A-G conclusie over rechtmatigheid van selectieregels ter voorkoming van systeemfraude | Deloitte Nederland

Article

A-G conclusie over rechtmatigheid van selectieregels ter voorkoming van systeemfraude

A-G Niessen gaat in op de vraag wat er moet gebeuren als komt vast te staan dat een aangifte is geselecteerd voor onderzoek op basis van in strijd met de privacywetgeving verkregen gegevens.

28 juni 2021

Opsporen en bestrijden van systeemfraude

A-G Niessen heeft recentelijk een conclusie uitgebracht waarin wordt ingegaan op de werkwijze van de belastingdienst met betrekking tot het opsporen en bestrijden van systeemfraude, beter bekend onder de naam ‘Project 1043’. Dit project heeft grote commotie veroorzaakt in de politiek, omdat het systeem niet bleek te voldoen aan de privacywetgeving en bovendien volkomen onduidelijk was op welke wijze de belastingdienst de verkregen gegevens gebruikte. De staatssecretaris zag zich in de loop van 2020 dan ook genoodzaakt om het project stop te zetten.

Rechtstreekse aanleiding voor de conclusie van A-G Niessen werd gevormd door een procedure over de aftrek van specifieke zorgkosten. De inspecteur had vragen gesteld aan een belastingplichtige over de juistheid van deze aftrekpost in zijn aangiften inkomstenbelasting 2013, 2014 en 2015. Toen de gevraagde bewijsstukken uitbleven, heeft de inspecteur de aangifte inkomstenbelasting 2013 gecorrigeerd en navorderingsaanslagen opgelegd over de jaren 2014 en 2015.

In hoger beroep is de correctie van specifieke zorgkosten over het jaar 2013 vernietigd, omdat de inspecteur tijdens de rechtbankprocedure het vertrouwen zou hebben gewekt dat die correctie zou worden teruggedraaid indien zou blijken dat de aftrek in voorgaande jaren was geaccepteerd. En dat bleek het geval. De navorderingsaanslagen over 2014 en 2015 zijn daarentegen in stand gebleven. Volgens het gerechtshof beschikte de inspecteur over een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt omdat uit de reactie van belanghebbende op de vragenbrieven bleekt dat er geen bewijsstukken voorhanden waren waarmee de aftrekposten gestaafd konden worden.

Aanleiding voor het stellen van vragen

Tijdens de hofprocedure is ook de reden van het selecteren voor nader onderzoek van de aangiften inkomstenbelasting van belanghebbende ter sprake gekomen. Volgens belanghebbende is hij samen met zijn echtgenoot aangemerkt als fraudeur onder ‘Project 1043’, hetgeen de aanleiding zou zijn geweest voor het stellen van vragen. Het hof heeft daar in zijn uitspraak echter niets mee gedaan. In cassatie brengt belanghebbende dit punt opnieuw op.

Volgens A-G Niessen is de belastingrechter inderdaad bevoegd om te beoordelen of een belastingaanslag te hoog is vastgesteld als gevolg van het gebruik van gegevens die in strijd met de geldende privacywetgeving zijn verkregen. Profilering van belastingplichtigen, zoals die plaatsvond onder Project 1043, is naar zijn mening ook daadwerkelijk in strijd met de privacywetgeving, omdat de Algemene wet inzake rijksbelastingen daartoe niet specifiek de bevoegdheid verschaft.

Indien komt vast te staan dat die profilering de oorzaak is geweest voor het selecteren van de aangiften van belanghebbenden, meent A-G Niessen dat bewijsuitsluiting moet plaatsvinden voor wat betreft de met dit onderzoek verkregen gegevens. De navorderingsaanslagen zouden dan alleen mogen worden gehandhaafd indien de inspecteur anderszins kan bewijzen dat de definitieve aanslagen over 2014 en 2015 te laag waren vastgesteld.

Verschoonbare termijnoverschrijding

Als belastingplichtigen pas na het verstrijken van de bezwaar- of beroepstermijn te horen krijgen dat zij op de fraudelijst stonden, is volgens de A-G sprake van verschoonbare termijnoverschrijding. Zij moeten dan alsnog de gelegenheid krijgen om door de belastingrechter te laten toetsen in hoeverre deze fraudesignalering een rol heeft gespeeld bij het vaststellen van een aanslag in afwijking van de aangifte of bij het opleggen van een navorderingsaanslag.


Bron: Conclusie A-G 17 juni 2021, 20/02734, ECLI:NL:PHR:2021:619

Did you find this useful?