Renteberekening bij spiegelcorrecties omzetbelasting en btw-compensatiefonds | Deloitte Nederland

Article

Renteberekening bij spiegelcorrecties omzetbelasting en btw-compensatiefonds

Uit de wetsgeschiedenis blijkt volgens de Hoge Raad dat de wetgever bewust heeft aanvaard dat de renteberekening bij spiegelcorrecties in de omzetbelasting en het btw-compensatiefonds niet neutraal verloopt. Voor rentematiging bestaat dan ook geen aanleiding.

13 november 2023

Belastingrente aangiftebelastingen

Als een naheffingsaanslag omzetbelasting wordt opgelegd, wordt belastingrente in rekening gebracht vanaf de dag na afloop van het jaar waarop de belastingschuld betrekking heeft tot de datum waarop die naheffingsaanslag invorderbaar wordt. Anderzijds wordt belastingrente vergoed wanneer de inspecteur langer dan acht weken doet over het vaststellen van een teruggaaf naar aanleiding van een verzoek. De belastingrenteregeling is van overeenkomstige toepassing verklaard op het btw-compensatiefonds (BCF), zij het dat het tijdvak waarover rente wordt berekend of vergoed niet eerder aanvangt dan zes maanden na afloop van het bijdragejaar.

Spiegelcorrecties

In juni 2023 stond in een tweetal zaken de vraag centraal wat de gevolgen voor de renteberekening zijn indien tegenover een naheffingsaanslag omzetbelasting een (aanvullende) bijdrage uit het BCF staat, of omgekeerd. De belanghebbenden bepleitten dat de renteberekening neutraal moet verlopen, in die zin dat alleen belastingrente in rekening mag worden gebracht over het per saldo te betalen bedrag. En dat renteberekening bij correcties van gelijke grootte (zogenoemde spiegelcorrecties) achterwege zou moeten blijven. Maar daar gaat de Hoge Raad, in navolging van Advocaat-Generaal Wattel, niet in mee. Bij de totstandkoming van het btw-compensatiefonds is weliswaar opgemerkt dat samenhangende correcties vanuit renteoogpunt gelijk moeten worden behandeld, maar uit die passage kan volgens de Hoge Raad niet worden afgeleid dat in alle gevallen waarin naheffing plaatsvindt slechts rente zou mogen worden berekend over het nageheven saldo van omzetbelasting en BCF.

Belastingrentebeleid

Ook het beroep op door de belastingdienst gevoerd beleid wordt verworpen. Dit beleid hield in dat geen belastingrente in rekening werd gebracht over een tijdvak waarin de belastingdienst al over het belastingbedrag beschikte. De Hoge Raad wijst er echter op dat het recht op een bijdrage uit het BCF pas ontstaat nadat dit door de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking is vastgesteld. Daarom kan niet gezegd worden dat het nageheven bedrag aan omzetbelasting feitelijk al was betaald in de vorm van een te lage bijdrage uit het BCF. Ten slotte merkt de Hoge Raad nog op dat met het BCF geen Unierechtelijke verplichting tot uitvoer wordt gebracht, zodat ook geen beroep kan worden gedaan op de tot het Unierecht behorende algemene beginselen.

Discretionaire verminderingsbevoegdheid

De inspecteur beschikt sinds 1 januari 2023 echter ook over een discretionaire bevoegdheid om in rekening gebrachte belastingrente te verminderen voor zover de verschuldigde belasting reeds is geheven. Bij ministeriële regeling kunnen situaties worden aangewezen waarin de verschuldigde belasting geacht wordt te zijn geheven. Uit een in augustus 2023 gepubliceerde internetconsultatie blijkt dat de regelgever de hierboven genoemde spiegelcorrecties per 1 januari 2024 inderdaad onder het bereik van de regeling wil brengen. Voor zover de belastingplichtige aannemelijk maakt dat tegenover een naheffingsaanslag omzetbelasting een bijdrage uit het btw-compensatiefonds staat, of vice versa, kan hij een verzoek indienen om de in rekening gebrachte belastingrente te matigen. Vermoedelijk zal dit overigens alleen gelden voor gevallen waarin de heffing per 1 januari 2024 nog niet onherroepelijk vaststaat.


Bron: HR 9 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:875, 888 en 890

Did you find this useful?