Belastingplan 2021 - Belastingplan 2021 aangenomen door de Tweede Kamer

Article

Belastingplan 2021 - Belastingplan 2021 aangenomen door de Tweede Kamer

De Tweede Kamer heeft op 12 november 2020 ingestemd met het pakket Belastingplan 2021 en met een wetsvoorstel dat voorziet in beperking van de liquidatieverliesregeling in de vennootschapsbelasting.

16 november 2020

De Tweede Kamer heeft op 12 november 2020 ingestemd met het pakket Belastingplan 2021, dat op Prinsjesdag was ingediend. Daarvan maken de volgende wetsvoorstellen deel uit:

  • Belastingplan 2021
  • Overige fiscale maatregelen 2021
  • Wet aanpassing box 3
  • Wet differentiatie overdrachtsbelasting
  • Wet verbetering uitvoerbaarheid toeslagen
  • Wet CO2-heffing industrie
  • ODE-tarieven 2021 en 2022
  • Eenmalige huurverlaging huurders met lager inkomen


Eveneens op 12 november 2020 heeft de Tweede Kamer een wetsvoorstel aangenomen dat voorziet in een beperking van de stakings- en liquidatieverliesregeling in de vennootschapsbelasting. Bij het Belastingplan 2021 en de Wet differentiatie overdrachtsbelasting zijn enkele amendementen aangenomen, welke wij hieronder zullen bespreken.

Baangerelateerde Investeringskorting (BIK)

De BIK is bedoeld om nieuwe investeringen in niet eerder gebruikte bedrijfsmiddelen te stimuleren en is van toepassing op investeringsverplichtingen die op of na 1 oktober 2020 worden aangegaan. Uitgaven in verband met voortbrenging of verbetering van bedrijfsmiddelen kwalificeren niet. Aanvullend wordt als voorwaarde gesteld dat de betreffende investeringen in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2022 volledig moeten zijn betaald en uiterlijk binnen zes maanden na die volledige betaling in gebruik zijn genomen. Qua vormgeving is gekozen voor een afdrachtvermindering op de loonheffing. Het kabinet had een kortingspercentage voorgesteld van 3% tot een investeringsniveau van € 5.000.000 en 2,44% over het meerdere. De Tweede Kamer wilde echter dat een groter deel van het beschikbare budget ten goede zou komen aan het MKB en heeft een amendement aangenomen waardoor bovenstaande percentages zijn gewijzigd in 3,9% respectievelijk 1,8%.

Starters en doorstromers op de woningmarkt

Het kabinet wil de mogelijkheden voor starters om een eigen woning te kopen vergroten. Daarom wordt een eenmalige vrijstelling van overdrachtsbelasting ingevoerd voor verkrijgers tussen 18 en 35 jaar die vanaf 1 januari 2021 een eigen woning kopen. Aanvankelijk zou de vrijstelling tot 1 januari 2026 gelden, maar de Tweede Kamer heeft deze horizonbepaling bij amendement geschrapt. Een tweede wijziging is dat de vrijstelling vanaf 1 april 2021 niet meer geldt indien de woningwaarde (inclusief aanhorigheden) € 400.000 overschrijdt.

Doorstromers die vanaf 1 januari 2021 een woning voor eigen gebruik verkrijgen, kunnen aanspraak blijven maken op het verlaagde tarief van 2%. Zowel voor toepassing van de startersvrijstelling als het verlaagde tarief moet de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf dienen. Dit moet de verkrijger duidelijk, stellig en zonder voorbehoud verklaren. Deze schriftelijke verklaring maakt onderdeel uit van de aangifte overdrachtsbelasting. De Tweede Kamer heeft bij amendement bepaald dat het 2%-tarief ook van toepassing wordt op wooncoöperaties die woningen van woningcorporaties overkopen.
Alle overige verkrijgingen zullen worden belast naar het algemene tarief, dat per 1 januari 2021 wordt verhoogd naar 8%. Meer informatie over deze wijzigingen vindt u hier.

Tijdelijke verhoging schenkingsvrijstellingen

Bij de heffing van schenkbelasting zijn diverse vrijstellingen van toepassing. Zo kunnen ouders jaarlijks binnen bepaalde grenzen schenkingen doen aan hun kinderen zonder schenkbelasting verschuldigd te zijn. Per kind kan in 2020 € 5.515 onbelast worden geschonken. Voor overige verkrijgers geldt in 2020 een vrijstelling van € 2.208. De Tweede Kamer heeft een amendement bij het Belastingplan 2021 aangenomen waardoor beide vrijstellingen in 2021 eenmalig met € 1.000 worden verhoogd. Rekening houdend met inflatiecorrectie komen voornoemde vrijstellingen in 2021 naar verwachting uit op € 6.604 respectievelijk € 3.244. De verruiming is ingegeven door de wens van de Tweede Kamer om ondernemers in deze moeilijke tijden meer mogelijkheden te geven om aan liquide middelen te komen.

Vervanging postcoderoosregeling door subsidie

De zogenoemde Postcoderoosregeling in de energiebelasting wordt vervangen door een subsidieregeling. Net als in de huidige regeling wordt het postcodegebied gebruikt om het lokale karakter te waarborgen. De subsidie wordt uitbetaald aan de coöperatie of VVE waarbij de deelnemers aan het project lid moeten zijn van de coöperatie of VVE en bij aanvang wonen in hetzelfde postcodegebied als waar de elektriciteitsaansluiting van de productie-installatie zich bevindt. Oorspronkelijk zou de Postcoderoosregeling per 1 januari 2021 eindigen. Maar die datum is bij amendement verzet naar 1 april 2021, omdat de nieuwe subsidieregeling pas per die datum wordt opengesteld.

Did you find this useful?