Afgegeven A1-verklaring bindend voor inspecteur en belastingrechter | Deloitte Nederland

Article

Afgegeven A1-verklaring bindend voor inspecteur en belastingrechter

Een afgegeven A1 verklaring heeft direct rechtskracht. Zowel de belastingrechter als de inspecteur moeten zich daarom volgens de Hoge Raad richten naar de A1-verklaring, ook als daar nog een bezwaar- of beroepsprocedure tegen loopt.

11 oktober 2018

Prejudiciële vragen

Recentelijk heeft de Hoge Raad prejudiciële vragen beantwoord die betrekking hebben op de gebondenheid van de inspecteur en de belastingrechter aan een door de SVB afgegeven, maar nog niet onherroepelijk geworden, A1-verklaring.

De zaak draaide om een belanghebbende die in 2013 in Nederland woonde en werkte op een binnenschip waarvan de exploitant volgens de zogenoemde Rijnvaartverklaring in Nederland is gevestigd. De SVB heeft op 4 januari 2013 en 24 juni 2014 A1-verklaringen afgegeven voor de jaren 2013 en 2014, waarop staat vermeld dat de Nederlandse socialezekerheidswetgeving van toepassing is. De eerstgenoemde verklaring is onherroepelijk geworden. Tegen de verklaring van 24 juni 2014 heeft belanghebbende echter met succes beroep aangetekend. Naar aanleiding hiervan heeft de SVB op 20 maart 2018 een nieuwe A1-verklaring afgegeven waarin de Nederlanse wetgeving opnieuw van toepassing is verklaard, maar nu met ingang van februari 2013.

Bindende kracht A1-verklaring

Er is inmiddels een stroom aan rechtspraak waarin is bevestigd dat een eenmaal afgegeven A1-verklaring bindend is voor sociale verzekeringsautoriteiten van andere lidstaten, zolang de lidstaat die de verklaring heeft afgegeven deze niet intrekt of ongeldig verklaart.

De vraag of de inspecteur en de belastingrechter in een procedure in het kader van de premieheffing onder de dezelfde voorwaarden aan een A1-verklaring zijn gebonden, moet volgens de Hoge Raad naar nationaal recht beoordeeld worden. Het gaat er in het bijzonder om of een belastingrechter een zaak moet aanhouden totdat een afgegeven A1-verklaring onherroepelijk vaststaat.

Een afgegeven A1-verklaring is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Tegen een besluit kan bezwaar worden gemaakt en vervolgens beroep worden aangetekend. Bezwaar en beroep hebben echter geen schorsende werking. Met ander woorden, een afgegeven A1 verklaring heeft directe rechtskracht. Zowel de belastingrechter als de inspecteur moeten zich daarom volgens de Hoge Raad richten naar de A1-verklaring, ook als daartegen nog een bezwaar- of beroepsprocedure loopt.  

Mogelijkheden voor belastingrechter

Wel geeft de Hoge Raad aan dat de rechter bevoegd is om de zaak aan te houden totdat de A1-verklaring definitief vaststaat. Daarvoor bestaat met name aanleiding indien te verwachten valt dat de afgegeven A1-verklaring niet ongewijzigd in stand zal blijven. De termijn die gemoeid is met het aanhouden van de zaak telt overigens niet mee bij de beoordeling of de rechter binnen een redelijke termijn uitspraak heeft gedaan.

Zoals gezegd, kan de rechter ook gewoon uitspraak doen in overeenstemming met de afgegeven A1-verklaring. Mocht later blijken dat deze verklaring toch onjuist was, dan kan de rechter zijn uitspraak herzien als één van beide partijen daarom verzoekt.


Bron: HR 5 oktober 2018, 18/01619, ECLI:NL:HR:2018:1725

Vond u dit nuttig?