Belastingadviseur was niet buitenlands maar binnenlands belastingplichtig | Deloitte Nederland

Article

Belastingadviseur was niet buitenlands maar binnenlands belastingplichtig

Geen omkering en verzwaring van bewijslast, omdat de adviseur slechts is uitgenodigd om als buitenlands belastingplichtige aangifte te doen. En aan die verplichting heeft hij voldaan.

3 februari 2022

Belastingadviseur was niet buitenlands maar binnenlands belastingplichtig

Belanghebbende is belastingadviseur en staat sinds oktober 2008 ingeschreven in Thailand. Voor die tijd stond hij ingeschreven als inwoner van Nederland. Hij heeft twee kinderen met zijn in Thailand wonende partner en is in 2012 een samenlevingsovereenkomst aangegaan. Belanghebbende heeft in de jaren 2010 tot en met 2013 aangiften ingediend voor cliënten. Deze aangiften zijn verzonden vanaf een Nederlands IP-adres, zo bleek uit een door de Inspecteur in 2013 ingesteld onderzoek. Daarnaast verbleef belanghebbende veelvuldig in Nederland.

Voor wat betreft de jaren 2011 tot en met 2014 is belanghebbende uitgenodigd om als buitenlands belastingplichtige aangifte te doen voor de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen, wat hij ook heeft gedaan. Naar aanleiding van het onderzoek heeft de inspecteur belanghebbende als binnenlands belastingplichtige aangemerkt. Bij het opleggen van de aanslagen neemt de inspecteur aanzienlijk hogere bedragen aan pensioeninkomsten en resultaat uit overige werkzaamheden in aanmerking. Ook legt hij vergrijpboetes op. Daaraan voorafgaand had de inspecteur voor de jaren 2011 tot en met 2013 informatiebeschikkingen vastgesteld. Die zijn echter vervallen, omdat zij nog niet onherroepelijk waren op het tijdstip waarop de aanslagen werden vastgesteld.

Binnenlandse belastingplicht

In hoger beroep was in geschil of belanghebbende terecht is aangemerkt als binnenlands belastingplichtige, of de aanslag inkomstenbelasting 2011 tijdig is opgelegd en of de inspecteur de bewijslast terecht heeft omgekeerd en verzwaard.

Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland had, en daarmee zijn fiscale woonplaats ook in Nederland lag. Belanghebbende verbleef ruim meer dan de helft van het jaar in Nederland, maakte gebruik van een Nederlandse woning en behaalde omzet met het in Nederland en voor Nederlandse klanten verrichten van werkzaamheden. Dit oordeel blijft in cassatie zonder aanvullende motivering in stand.

Termijnverlenging

De Hoge Raad laat zich wel uit over verlenging van de aanslagtermijn als een informatiebeschikking van rechtswege komt te vervallen. Volgens de wettekst wordt die termijn verlengd met de periode tussen de bekendmaking van de informatiebeschikking en het moment waarop deze onherroepelijk komt vast te staan, of wordt vernietigd. Hier zijn de informatiebeschikkingen echter vervallen omdat de inspecteur aanslagen heeft opgelegd voordat de informatiebeschikkingen over de desbetreffende jaren onherroepelijk waren geworden. Volgens de Hoge Raad brengt een redelijke wetstoepassing mee dat de termijnverlenging dan eindigt op het moment waarop de informatiebeschikkingen van rechtswege zijn vervallen. Dit brengt mee dat de aanslag inkomstenbelasting 2011 tijdig is opgelegd.

Uitnodiging als buitenlands belastingplichtige

Tot slot besteedt de Hoge Raad nog aandacht aan de vraag of de bewijslast terecht is omgekeerd en verzwaard. De Inspecteur heeft deze maatregel genomen omdat belanghebbende ten onrechte geen aangiften heeft gedaan als binnenlands belastingplichtige en de niet aangegeven inkomstenbelasting relatief en absoluut aanzienlijk is. Het Hof was het daarmee eens en oordeelde dat belanghebbende zich bewust had moeten zijn van het feit dat hij onjuiste aangiften heeft gedaan. Niet van belang is dat aan belanghebbende alleen aangiften als buitenlands belastingplichtige zijn uitgereikt. De Hoge Raad is het daar echter niet mee eens. Nu belanghebbende niet is uitgenodigd om als binnenlands belastingplichtige aangifte te doen, kan niet worden gesteld dat hij de vereiste aangiften niet heeft gedaan. Op die grond kan geen omkering en verzwaring van de bewijslast worden aangenomen. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van belanghebbende in zoverre gegrond en verwijst de zaak naar Hof Amsterdam.


Bron: Hoge Raad 28 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:84

Did you find this useful?