Aanvullende gegevens over schuld moeten bij de aangifte verstrekt worden | Deloitte Nederland

Article

Aanvullende gegevens over schuld moeten bij de aangifte verstrekt worden

De aanvullende gegevens die aangeleverd moeten worden om een lening bij een niet-renseigneringsplichtige als eigenwoningschuld aan te merken, moeten verstrekt worden bij de aangifte.

7 december 2021

Eigenwoningschuld

Alvorens een belastingplichtige aftrek van hypotheekrente kan claimen, is het van belang dat zijn hypotheekschuld wordt aangemerkt als eigenwoningschuld. Kernvoorwaarde is dat de schuld moet zijn aangegaan voor de verwerving, de verbetering of het onderhoud aan een eigen woning. Tevens moet de leningsovereenkomst voorzien in een contractuele aflossingsverplichting in ten hoogste 360 maanden volgens een ten minste annuïtair aflossingsschema. Die aflossingsverplichting moet ook feitelijk worden nageleefd. Voor leningen in verband met de eigen woning die zijn aangegaan bij een (rechts)persoon die niet renseigneringsplichtig is, geldt als aanvullende eis dat de belastingplichtige gegevens over de aangegane lening moet verstrekken bij het doen van aangifte inkomstenbelasting.
Recent heeft de Hoge Raad arrest gewezen in een zaak waarin die informatieplicht centraal stond.

Te late gegevensverstrekking

Belanghebbende had haar woning gefinancierd met twee leningen, namelijk een lening bij de bank en een lening bij haar vader. De schuld bij de bank was in haar aangifte inkomstenbelasting 2016 reeds aangemerkt als eigenwoningschuld, maar de schuld bij haar vader niet. De inspecteur heeft de aanslag IB 2016 conform aangifte opgelegd. Deze aanslag is onherroepelijk komen vast te staan.
Belanghebbende heeft vervolgens in 2018 een verzoek tot ambtshalve vermindering van deze aanslag gedaan. Zij wenst de schuld aan haar vader alsnog als eigenwoningschuld aan te merken en heeft de aanvullende gegevens die daarvoor nodig zijn alsnog verstrekt. De inspecteur heeft het verzoek echter afgewezen.

In geschil was of het feit dat zij de aanvullende gegevens niet voorafgaand aan het onherroepelijk worden van de aanslag aan de inspecteur had verstrekt, eraan in de weg stond om de schuld in 2016 als eigenwoningschuld aan te merken. Belanghebbende stelde zich hierbij op het standpunt dat de hypotheekrenteaftrek niet gezien kan worden als een beroep op een fiscale faciliteit, waardoor de ambtshalve vermindering niet geweigerd had mogen worden. Het Hof ging niet in deze stelling mee, maar A-G Niessen concludeerde tot gegrondverklaring van het daartegen ingestelde cassatieberoep. Volgens hem geldt de aftrek van hypotheekrente niet als fiscale faciliteit, omdat die rechtstreeks uit de wet voortvloeit. Daarvoor is geen verzoek nodig. Door het overleggen van aanvullende gegevens zou zijn gebleken dat de aanslag IB 2016 op een te hoog bedrag is vastgesteld. De inspecteur was daarom zijns inziens verplicht het verzoek tot ambtshalve vermindering in te willigen.

De Hoge Raad heeft echter anders geoordeeld. Ons hoogste rechtscollege overweegt dat het verstrekken van de informatie bij de aangifte hier een voorwaarde is voor het aanmerken van een lening als eigenwoningschuld. Aangezien belanghebbende dit had nagelaten, en de aanslag over 2016 inmiddels onherroepelijk is geworden, kan de lening in dat jaar niet meer tot de eigenwoningschuld gerekend worden.

Belanghebbende deed nog een beroep op het evenredigheidsbeginsel, door te stellen dat de fout in de aangifte het rechtsgevolg, het weigeren van de renteaftrek, niet rechtvaardigt. De Hoge Raad verwerpt echter ook dit betoog. De wetgever heeft bewust gekozen om renteaftrek bij leningen van niet-renseigneringsplichtige personen afhankelijk te stellen van tijdige informatieverstrekking door de belastingplichtige. Het zou de rechtsvormende taak van de rechter te buiten gaan om deze systematiek in een individueel geval terzijde te stellen. Het cassatieberoep is ongegrond.


Bron: HR 19 november 2021, nr. 20/03558, ECLI:NL:HR:2021:1719.

Did you find this useful?