Beëindiging verruimde koepelvrijstelling voor gemeentelijke fusieorganisaties | Deloitte

Article

Beëindiging verruimde koepelvrijstelling voor gemeentelijke fusieorganisaties

Op 15 september 2017 heeft de staatssecretaris van Financiën bekendgemaakt dat de (beleidsmatige) ruimere toepassing van de koepelvrijstelling bij ambtelijke fusies tussen gemeenten zal worden beëindigd. De reden hiervoor is een recent arrest van het Europese Hof van Justitie.

19 september 2017

Verruimde toepassing van de koepelvrijstelling

In de Wet op de omzetbelasting 1968 is een bepaling opgenomen die onder voorwaarden voorziet in een vrijstelling voor de diensten die een samenwerkingsverband (koepel) verricht aan haar leden. Eén van die voorwaarden is dat de diensten van de koepel door de leden worden aangewend voor de uitoefening van prestaties die zij vrijgesteld van btw of als niet-ondernemer verrichten.

In het kader van ambtelijke fusies tussen gemeenten bleek dat doorgaans niet aan deze voorwaarde kon worden voldaan, omdat de aangesloten gemeenten de door de koepelorganisatie verrichte diensten ook gebruiken in het kader van hun btw-belaste activiteiten. Het gevolg daarvan was dat de ambtelijke fusieorganisatie (bijvoorbeeld een gemeenschappelijke regeling) btw in rekening diende te brengen over de diensten die zij voor de aangesloten gemeenten verrichtte.

Mede omdat deze btw-problematiek en de btw-lasten die daarmee gepaard gingen, haaks stonden op de druk op gemeenten om meer te gaan samenwerken en efficiënter te werken, heeft de staatssecretaris besloten om een ruimere toepassing van de koepelvrijstelling toe te staan. Gesteund door een duidelijk standpunt van de Europese Commissie heeft de staatssecretaris de koepelvrijstelling in 2016 ook van toepassing verklaard in situaties waarin de diensten van een fusieorganisatie door de leden voor 70% of meer worden gebruikt voor onbelaste (overheids)activiteiten of vrijgestelde activiteiten (voor tijdvakken vanaf 1 januari 2016). De prestatie van de fusieorganisatie kon ook dan vrij van btw aan de aangesloten gemeenten plaatsvinden.

Het arrest C-274/15 (Commissie vs Luxemburg)

Het Europese Hof van Justitie (hierna: HvJ) heeft recent een arrest gewezen met betrekking tot de koepelvrijstelling zoals deze door Luxemburg is ingevoerd. Deze invulling is door de Europese Commissie op verschillende punten bestreden. Eén van die punten is de toepassing van de koepelvrijstelling in situaties waarin de diensten van de koepel door de leden voor 70% of meer (of in bepaalde gevallen voor 55% of meer) worden gebruikt voor het verrichten van onbelaste/vrijgestelde prestaties.

Het HvJ heeft hierover geoordeeld dat de Luxemburgse toepassing van de koepelvrijstelling te ruim is en daarmee strijdig is met de Btw-richtlijn.

Beëindiging verruimde toepassing per 1 januari 2018

Omdat de Luxemburgse regeling (voor wat betreft de mate waarin de diensten van de koepel voor btw-belaste activiteiten mogen worden gebruikt) sterk overeenkomt met de verruimde toepassing zoals deze in Nederland geldt, voelt de staatssecretaris zich gedwongen om deze verruimde toepassing te beëindigen.

De Staatssecretaris geeft partijen die gebruikmaken van de verruimde toepassing van de koepelvrijstelling tot 1 januari 2018 de gelegenheid om hun administratie en contracten aan te passen. Per deze datum zal de verruimde toepassing van de koepelvrijstelling worden beëindigd. De diensten van koepelorganisaties die door hun leden niet uitsluitend voor onbelaste/vrijgestelde activiteiten worden gebruikt, zullen na deze overgangsperiode met btw worden belast. De Staatssecretaris acht het niet mogelijk om een splitsing te maken tussen een deel van de prestatie die bedoeld is voor belaste prestaties van de leden en een deel dat bedoeld is voor de onbelaste/vrijgestelde prestaties van de leden. Wij betwijfelen of het arrest van het HvJ zo strikt moet worden gelezen en voorzien discussies/procedures met de Belastingdienst op dit punt.

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen