Herziening kleineondernemersregeling

Article

Herziening kleineondernemersregeling

Belastingplan 2019 - Prinsjesdag

Het wetsvoorstel voorziet in vervanging van de huidige KOR door een facultatieve omzetgerelateerde vrijstellingsregeling van omzetbelasting.

2 oktober 2018

Omzetgerelateerde vrijstelling

Het kabinet stelt een ingrijpende wijziging van de kleineondernemersregeling (KOR) voor. Het wetsvoorstel voorziet in vervanging van de huidige KOR door een facultatieve omzetgerelateerde vrijstellingsregeling van omzetbelasting. Momenteel geldt deze regeling enkel voor natuurlijke personen. Het beoogde doel is per 1 januari 2020 te komen tot een eenvoudiger uitvoerbare regeling voor kleine ondernemers, ongeacht hun rechtsvorm, en vermindering van uitvoeringskosten voor de Belastingdienst. De omzetdrempel zal € 20.000 per kalenderjaar bedragen.

Alle ondernemers die de omzetdrempel niet overschrijden kunnen onder de vrijstelling vallen. Wanneer zij hiervoor opteren, worden zij ontheven van het doen van btw-aangifte en de daarbij horende administratieve verplichtingen met betrekking tot door hen verrichte goederenleveringen en diensten in Nederland. Daar staat tegenover dat ondernemers die de nieuwe KOR toepassen geen voorbelasting op hun ingekochte diensten en goederen in aftrek kunnen brengen. Verlegde btw en btw verschuldigd wegens intracommunautaire verwervingen moeten de kleine ondernemers nog wel aangeven. De nieuwe KOR kan, net als de huidige KOR, alleen worden toegepast door ondernemers die in Nederland zijn gevestigd of in Nederland hun vaste inrichting hebben en de omzet vanuit die vaste inrichting wordt gerealiseerd.

Ondernemers die de vrijstelling willen toepassen, dienen uiterlijk vier weken voorafgaand aan het belastingtijdvak waarvoor de vrijstelling geldt hierom te verzoeken bij de inspecteur. De vrijstelling is dan van toepassing tot wederopzegging, echter ten minste voor drie jaar. Na opzegging kunnen ondernemers pas na drie jaar weer in aanmerking komen voor de KOR. Ondernemers die momenteel onder de KOR vallen, worden geacht de melding te hebben gedaan. Zij kunnen wederopzeggen en zijn daarbij niet gebonden aan de driejaarstermijn.

Er is voorzien in een regeling voor herziening ter zake van sfeerovergangen als gevolg van de toepassing van de nieuwe KOR, omdat de nieuwe regeling wordt vormgegeven als een vrijstelling. Ondernemers die voor toepassing van de nieuwe KOR kiezen, veranderen immers van btw-belaste ondernemers in btw-vrijgestelde ondernemers. Kleine ondernemers kunnen bij het ingaan van de vrijstelling te maken krijgen met een herziening van eerder in aftrek gebrachte btw met betrekking tot investeringsgoederen, zoals onroerende zaken. Bij een sfeerovergang blijft herziening echter achterwege beneden een grensbedrag van € 500.

De beoogde inwerkingtredingsdatum van de nieuwe regeling is 1 januari 2020. Ondernemers krijgen de mogelijkheid vanaf 1 juni 2019 melding te doen van het toepassen van de nieuwe KOR vanaf 1 januari 2020. Deze melding moet uiterlijk 20 november 2019 bij de inspecteur binnen zijn.

Het wetsvoorstel staat los van het richtlijnvoorstel van de Europese Commissie d.d. 18 januari 2018 voor herziening van de EU-regels voor kleine ondernemers. De staatssecretaris van Financiën vindt de huidige Nederlandse KOR dermate complex dat hij een modernisering op kortere termijn nodig acht. Implementatie van de richtlijn is namelijk pas voorzien per 1 juli 2022.

Omdat door toepassing van de vrijstelling geen recht meer op aftrek van voorbelasting bestaat, kan het voor ondernemers interessant zijn om de reguliere btw-regels toe te blijven passen, met name wanneer hun afnemers de btw die zij in rekening brengen in aftrek kunnen brengen.

Vond u dit nuttig?