Belastingplan 2019 – Versoepeling belastingrenteregime

Article

Versoepeling belastingrenteregime

Belastingplan 2019 - Prinsjesdag

De wetgever heeft voorgesteld berekening van belastingrente over aanslagen inkomstenbelasting achterwege te laten als de aangifte vóór 1 mei na afloop van het kalenderjaar wordt ingediend en de aanslag conform wordt vastgesteld.

24 september 2018

Belastingrenteregeling

De belastingrente heeft per 1 januari 2013 de plaats ingenomen van de heffingsrente. Het uitgangspunt van de huidige regeling is fundamenteel anders. Was de heffingsrenteregeling primair gebaseerd op de compensatiegedachte, in de nu geldende regeling knoopt de renteberekening aan bij de vraag of sprake is van een verzuim. De belastingplichtige is in ‘verzuim’ als hij niet tijdig een aangifte indient of niet tijdig om vaststelling van een voorlopige aanslag tot het juiste bedrag verzoekt. De inspecteur is in ‘verzuim’ als hij naar aanleiding van een ingediende aangifte of een verzoek niet tijdig een (voorlopige) aanslag vaststelt.

Deadline voorkomen belastingrente

Naar aanleiding van een door de Tweede Kamer aangenomen motie bij het Belastingplan 2018, waarin de regering werd opgeroepen te onderzoeken of de belastingrenteregeling redelijk, billijk en rechtvaardig is, heeft de staatssecretaris op 5 juli 2018 een evaluatierapport aan de Tweede Kamer aangeboden. Daarin kwam onder andere naar voren dat de deadline voor het indienen van aangiften inkomstenbelasting sinds 2014 is verschoven naar 1 mei na afloop van het kalenderjaar, terwijl belastingrente alleen achterwege blijft door aangifte te doen vóór 1 april. Aangekondigd werd dat hiervoor een oplossing zou komen. De wetgever heeft zijn woord gestand gedaan en in het Belastingplan 2019 voorgesteld om ook de deadline voor het voorkomen van belastingrente naar 1 mei te verplaatsen. Helaas is deze versoepeling vanwege budgettaire redenen niet doorgetrokken naar de vennootschapsbelasting, hoewel de problematiek daar vergelijkbaar is. VPB-aangiften moeten immers als regel binnen vijf maanden na afloop van het (boek)jaar worden ingediend.

Vasthouden aan verzuimgedachte

Zoals gezegd is de belastingrenteregeling gebaseerd op de verzuimgedachte. Toepassing van dit uitgangspunt leidt in de praktijk soms echter tot vreemde situaties. Een sprekend voorbeeld hiervan is te vinden in een recente uitspraak van Rechtbank Den Haag. In die zaak had een bv (abusievelijk) aan de belastingdienst doorgegeven dat haar belastbaar bedrag over het boekjaar 2014/2015 nihil zou bedragen, terwijl uit de kort daarna ingediende aangifte het juiste belastbare bedrag bleek. Gevolg was dat de eerder betaalde voorlopige aanslag tot nihil werd verminderd. De hieruit voortvloeiende teruggaaf werd vervolgens verrekend met de twee weken later opgelegde definitieve aanslag. Desondanks werd belastingrente in rekening gebracht over het volledige bedrag van laatstgenoemde aanslag. Hoewel de inspecteur conform de wettelijke bepalingen had gehandeld, oordeelde de rechtbank dat de uitkomst onredelijk was en verminderde de rente.

Pleitbaar standpunt

Hoewel de staatssecretaris erkent dat het in rekening brengen van belastingrente in dit soort gevallen als onrechtvaardig kan worden ervaren, houdt hij onverkort vast aan de verzuimgedachte. Toch is de wetgever minder consequent dan hij voorgeeft. Zo wordt zonder onderscheid belastingrente in rekening gebracht tot en met de vervaldatum van de aanslag wanneer de inspecteur een aangifte IB of VPB corrigeert. Beredeneerd vanuit de verzuimgedachte is het echter niet logisch om rente in rekening te brengen als de correctie voortvloeit uit een pleitbaar standpunt. In dat geval kon en mocht de belastingplichtige immers redelijkerwijs menen dat hij een juiste aangifte deed. Of anders gezegd: in zo’n geval kan niet worden gezegd dat hij in verzuim is. Om die reden blijft bij een pleitbaar standpunt zowel een vergrijp- als verzuimboete achterwege. Helaas wordt deze benadering dan weer niet doorgetrokken naar het belastingrenteregime.

Rentepercentage

Een ander punt van kritiek op de belastingrenteregeling is dat op aanslagen vennootschapsbelasting een veel hoger rentepercentage in rekening wordt gebracht (8%) dan bij andere belastingen (4%). Ook hier houdt de wetgever zijn poot stijf. In de evaluatie zijn weliswaar enkele alternatieven benoemd, maar die kosten allemaal geld. En dat geld heeft de regering er niet voor over. Dat de rechtvaardigheid van de belastingrenteregeling op onderdelen ondertussen ver te zoeken is, neemt men helaas voor lief.

Vond u dit nuttig?