Geen schuld in box 3 door conservatoir verhaalsbeslag | Deloitte Nederland

Article

Geen schuld in box 3 door conservatoir verhaalsbeslag

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat een conservatoir verhaalsbeslag niet leidt tot een schuld in box 3, omdat geen sprake is van een verplichting waaraan een waarde in het economische verkeer kan worden toegekend.

12 januari 2023

Feiten en verloop van de zaak

Aan de belanghebbende zijn voor de jaren 2014 en 2015 definitieve aanslagen en voor de jaren 2016 tot en met 2019 voorlopige aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. Tot de rendementsgrondslag in box 3 behoren diverse in Zwitserland aangehouden banktegoeden. Vanwege een verdenking van witwassen is in het jaar 2014, op vordering van de officier van justitie, conservatoir verhaalsbeslag gelegd op die Zwitserse banktegoeden. Dit beslag vormt geen schuld in de civielrechtelijke zin, maar beperkt wel de beschikkingsmacht over de banktegoeden.

In geschil of het verhaalsbeslag moet worden meegenomen bij het bepalen van de omvang van de rendementsgrondslag in box 3. Rechtbank Noord-Nederland oordeelde dat de belanghebbende aannemelijk heeft gemaakt dat er op de peildata in alle betreffende jaren sprake was van een verplichting met een waarde in het economische verkeer. Volgens de rechtbank had de inspecteur de verzoeken om ambtshalve vermindering (definitieve aanslagen) en de herzieningsverzoeken (voorlopige aanslagen) dan ook ten onrechte afgewezen.

In hoger beroep overweegt Hof Arnhem-Leeuwarden dat uit eerdere rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat conservatoir verhaalsbeslag geen waardeverminderende factor vormt ten aanzien van de banktegoeden waarop dat beslag is gelegd. Dit beslag kan ook niet in aanmerking worden genomen als schuld in box 3. Het hof oordeelt dat geen sprake is van een reeds ontstane publiekrechtelijke rechtsverhouding krachtens welke de Staat de dader een vermogenssanctie zou kunnen opleggen. Het Hof verklaart het hoger beroep van de Inspecteur gegrond en oordeelt dat op de relevante peildata geen sprake was van een verplichting waaraan waarde in het economische verkeer kan worden toegekend. Aan de inschatting van de kans dat een dergelijke verplichting op vordering van het Openbaar Ministerie in de toekomst zal ontstaan, wordt niet toegekomen. Een dergelijke kansinschatting kan alleen deel uitmaken van de waardering van een verplichting die reeds op de peildatum in enig jaar bestaat.

Hoge Raad

In cassatie wordt door de belanghebbende een arrest van de Hoge Raad uit 1952 aangedragen waaruit volgt dat door het begaan van een strafbare gedraging een rechtsverhouding ontstaat die de verplichting meebrengt tot voldoening aan een vermogenssanctie of tot afdracht van vermogen in de vorm van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

De Hoge Raad oordeelt echter dat een vermogenssanctie of een maatregel ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel pas als schuld in box 3 in aanmerking mag worden genomen nadat die sanctie of maatregel voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden. In het onderhavige geval heeft echter nog geen strafrechtelijke vervolging plaatsgevonden en staat het ook niet vast dat het Openbaar Ministerie jegens hem een vordering zal instellen. De Hoge Raad volgt het oordeel van het Hof dat op de relevante peildata geen sprake was een verplichting met waarde in het economisch verkeer en verklaart het beroep in cassatie ongegrond.


Bron: HR 2 december 2022, 21/04880, ECLI:NL:HR:2022:1707

Did you find this useful?