Informatiebeschikking niet meer bestaande rechtspersoon vernietigd | Deloitte Nederland

Article

Informatiebeschikking niet meer bestaande rechtspersoon vernietigd

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat er geen informatieverplichtingen kunnen worden opgelegd zolang de vereffening niet is heropend. De inspecteur is niet bevoegd om een informatiebeschikking op te leggen aan een niet meer bestaande rechtspersoon.

24 april 2023

Niet meer bestaande rechtspersoon

Het is staande jurisprudentie dat de ontbinding en vereffening van een rechtspersoon niet in de weg staat aan het opleggen van een aanslag, omdat dit in wezen niets anders is dan het constateren dat op die rechtspersoon in het betreffende jaar een belastingschuld heeft gedrukt. De rechtsgevolgen van de aanslag treden echter pas in werking nadat deze op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt is. Een belastingschuldige moet in de gelegenheid zijn gesteld om van zijn belastingschuld kennis te nemen, alvorens aansprakelijkstelling aan de orde kan komen. Als de rechtspersoon opgehouden is te bestaan zal daartoe de vereffening moeten worden heropend. De Hoge Raad aanvaardt hierop alleen een uitzondering indien het faillissement van een belastingschuldige is opgeheven wegens gebrek aan baten en niet gebleken is van een later opgekomen bate.

Indien reeds vóór heropening van de vereffening bezwaar is aangetekend tegen de aanslag door of namens de vereffenaar of iemand wiens belang rechtstreeks bij die vereffening betrokken is, dient niet-ontvankelijkverklaring volgens de Hoge Raad toch achterwege te blijven. Het besluit is namelijk wel tot stand gekomen, maar wacht alleen nog op rechtsgeldige bekendmaking.

Hierbij moet worden aangetekend dat de ontvanger sinds enkele jaren over een alternatieve route beschikt om de aanslag rechtsgeldig bekend te maken, namelijk door deze te betekenen aan het parket van een ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij de rechtbank binnen wiens rechtsgebied de ontbonden rechtspersoon laatstelijk was gevestigd.

Informatiebeschikking

Recentelijk werd aan de Hoge Raad de vraag voorgelegd of een vergelijkbaar rechtskader geldt voor de informatiebeschikking. In de betreffende zaak stond ter discussie of de rechtspersoon in kwestie nog bestond. De inspecteur meende dat het opleggen van een informatiebeschikking hoe dan ook mogelijk was, omdat beantwoording van de existentiële vraag alleen gevolgen zou hebben voor de bekendmaking van de informatiebeschikking, niet voor het bestaan daarvan. De Hoge Raad denkt daar echter anders over. Nadat hij eerst het oordeel van het hof bevestigde dat de rechtspersoon in kwestie inderdaad was opgehouden te bestaan, oordeelt hij dat er geen informatieverplichtingen kunnen worden opgelegd aan een niet meer bestaande rechtspersoon, zolang de vereffening niet is heropend. Zoals het hof al oordeelde, is er geen orgaan meer dat de vennootschap rechtsgeldig kan vertegenwoordigen. Indien de inspecteur desondanks om informatie verzoekt, bijvoorbeeld bij de bewaarder van boeken en bescheiden, is hij uitdrukkelijk niet bevoegd een informatiebeschikking vast te stellen op naam van de verdwenen rechtspersoon. Het gerechtshof heeft de informatiebeschikking derhalve terecht vernietigd.


Bron: HR 21 april 2023, 20/04297, ECLI:NL:HR:2023:543

Did you find this useful?