Belastingplan 2018 – Inkeerregeling wordt per 1 januari 2018 gedeeltelijk afgeschaft

Article

Belastingplan 2018 – Inkeerregeling wordt per 1 januari 2018 gedeeltelijk afgeschaft

Belastingplan 2018 - Prinsjesdag

Belastingplichtigen die alsnog buitenlands box 3-inkomen opgeven kunnen hierdoor ook met een vergrijpboete worden geconfronteerd wanneer zij binnen twee jaar nadat een onjuiste of onvolledige aangifte is gedaan tot inkeer komen.

4 december 2017

Aanpak belastingontduiking

Eerder dit jaar heeft de Staatssecretaris van Financiën een brief aan de Tweede Kamer gestuurd over de aanpak van (internationale) belastingontduiking. Naast een beschrijving van de stand van zaken met betrekking tot verschillende initiatieven die door de EU en de OESO op dit vlak zijn ondernomen werden in deze brief ook diverse nationaalrechtelijke maatregelen tegen belastingontduiking aangekondigd. De meesten hiervan liggen op het moment van schrijven van deze bijdrage nog op de tekentafel, of verkeren in de consultatiefase. Daarentegen wilde het kabinet de zogenoemde inkeerregeling reeds per 1 januari 2018 in zijn geheel afschaffen. De Tweede Kamer heeft daar echter een stokje voor gestoken en de reikwijdte van deze maatregel beperkt tot buitenlands box 3-inkomen. Hierna gaan wij dieper in op de achtergrond van de inkeerregeling, de aanleiding voor de gedeeltelijke afschaffing en de gevolgen hiervan voor de praktijk.

Achtergrond inkeerregeling

De inkeerregeling is per 1 januari 1998 ingevoerd op advies van de Commissie van Slooten. Deze commissie had onderzoek gedaan naar de verenigbaarheid van het fiscale boetestelsel met het EVRM en IVBPR. Een van haar conclusies was dat de toen reeds bestaande inkeerregeling in het strafrecht zou moeten worden uitgebreid tot het belastingrecht. Belastingplichtigen moesten er immers niet van weerhouden worden om alsnog aan hun verplichtingen te voldoen. Het toenmalige kabinet heeft deze aanbeveling overgenomen, zij het dat de mogelijkheid om een verzuimboete op te leggen werd opengehouden.

Aanvankelijk gold de inkeerregeling voor alle belastingjaren waarvoor werd ingekeerd. Vanwege een door de Tweede Kamer aangenomen amendement, is de reikwijdte van de regeling per 2 juli 2009 echter beperkt tot een periode van twee jaar na het tijdstip waarop de onjuiste of onvolledige aangifte is gedaan, of aangifte had moeten worden gedaan. Een inkeer na dat tijdstip wordt wel aangemerkt als een strafverminderende omstandigheid.

In de daaropvolgende jaren is de inkeerregeling in toenemende mate een speelbal van de politiek geworden. Zo konden belastingplichtigen in de periode 12 september 2013 tot 1 juli 2014 geheel boetevrij inkeren, terwijl de duimschroeven in de jaren daarna juist gestaag zijn aangedraaid. Op dit moment wordt bij inkeer na afloop van de tweejaarstermijn een boete opgelegd van 60%, die nog eens wordt verdubbeld als het om box 3 vermogen gaat. Het animo om na afloop van deze termijn in te keren zal daarom vermoedelijk nu reeds niet erg groot meer zijn.

Redenen voor afschaffing

Tegen de hiervoor geschetste achtergrond is niet verwonderlijk dat het kabinet ook de laatste stap wilde zetten door tot algehele afschaffing van de inkeerregeling over te gaan. Ter motivering van dit voorstel werden onder andere veranderde maatschappelijke opvattingen over belastingontduiking en de toegenomen pakkans als gevolg van internationale gegevensuitwisseling aangevoerd. Verder meende het kabinet dat het straffeloos laten van belastingontduikers tot ondermijning van de belastingmoraal zou kunnen leiden.

Gevolgen van afschaffing

De Tweede Kamer vond dit voorstel echter veel te ver gaan. Op initiatief van het lid Omtzigt (CDA) is daarom een amendement aangenomen, waardoor alleen belastingplichtigen met buitenlands box 3-inkomen geen gebruik meer kunnen maken van de inkeerregeling. Dit houdt in dat deze categorie belastingplichtigen ook met een vergrijpboete kan worden geconfronteerd wanneer binnen twee jaar nadat een onjuiste of onvolledige aangifte is gedaan alsnog het verzwegen buitenlandse box 3-inkomen wordt aangeven. Voorwaarde voor het opleggen van zo’n boete is uiteraard wel dat sprake moet zijn geweest van opzet of grove schuld.

De Tweede Kamer wil hiermee een signaal afgeven aan ‘zwartspaarders’ dat hun gedrag niet onbestraft kan blijven. Tegelijkertijd moet de inkeerregeling een ‘veilige haven’ blijven voor andere belastingplichtigen die binnen twee jaar na het doen van een onjuiste aangifte tot vrijwillige verbetering willen overgaan. Men wil uitdrukkelijk voorkomen dat minder belastingplichtigen fouten in de aangifte zullen herstellen uit vrees voor het opleggen van een boete, aldus de toelichting bij het amendement.

De tegenhanger van de inkeerregeling in het strafrecht komt eveneens gedeeltelijk te vervallen. Dit om te voorkomen dat het evenwicht tussen de strafrechtelijke en de bestuursrechtelijke aanpak wordt verstoord. Dit betekent dat een inkeerder ter zake van buitenlands box 3-inkomen alsnog met strafvervolging kan worden geconfronteerd.

De huidige inkeerregeling blijft overigens van toepassing op situaties waarin vóór 1 januari 2018 onjuist of onvolledig aangifte is gedaan, of ten onrechte geen aangifte is gedaan. Het zal dus nog wel even duren voordat het volle effect van de maatregel zichtbaar wordt. Bovendien is en blijft vrijwillige verbetering een omstandigheid die aanleiding geeft tot matiging van de boete.

Commentaar

De gedeeltelijke afschaffing van de inkeerregeling staat niet op zichzelf, maar is onderdeel van een waaier aan maatregelen gericht op het bestrijden van belastingontduiking. Denk bijvoorbeeld maar aan de voorgenomen publicatie van vergrijpboetes die aan juridische beroepsbeoefenaren worden opgelegd. Zoals de staatssecretaris aangeeft, past de maatregel ook goed bij de veranderende opvattingen in de samenleving over het nakomen van belastingverplichtingen. Er is dus duidelijk sprake van een principiële keuze en dat valt te prijzen. Dat neemt niet weg dat er aan de zijde van de wetgever mogelijk toch wel sprake is van gemengde gevoelens. In de memorie van toelichting wordt namelijk terloops opgemerkt dat de inkeerregeling de schatkist in de periode 2002 tot en met 2016 zo’n € 2 mld. aan belastinginkomsten heeft opgeleverd. Voorwaar geen gering bedrag.

Tegelijkertijd is het zo dat het voor belastingontduikers steeds moeilijker wordt om tussen de mazen van het net door te glippen. De internationale informatie-uitwisseling neemt hand over hand toe en bankgeheimen verdwijnen als sneeuw voor de zon. In die zin is het opmerkelijk dat de afschaffing van de inkeerregeling niet gekoppeld is aan gegevens die automatisch worden gerenseigneerd. Dan zou een evenwichtig systeem bestaan: voor dergelijke gegevens is een inkeerregeling niet nodig, voor alle andere inkomsten vervult de regeling een nuttige functie. Nu pakt men alleen de ‘zwarte’ spaarrekeningen aan, wat op zichzelf bezien onevenwichtig is omdat spaartegoeden zowel kunnen worden aangehouden in landen die automatisch renseigneren, als in landen die dat niet doen. Tot slot zou het evenwichtig zijn geweest indien de navorderingstermijn voor dergelijke automatisch gerenseigneerde buitenlandse inkomsten zou worden teruggeschroefd van twaalf jaar naar vijf jaar (de periode voor navordering van binnenlandse inkomsten). Voor een dergelijke lange periode is immers bij automatische informatie-uitwisseling ook geen reden meer. Maar daar voelt de wetgever kennelijk niet zo veel voor.

Prinsjesdag 2017 - Webcast

De dag na Prinsjesdag, op woensdag 20 september 2017, publiceerde Deloitte belastingadviseurs een webcast over de nieuwe wetsvoorstellen. Bekijk hier de uitzending: Prinsjesdag 2017 webcast.

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen