Normering Topinkomens (hierna WNT) is op 1 januari 2013 in werking getreden. In de eerste vijf jaar van haar bestaan is deze wet voortdurend in ontwikkeling geweest en al vier keer gewijzigd. Tezamen met de op de WNT gebaseerde talloze uitvoeringsbesluiten, uitvoeringsregelingen, controleprotocollen en beleidsregels is het niet de meest eenvoudige wetgeving. Het is dus geen wonder dat onze WNT-specialisten nog regelmatig fouten constateren indien zij de WNT-beoordelingen van onze klanten controleren. Ter informatie en lering hebben wij de drie meest voorkomende fouten bij onderwijsinstellingen hieronder voor u op een rijtje gezet:

  1. de premie voor de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering is niet verwerkt in de salarisadministratie en tevens niet aangewezen als eindheffingsbestanddeel onder de werkkostenregeling;
  2. toezichthouders worden via de salarisadministratie verloond maar hebben niet gekozen voor opting-in;
  3. er heeft te veel afbouw van de bezoldiging van de topfunctionarissen plaatsgevonden, nu er geen rekening is gehouden met vrijwillige verlaging. 

Wij gaan hieronder nader in op de achtergrond van deze fouten.

Bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering
Indien de werkgever de premie voor de bestuurdersaansprakelijk-heidsverzekering ten aanzien van de topfunctionaris betaalt, vormt dit loon voor de topfunctionaris. De instelling kan ervoor kiezen deze premie als eindheffingsloon onder de werkkostenregeling aan te wijzen. De premie komt dan ten laste van de vrije ruimte en hoeft door deze aanwijzing niet verloond te worden via de salarisadministratie. Is de premie aangewezen als eindheffingsloon onder de werkkostenregeling, dan telt deze vergoeding voor de WNT niet mee als bezoldiging. Nog regelmatig stellen wij vast dat de premie niet is verloond via de salarisadministratie en tevens niet is aangewezen als eindheffingsloon onder de werkkostenregeling. Dit heeft tot gevolg dat de premie alsnog met terugwerkende kracht dient te worden verloond in het beoordelingsjaar (vaak gebruteerd) en dient te worden toegerekend aan de bezoldiging voor de WNT.

Zorg ervoor dat u voor het jaar 2018 deze premie aanwijst als eindheffingsloon voor de werkkostenregeling, als het niet de bedoeling is deze premie te verlonen. Alleen dan hoeft deze premie niet tot de bezoldiging voor de WNT gerekend te worden.

Opting-in
Vóór 1 januari 2017 werd de arbeidsrelatie tussen een onderneming en haar toezichthouder of commissaris (hierna: toezichthouder) aangemerkt als een fictieve dienstbetrekking. Als hoofdregel werd de toezichthouder via de salarisadministratie uitbetaald. Door het vervallen van de fictieve dienstbetrekking per 1 januari 2017 is de hoofdregel dat toezichthouders buiten de aangifte loonheffingen om betaald moeten worden, tenzij gebruik wordt gemaakt van de opting-in regeling. Dus, vanaf deze datum is het alleen mogelijk om toezichthouders te blijven verlonen via de loonadministratie indien gebruik wordt gemaakt van de opting-in regeling.

Indien een toezichthouder niet voor de opting-in regeling kiest, vindt verloning via de salarisadministratie onterecht plaats. Werkgever en toezichthouder dienen dan – zowel voor het verleden als voor de toekomst – afspraken te maken met de toezichthouders over hoe zij wensen te continueren met betrekking tot de uitbetaling aan de toezichthouder. Toepassen van de opting-in regeling kan (onder voorwaarden binnen een kalenderjaar met terugwerkende kracht) worden gemeld aan de Belastingdienst via het formulier ‘verklaring opting-in’.

Afbouw en vrijwillige verlaging
Na afloop van de periode van het overgangsrecht (normaliter vier jaar) waarin bestaande bezoldigingsafspraken worden gerespecteerd, is het startpunt voor de afbouw van de bezoldiging in beginsel de bezoldiging die in het voorgaande kalenderjaar daadwerkelijk is ontvangen. Aanspraken die niet ten gelde zijn gemaakt worden daarbij niet meegenomen.

Een eerdere vrijwillige verlaging van de bezoldiging van een topfunctionaris of het vrijwillig afzien van de verhoging van de bezoldiging waar een topfunctionaris onder het overgangsrecht recht op had, zou leiden tot nadelige gevolgen voor de topfunctionaris. De betreffende topfunctionaris zal de bezoldiging in dat geval sneller moeten afbouwen, dan een topfunctionaris waarvan de bezoldiging niet vrijwillig is verlaagd. In het nieuw toegevoegde artikel 11a Beleidsregels WNT 2018 is hiervoor de volgende oplossing gevonden:

Ingeval van vrijwillige verlaging, mag bij de berekening van afbouw worden uitgegaan van de hoogste bezoldiging die in enig van de vijf kalenderjaren voorafgaand aan het eerste afbouwjaar werd genoten (waarbij, voor zover van toepassing, kalenderjaar 2012 is uitgesloten).

In dit kader wordt bijvoorbeeld de situatie dat een topfunctionaris geen compensatie heeft ontvangen in 2015 als gevolg van de aftopping van pensioen, ook aangemerkt als een vrijwillige verlaging. Met deze nieuwe regelgeving is in eerdere afbouwschema’s nog geen rekening gehouden. Wanneer deze nieuwe wetgeving gunstig is, kunnen wij voor u de afbouw berekenen waarbij rekening wordt gehouden met een eerdere vrijwillige afbouw.

Afsluiting
Herkent u een van de bovenstaande fouten en wenst u graag meer informatie te ontvangen of een analyse van uw situatie? Dan kunt u uiteraard contact opnemen met de contactpersonen onderaan deze nieuwsbrief.

2. Risicoanalyse in het kader van het proactief WNT-toezicht

Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: OCW) heeft begin mei 2018 een brief aan de Tweede Kamer verzonden over de risicoanalyse die zij in het kader van het proactief WNT-toezicht heeft uitgevoerd.

Achtergrond
Zoals hierboven reeds uiteengezet zijn de WNT en haar talloze bijbehorende regelingen in de afgelopen vijf jaar al meermaals aangepast. Het onderwijs is een prominente sector waarop de WNT van toepassing is en waarvoor bovendien speciale regels gelden. Per 1 januari 2016 is het tot dan toe in de sector onderwijs geldende systeem van sectorale bezoldigingsmaxima vervangen door een systeem met bezoldigingsklassen, waarbij de bestuurlijke complexiteit van de onderwijsinstelling leidend is voor het individuele WNT-maximum.

De bestuurlijke complexiteit wordt bepaald aan de hand van drie criteria:

  1. De totale baten
  2. Het aantal leerlingen, deelnemers en studenten
  3. Het gewogen aantal onderwijssoorten en sectoren

Voor ieder criterium krijgt de onderwijsinstelling een bepaald aantal complexiteitspunten. Het totaal aantal punten bepaalt vervolgens in welke bezoldigingsklasse de instelling valt.

Risicoanalyse
Het is de verantwoordelijkheid van de instelling om correct vast te stellen in welke bezoldigingsklasse de instelling valt. De accountant dient dit te controleren.

OCW heeft geanalyseerd of instellingen de bezoldigingsklasse in 2016 correct hebben vastgesteld. Hoewel dit bij verreweg de meeste instellingen het geval bleek te zijn, hebben iets minder dan 190 instellingen (+/-13%) een ander aantal complexiteitspunten berekend dan de regeling voorschrijft. Dit leidt niet direct tot een andere bezoldigingsklasse, nu de bezoldigingsklassen bestaan uit een bandbreedte.

Iets minder dan 60 instellingen (+/- 4%) hebben een hogere bezoldigingsklasse berekend dan de regeling voorschrijft. Dit leidt niet automatisch tot een overtreding van de WNT door de topfunctionaris omdat deze in veel gevallen een bezoldiging ontvangt die onder het door OCW berekende WNT-maximum ligt.

Vervolgacties
De Inspectie van het Onderwijs zal een aantal concrete acties aan de uitkomsten van de risicoanalyse verbinden:

  1. De Inspectie heeft de accountants verduidelijkende informatie over de ministeriele regeling toegestuurd waarin aandachtspunten worden meegegeven voor de controle.
  2. De Inspectie stuurt alle instellingen waarbij een afwijking is gevonden een algemene brief met verduidelijkende informatie over de regeling.
  3. De Inspectie stuurt de instellingen waarbij de afwijkende berekening leidt tot een hogere klasse een maatwerkbrief. In deze brief wordt de instelling opgeroepen de berekening van OCW over te nemen, foutherstel in de jaarrekening toe te passen en de Inspectie hierover te informeren, of om gemotiveerd toe te lichten waarom zij dit niet doen.

Indien een verkeerd vastgestelde bezoldigingsklasse in een specifiek geval leidt tot een bezoldiging die boven het individuele WNT-maximum ligt, dienen de instelling en de topfunctionaris ervoor te zorgen dat de topfunctionaris het te veel betaalde bedrag terugbetaalt aan de instelling. Indien dat niet gebeurt, zal de Inspectie handhavend optreden.

3. Wet DBA: toezichtsplan voor handhaving kwaadwillenden

Enige tijd geleden hebben wij u geïnformeerd over de inwerkingtreding van de wetgeving ter vervanging van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA). Volgens het regeerakkoord moet de Wet DBA worden herzien, omdat deze niet de gewenste helderheid biedt op de vraag of de zzp’er als zelfstandige of als werknemer werkzaam is.

De maatregelen in het kort
Het kabinet heeft in het regeerakkoord op het terrein van werken als zelfstandige de volgende maatregelen voorgesteld:

  1. Arbeidsovereenkomst bij laag tarief
  2. Opt-out bij een hoog tarief
  3. Opdrachtgeversverklaring bij een midden tarief

Wij wijzen u erop dat niet enkel het tarief van belang is bij het bepalen van de bovenstaande categorieën, maar tevens de duur van de overeenkomst in combinatie met de aard van de werkzaamheden (reguliere of non-reguliere werkzaamheden voor de opdrachtgever).

Per 1 juli 2018 handhaving ten aanzien van alle kwaadwillenden
Hoewel de handhaving van de Wet DBA blijft opgeschort tot in ieder geval 1 januari 2020, wordt het toezicht per 1 juli 2018 aangescherpt. Tot 1 juli 2018 handhaaft de Belastingdienst alleen bij ernstige gevallen van kwaadwillenden. Vanaf 1 juli 2018 kan de Belastingdienst handhaven bij alle vormen van kwaadwillenden. Een instelling is kwaadwillend indien aan de Belastingdienst kan bewijzen dat aan de volgende drie voorwaarden wordt voldaan:

  • Er is sprake van een (fictieve) dienstbetrekking.
  • Er is sprake van evidente schijnzelfstandigheid.
  • Er is sprake van opzettelijke schijnzelfstandigheid.

Hiertoe heeft de Belastingdienst een toezichtsplan opgesteld. In het toezichtsplan staat dat de Belastingdienst bij minimaal 100 opdrachtgevers op bezoek gaat om toezicht te houden, handhavend op te treden bij kwaadwillendheid en daarnaast inzicht te krijgen in de uitwerking van de Wet DBA. Dit laatste door met deze opdrachtgevers in gesprek te gaan over hun werkwijze met opdrachtnemers. In deze selectie zijn zowel opdrachtgevers betrokken die geen modelovereenkomst hebben voorgelegd, maar ook die wel een modelovereenkomst hebben voorgelegd (die al dan niet is goedgekeurd). De focus komt te liggen bij opdrachtgevers die nog niet in beeld zijn geweest, dan wel die nog niet werken met een goedgekeurde (model)overeenkomst. De Belastingdienst wil deze bezoeken voor het einde van 2018 afgerond hebben.

4. 30%-regeling verkort naar 5 jaar

In de eerste helft van 2017 is in opdracht van het Ministerie van Financiën de 30%-regeling op doeltreffendheid en doelmatigheid geëvalueerd. In dit kader zijn er suggesties gedaan voor aanpassingen aan de 30%-regeling, hetgeen heeft geresulteerd in een voorstel om de looptijd van de 30%-regeling met ingang van 1 januari 2019 te verkorten van acht naar vijf jaar.

Opmerkelijk is dat de verkorting van de looptijd naar 5 jaar ook van toepassing is op werknemers die momenteel al gebruikmaken van de 30%-regeling. Dit betekent dat uw instelling eind dit jaar moet vaststellen wat de resterende looptijd van bestaande 30%-regelingen is met ingang van 1 januari 2019. Het huidige voorstel gaat onderdeel uitmaken van het Belastingplan 2019 en voorziet op dit moment niet in overgangsrecht. Gegeven het feit dat de Belastingdienst momenteel al brieven aan de betreffende werknemers met een 30% regeling stuurt om hun te informeren over deze plannen, is de kans groot dat deze wetswijziging doorgaat.

De Kamer stelde de Staatssecretaris van Financiën recentelijk de vraag, of het juridisch houdbaar is om bij bestaande gevallen de looptijd van de 30%-regeling in te perken. De Staatssecretaris beantwoordde deze vraag 25 mei jl. bevestigend.

Tot slot
Onderwijsinstellingen zullen tijdig dienen te beslissen hoe zij om wensen te gaan met de aangekondigde wetswijziging. Het kan zinvol zijn om nader in gesprek te gaan met uw werknemers waaraan de 30%-regeling is toegekend en de eventuele impact voor deze werknemers in kaart te brengen.

5. BTW – Hof den Bosch stelt prejudiciële vraag of commissaris btw-ondernemer is

Op 21 juni jl. heeft gerechtshof Den Bosch (hierna: het Hof) een prejudiciële vraag gesteld aan het Europese Hof van Justitie over de btw-gevolgen van het vervullen van een commissariaat. De vraag ziet erop of een commissaris zelfstandig ondernemer is voor de btw of in een ondergeschikte positie verkeert en daarmee geen ondernemer voor de btw is.
Belanghebbende in deze zaak is lid van de Raad van Commissarissen (hierna: RvC) van een stichting. Belanghebbende werkt daarnaast in dienstbetrekking als gemeenteambtenaar. Naast het commissariaat bij de stichting heeft belanghebbende geen andere nevenfuncties.

Het Hof is van oordeel dat zoveel twijfel bestaat over de beantwoording van deze vraag, dat het zich wendt tot het Hof van Justitie. Het Hof verwijst daarbij naar het inmiddels ingetrokken standpunt van de staatssecretaris van Financiën dat commissarissen die maximaal vier commissariaten vervulden, niet werden aangemerkt als btw-ondernemer en het andersluidende standpunt van de Europese Commissie dat inhoudt dat het werk van een commissaris, ook al is het maar voor één raad, als een economische activiteit voor de btw wordt beschouwd. De Staatssecretaris heeft zijn standpunt als gevolg van een dreigende inbreukprocedure van de Commissie in 2012 ingetrokken.

Het antwoord dat het Hof van Justitie zal geven op de vraag van het Hof kan van groot belang zijn voor onderwijsinstellingen. Aangezien zij geen (volledig) recht op aftrek van voorbelasting hebben, werkt btw-heffing over de vergoeding voor commissariaten (grotendeels) kostprijsverhogend. Daarom kan het interessant zijn om contact op te nemen met uw commissarissen om hen in voorkomend geval bezwaar te laten aantekenen tegen de eigen btw-aangifte.

Indien u zelf een of meerdere commissariaten bezit, kan de uitkomst van deze procedure gevolgen voor uw btw-ondernemerschap hebben. Het kan daarom aan te bevelen zijn om bezwaar te maken tegen de eigen btw-aangifte.

6. BTW - onderwijsstichting en schoonmaak-BV vormen fiscale eenheid voor de btw aldus rechtbank

In de onlangs gepubliceerde uitspraak van rechtbank Den Haag wordt wederom bevestigd dat een onderwijsstichting (hierna: de stichting) en een schoonmaak-BV een fiscale eenheid voor de btw mogen vormen. Eerder informeerden wij u al over een vergelijkbare casus bij rechtbank Gelderland die oordeelde dat een stichting en een schoonmaak-BV een fiscale eenheid mogen vormen, hetgeen in beroep werd onderschreven door Gerechtshof Den Haag.

Omdat de stichting enig aandeelhouder van de schoonmaak-BV is, is volgens de rechtbank sprake van financiële en organisatorische verwevenheid. Dat de schoonmaak-BV zijn schoonmaakwerkzaamheden uitbesteedt aan een derde maakt dit niet anders. De schoonmaak-BV verricht uitsluitend prestaties aan de stichting. Zowel de stichting als de schoonmaak-BV zijn aan te merken als ondernemer daarmee is ook voldaan aan de vereiste voor economische verwevenheid.

Van misbruik van recht is geen sprake, omdat de constructie niet uitsluitend was opgezet om belasting te besparen maar ook om Europese aanbesteding te voorkomen en om te voorkomen dat schoonmaakpersoneel onder de dure onderwijs-cao zou vallen.

Deze uitspraak ondersteunt de bestaande uitspraken met betrekking tot dit thema. Daarbij wijst de rechtbank in dit geval misbruik van recht expliciet van de hand. Uiteraard houden wij u op de hoogte van de ontwikkelingen in deze en de eerder genoemde procedures.

7. Sociale zekerheid – korte nieuwsflitsen

Regeling compensatie transitievergoeding
Heeft u een transitievergoeding uitbetaald bij een ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid? Deze kosten krijgt u als werkgever vergoed! Per 1 april 2020 treedt de regeling compensatie transitievergoeding in werking en tracht te voorkomen dat dienstverbanden ‘slapend’ worden gehouden. Lees hier waar u op moet letten om voor de regeling in aanmerking te komen.

Wijzigingen voor eigenrisicodragers Ziektewet
Met ingang van 1 januari 2018 is er voor eigenrisicodragers voor de Ziektewet een aantal wijzigingen doorgevoerd. Wanneer u voornemens bent het eigenrisicodragerschap Ziektewet te beëindigen brengt dit extra verplichtingen met zich mee. Daarnaast is er voor eigenrisicodragers eindelijk duidelijkheid gekomen over de mogelijkheid om een Ziektewetuitkering te weigeren wegens een benadelingshandeling. Bent u eigenrisicodrager? Lees dan hier verder.

Nieuwe subsidie voor duurzame inzetbaarheid
Door de krapte op de arbeidsmarkt, vergrijzing en stijging van ziekteverzuim neemt de urgentie voor het ontwikkelen van beleid gericht op het vergroten van duurzame inzetbaarheid van werknemers steeds meer toe. Een beleid hieromtrent zal op de langere termijn financiële voordelen hebben, maar zal in eerste instantie vragen om een financiële investering. Het gebruik van beschikbare subsidies verlicht dit. Een nieuwe beschikbare subsidie die u hierbij kan helpen is het Europees sociaal fonds (ESF). Lees hier hoe u aanspraak kunt maken op het fonds.

8. Meer informatie?

Mocht u naar aanleiding van het bovenstaande vragen hebben, neem dan contact op met uw vaste contactpersoon, Ben Janssen (06 - 1312 7445 of benjanssen@deloitte.nl) of NLArnhemGESSecretariaat@deloitte.nl.

Loonheffingen

   

Ben Janssen

Benjanssen@deloitte.nl 

06-1312 7445

Marjon van Ginhoven

Mvanginhoven@deloitte.nl

06-8201 2150

Léonie Stooker

LStooker@deloitte.nl

06-5788 3503

BTW

   

Martijn Poortman

MPoortman@deloitte.nl 

06-1258 0027

Gerwin Volkerink

GVolkerink@deloitte.nl 

06-1234 2703

Gideon Hoogenraad

GHoogenraad@deloitte.nl

06-1398 7817

Vond u dit nuttig?