Aardbeving is een bijzondere omstandigheid voor vaststelling WOZ-waarde | Deloitte Nederland

Article

Aardbeving is een bijzondere omstandigheid voor vaststelling WOZ-waarde

Recentelijk heeft de Hoge Raad een arrest gewezen inzake de WOZ-waardering van woningen gelegen in een aardbevingsgebied.

4 april 2018

Bijzondere omstandigheden

Belanghebbende heeft een woning in eigendom die in een gaswinningsgebied ligt. Medio 2012 vond in het gebied waar de woning gelegen is een aardbeving plaats. De woning heeft daarbij geen zichtbare schade opgelopen. Desondanks meent belanghebbende dat de aardbeving een bijzondere omstandigheid is die meebrengt dat de woning naar de toestandsdatum van 1 januari 2013 gewaardeerd moet worden (doch naar het prijspeil per 1 januari 2012).

Juridische kader Wet WOZ

De WOZ-waarde wordt als uitgangspunt vastgesteld naar de staat waarin een onroerende zaak op de waardepeildatum verkeert. Als waardepeildatum geldt 1 januari van het voorafgaande kalenderjaar. Ter illustratie voor deze casus: voor het belastingjaar 2013 wordt de WOZ-waarde van een object in beginsel bepaald naar de toestand en het prijspeil per 1 januari 2012.

Onder omstandigheden moet echter van dit uitgangspunt worden afgeweken en wordt gewaardeerd naar de toestand waarin de onroerende zaak zich per 1 januari van het belastingjaar bevindt. Hiervan kan sprake zijn als de onroerende zaak:

  1. opgaat in een of meer andere onroerende zaken,
  2. wijzigt als gevolg van bouw, verbouwing, verbetering, afbraak of vernietiging, dan wel van bestemming verandert, of
  3. een verandering in waarde ondergaat als gevolg van een andere, specifiek voor de onroerende zaak geldende, bijzondere omstandigheid.


In deze zaak draaide het om de vraag of de woning van belanghebbende voor het belastingjaar 2013 met toepassing van laatstgenoemde uitzondering naar de toestand per 1 januari 2013 gewaardeerd moet worden.

Uitspraak Hof

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat de aardbeving voor deze woning geen bijzondere omstandigheid oplevert als bedoeld in artikel 18, lid 3, onder c, Wet WOZ. Naar de bedoeling van de wetgever ziet een bijzondere omstandigheid uitsluitend op nauwkeurig aan te wijzen objecten. De woning van belanghebbende ligt weliswaar in een gebied waarin aardbevingen hebben plaatsgevonden en waarin het risico op nadere aardbevingen aanzienlijk is, maar de onroerende zaak heeft in 2012 geen zichtbare schade opgelopen ten gevolge van de aardbeving. Naar het oordeel van het gerechtshof is de heffingsambtenaar van de gemeente derhalve terecht uitgegaan van een waardering naar de waardepeildatum 1 januari 2012.

Arrest Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelt echter dat het Hof is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting. Uit de wetsgeschiedenis volgt namelijk dat bijzondere omstandigheden zien op specifiek ten opzichte van één of meer onroerende zaken geldende, zich buiten die onroerende zaken voltrekkende, externe omstandigheden of oorzaken.

De aardbeving medio 2012 kwalificeert volgens de Hoge Raad als een dergelijke bijzondere omstandigheid. Daarbij acht de Hoge Raad niet van belang dat de woning geen zichtbare schade heeft opgelopen tijdens deze beving. Volgens de Hoge Raad moet de waarde dus worden bepaald naar de toestandsdatum per 1 januari van het belastingjaar (in casu: 1 januari 2013). De Hoge Raad verwijst de zaak naar Hof Den Bosch om te laten beoordelen of dit tot een lagere WOZ-waarde leidt.


Bron: HR 30 maart 2018, 17/01039, ECLI:NL:HR:2018:457

Vond u dit nuttig?