Overzicht omzetbelasting, accijns, verbruiksbelastingen en kansspelbelasting

Article

Overzicht omzetbelasting, accijns, verbruiksbelastingen en kansspelbelasting  

Belastingplan 2019 - Prinsjesdag

Hierbij een overzicht van de in het Belastingplan 2019 opgenomen maatregelen met betrekking tot de omzetbelasting, accijns, verbruiksbelastingen en kansspelbelasting.

2 oktober 2018

Overzicht maatregelen omzetbelasting, accijns, verbruiksbelastingen en kansspelbelasting

English version

Terug naar overzicht Belastingplan 2019

Verhoging lage btw-tarief

Het lage tarief in de btw wordt per 1 januari 2019 verhoogd van 6% naar 9%. Dit heeft als gevolg dat onder andere boodschappen, consumpties, geneesmiddelen en boeken duurder worden. Volgens het kabinet een verstandige verschuiving omdat een belasting op consumptie, zoals de omzetbelasting, de keuzes van de burgers minder verstoort dan een belasting op arbeid. Het kabinet verwacht beperkte grenseffecten aangezien in de omringende landen de prijzen voor voedingsmiddelen over het algemeen hoger liggen dan in Nederland.

Het kabinet geeft aan dat geen aanvullende wetgeving wordt opgenomen voor overgangssituaties en bevestigt daarmee de eerdere uitspraak van de staatssecretaris van Financiën. Wanneer vóór 1 januari 2019 betaling plaatsvindt voor een prestatie die pas in 2019 wordt verricht, hoeft geen correctie naar het nieuwe lage btw-tarief van 9% plaats te vinden.

De tariefsverhoging werkt ook door naar de Wet op de vaste boekenprijs. In die wet wordt een wijziging opgenomen die ondernemers de mogelijkheid biedt om een vastgestelde vaste prijs te wijzigen en daarmee het effect van een btw-wijziging te kunnen verdisconteren.


Zie ook: Gevolgen verhoging lage btw-tarief

Herziening kleineondernemersregeling

Het kabinet stelt een modernisering van de kleineondernemersregeling (KOR) voor. Momenteel geldt deze regeling enkel voor natuurlijke personen. Het wetsvoorstel voorziet in vervanging van de huidige KOR door een facultatieve omzetgerelateerde vrijstellingsregeling van omzetbelasting. De omzetdrempel bedraagt € 20.000 per kalenderjaar. Het beoogde doel is te komen tot een eenvoudiger uitvoerbare regeling voor kleine ondernemers, ongeacht hun rechtsvorm, en vermindering van uitvoeringskosten voor de Belastingdienst. 

Alle ondernemers die de omzetdrempel niet overschrijden kunnen onder de vrijstelling vallen. Wanneer zij hiervoor opteren zijn zij ontheven van het doen van btw-aangifte en de daarbij horende administratieve verplichtingen met betrekking tot door hen verrichte goederenleveringen en diensten in Nederland. Verlegde btw en btw verschuldigd wegens intracommunautaire verwervingen moeten de kleine ondernemers nog wel aangeven.

Ondernemers die de vrijstelling willen toepassen, dienen uiterlijk vier weken voorafgaand aan het belastingtijdvak waarvoor de vrijstelling geldt hierom te verzoeken bij de inspecteur. Omdat door toepassing van de vrijstelling geen recht meer op aftrek van voorbelasting bestaat, kan het voor ondernemers interessant zijn om de reguliere btw-regels toe te blijven passen, met name wanneer hun afnemers de btw die zij in rekening brengen in aftrek kunnen brengen.

Er is voorzien in een regeling voor herziening voor sfeerovergangen als gevolg van de toepassing van de nieuwe KOR, omdat de nieuwe regeling wordt vormgegeven als een vrijstelling. Kleine ondernemers dienen btw op investeringen terug te betalen op basis van de herzieningsregels. Bij een sfeerovergang blijft herziening achterwege beneden een grensbedrag van € 500.

De beoogde inwerkingtredingsdatum van de nieuwe regeling is 1 januari 2020. Ondernemers krijgen de mogelijkheid vanaf 1 juni 2019 melding te doen van het toepassen van de nieuwe KOR vanaf 1 januari 2020.


Zie ook: Herziening kleineondernemersregeling

Uitbreiding btw-sportvrijstelling

De btw-sportvrijstelling geldt momenteel voor sportprestaties die aan leden van sportverenigingen worden verricht. Naar aanleiding van Europese jurisprudentie is nu door het kabinet voorgesteld om deze vrijstelling per 1 januari 2019 uit te breiden, waardoor die ook van toepassing zal zijn op sportprestaties aan niet-leden. De vrijstelling geldt vanaf 2019 eveneens voor niet-commerciële exploitanten van sportaccommodaties. Omdat dit negatieve gevolgen kan hebben voor dergelijke exploitanten, omdat zij per 1 januari 2019 geen recht van voorbelasting (meer) hebben, en omdat het kabinet de aanleg, het onderhoud en de instandhouding van sportaccommodaties wil stimuleren, wordt een compensatieregeling geïntroduceerd. In de compensatieregeling wordt een onderscheid gemaakt tussen gemeenten en amateursportorganisaties. Amateursportorganisaties worden gecompenseerd middels de ‘Subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties’ terwijl gemeenten worden gecompenseerd door middel van de ‘Regeling specifieke uitkering stimulering’.

Het kabinet komt daarnaast met overgangsregelingen ten aanzien van (I) toepassing van de gebruikelijke herzieningsregels op resterende bouwtermijnen van sportaccommodaties die bestemd zijn voor btw-belast gebruik en die betaald moeten worden in 2019, (II) voor ingebruikname na 1 januari 2019 van sportaccommodaties die bedoeld zijn voor btw-belast gebruik en (III) voor gewijzigd gebruik na 1 januari 2019 van roerende en onroerende zaken waarvan btw-belast gebruik voorzien was.


Zie ook: Uitbreiding btw-sportvrijstelling

Implementatie btw e-commercerichtlijn

Een deel van de aangenomen EU-richtlijn met betrekking tot elektronische diensten en afstandsverkopen wordt per 1 januari 2019 in de Nederlandse omzetbelastingwetgeving geïmplementeerd. De te implementeren onderdelen zien met name op vereenvoudiging van het btw-regime voor telecommunicatiediensten, omroepdiensten en elektronische diensten (zoals dat per 1 januari 2015 geldt).

Ondernemers die voor kleine bedragen online digitale diensten leveren aan particulieren in andere lidstaten en die in één lidstaat zijn gevestigd, zijn voortaan de btw in de eigen lidstaat verschuldigd naar het daar geldende tarief. Van deze vereenvoudiging kan echter enkel gebruik worden gemaakt indien een ondernemer onder de totale grensoverschrijdende omzetdrempel van € 10.000 blijft. Daarnaast mogen ondernemers die digitale diensten verrichten voor particulieren in andere lidstaten de factureringsregels toepassen van de eigen EU-lidstaat. Verder kunnen ondernemers die buiten de EU gevestigd zijn, maar wel een btw-registratie hebben binnen de EU per 1 januari 2019 gebruik maken van het mini One-Stop Shop System (MOSS).


Zie ook: Implementatie btw e-commerce richtlijn

Kansspelbelasting voor sportweddenschappen

Op dit moment is bij de Eerste Kamer een wetsvoorstel aanhangig om online kansspelen te legaliseren. In navolging hiervan is ervoor gekozen om voor alle kansspelen op afstand eenzelfde belastingplicht te introduceren, waarbij de aanbieder van het kansspel de belasting dient in te houden. Op dit moment geldt echter voor landgebonden weddenschappen op de sport dat de spelers zelf belastingplichtig zijn. De Europese Commissie ziet hier onverenigbare staatssteun voor aanbieders van landgebonden sportweddenschappen. Daarom wordt in de Wet aanpassing kansspelbelasting voor sportweddenschappen voorgesteld om aanbieders van landgebonden en aanbieders van op afstand aangeboden sportweddenschappen gelijk te behandelen, waarbij de aanbieder belastingplichtig wordt voor de kansspelbelasting. Tegelijk met deze wijziging wordt voor promotionele kansspelen (waarbij de inleg nihil of relatief laag is ten opzichte van de uitgekeerde prijzen) voorgesteld dat deze niet worden aangemerkt als kansspel op afstand, waardoor de speler belastingplichtig blijft voor de kansspelbelasting.

Vond u dit nuttig?