Aanslag tijdig opgelegd ondanks dat deze onbestelbaar retour is ontvangen | Deloitte Nederland

Article

Aanslag tijdig opgelegd ondanks dat deze onbestelbaar retour is ontvangen

Belanghebbende emigreert en krijgt van de Inspecteur meerdere postzendingen, waaronder een aanslag. Al de zendingen zijn onbestelbaar retour ontvangen. De Hoge Raad oordeelt dat de aanslag desondanks tijdig op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt.

24 februari 2022

Emigratie

Belanghebbende heeft opgaaf gedaan van emigratie naar Polen per 2 januari 1997. De inspecteur heeft op 13 juni 1997 een aangiftebiljet IB/PVV bij emigratie voor 1997 naar het bij hem bekende adres in Polen gestuurd. Belanghebbende heeft dit aangiftebiljet ingevuld en geretourneerd. In de aangifte heeft hij een inkomen van nihil opgegeven, en daarbij vermeld dat het bij de inspecteur bekende adres niet juist is.

De Inspecteur heeft belanghebbende bij brief van 9 november 2000 meegedeeld het opgegeven inkomen te gaan corrigeren. Deze brief is zowel per aangetekende post als per reguliere post naar het door belanghebbende opgegeven Poolse adres verstuurd. De aangetekende brief is echter op 28 november 2000 onbestelbaar retour ontvangen, terwijl de per reguliere post verzonden brief onbeantwoord is gebleven. Vervolgens corrigeert de inspecteur het opgegeven inkomen en wordt met dagtekening 29 december 2000 een aanslag IB/PVV 1997 opgelegd. Het aanslagbiljet is op 7 december 2020 aangetekend verzonden, maar op 8 januari 2001 onbestelbaar retour ontvangen. Hetzelfde geldt voor de met dagtekening 23 maart 2001 verstuurde aanmaning.

Driejaarstermijn

In geschil is of de aanslag IB/PVV tijdig is opgelegd. Het gerechtshof heeft geoordeeld dat de aanslag op de voorgeschreven wijze aan belanghebbende is bekendgemaakt en binnen de termijn van drie jaren is opgelegd. De Inspecteur heeft aannemelijk gemaakt dat de aanslag op 7 december 2000 per aangetekende post naar het opgegeven adres in Polen is verzonden. Belanghebbende is tegen deze uitspraak in cassatie gegaan. Hij meent dat de aanslag niet binnen de termijn van drie jaren aan hem is bekendgemaakt, omdat het aanslagbiljet niet op het Poolse adres is ontvangen of aangeboden en dit niet gevolg is van aan belanghebbende toe te rekenen omstandigheden.

Tijdig bekendgemaakt

De bevoegdheid tot het opleggen van een aanslag verloopt drie jaren na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan, waarbij de dagtekening van de aanslag geldt als vaststellingsdatum. Uit de rechtspraak blijkt dat een aanslag ondanks een tijdige dagtekening toch niet tijdig is vastgesteld indien deze niet binnen de aanslagtermijn op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Indien de aanslag wordt verzonden is de dag van terpostbezorging bepalend, tenzij deze de belastingplichtige niet bereikt als gevolg van een fout van de Belastingdienst. Als de inspecteur het aanslagbiljet verkeerd heeft geadresseerd en deze fout aan hen te wijten is, kan niet worden gezegd dat bekendmaking van de aanslag op de voorgeschreven wijze heeft plaatsgevonden.

Het Hof heeft dit bewijsrechtelijk kader volgens de Hoge Raad niet miskend. De inspecteur heeft geen fout gemaakt bij de adressering. De aanslag was gericht aan het door belanghebbende zelf opgegeven arrest. Dat wordt niet anders doordat eerder verstuurde post onbestelbaar retour is gekomen, noch door de omstandigheid dat het Poolse postvervoersbedrijf zou hebben verzuimd een afhaalbericht op het adres van belanghebbende achter te laten. Ook het feit dat de Inspecteur niet heeft onderzocht of het correct geadresseerde aanslagbiljet op de juiste wijze op het adres in Polen is aangeboden, leidt niet tot een andere conclusie. De Hoge Raad oordeelt dat de aanslag tijdig op de voorgeschreven wijze aan belanghebbende is bekendgemaakt. Het cassatieberoep is ongegrond.


Bron: HR 4 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:45.

Did you find this useful?