Geen overdracht onderneming bij levering nieuw pand door ontwikkelaar aan belegger, ook na beoordeling Hoge Raad

Article

Geen overdracht onderneming bij levering nieuw pand door ontwikkelaar aan belegger, ook na beoordeling Hoge Raad

Op 4 april 2018 heeft Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden geoordeeld dat artikel 37d Wet op de omzetbelasting 1968 (overdracht van een onderneming) niet van toepassing is op de levering van een nieuw ontwikkeld en verhuurd pand.

18 mei 2020

De Hoge Raad heeft op het cassatieberoep van belanghebbende geoordeeld dat dit niet kan leiden tot vernietiging van die uitspraak van het Hof. Deze uitspraak blijft dus in stand.

Uitspraak Hof

Nu het oordeel van het Hof blijft staan geven wij hieronder nog even de essentie van de uitspraak van het Hof weer. De situatie was als volgt.

Belanghebbende, een fiscale eenheid waar een projectontwikkelaar-BV (hierna: PO-BV) deel van uitmaakte, heeft een kantorencomplex ontwikkeld waarbij al in een zeer vroeg stadium een huurcontract is gesloten met de huurder. Ter zake van deze verhuur is niet geopteerd voor een met btw belaste verhuur. De levering aan de belegger heeft twee weken na de start van de verhuur plaatsgevonden.

Het Hof acht de verhuur door PO-BV niet een gebruik van het kantorencomplex dat past binnen doel en strekking van artikel 37d. PO-BV heeft het kantorencomplex ontwikkeld met het oog op de verkoop en niet de eigen exploitatie.

Voor PO-BV vormde de overdracht van het kantorencomplex gewoon de met btw belaste levering van een nieuw pand, uit een voorraad van ontwikkelde panden (de fiscale eenheid had nog meer ontwikkelde panden die nog niet geleverd waren). De verhuur door PO-BV doet hier niet aan af nu het sluiten van de huurovereenkomst is gedaan om het kantorencomplex aantrekkelijker te maken voor de verkoop, niet om het zelf te gaan exploiteren.

Gevolgen voor de praktijk

Nu het oordeel van het Hof in cassatie in stand is gebleven zullen naar onze mening projectontwikkelaars bij de levering van nieuw ontwikkelde panden gewoon btw in rekening moeten brengen conform de normale regels die gelden voor de levering van onroerende zaken (de speciale regeling voor de overdracht van een onderneming van artikel 37d geldt dus niet voor hen). Dit is overigens conform de geldende praktijk en het interne beleid van de fiscus.

In de situatie voor het Hof ging het om de verhuur gedurende twee weken. Vraag blijft ook na het oordeel van de Hoge Raad of de toepassing van artikel 37d toch niet aan de orde kan komen indien de verhuur door de projectontwikkelaar ongewenst (er is nog geen koper gevonden) gedurende een langere periode heeft plaatsgevonden, zeg een half jaar of langer. Het zou zinvol kunnen zijn om op dit punt afstemming te zoeken met de fiscus. Ook niet valt uit te sluiten dat de staatssecretaris met beleid op dit punt zal komen in de nabije toekomst, mocht het zogenoemde Vastgoedbesluit worden geactualiseerd.

Slot

Wij assisteren u graag om de btw-gevolgen van bovengenoemde uitspraak in kaart te brengen. Neemt u dan contact op met één van onze btw-adviseurs.

Did you find this useful?