Belastingplan 2021 - Pakket Belastingplan 2021 aangenomen door Eerste Kamer

Article

Belastingplan 2021 - Pakket Belastingplan 2021 aangenomen door Eerste Kamer

De Eerste Kamer heeft op 15 december 2020 ingestemd met het pakket Belastingplan 2021, met de beperking van de liquidatieverliesregeling in de vennootschapsbelasting en met de invoering van een vliegbelasting. Het kabinet krijgt hiermee groen licht voor een aantal veelbesproken maatregelen.

17 december 2020

Belastingplan 2021

Op 15 december 2020 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het pakket Belastingplan 2021 en de beperking van de stakings- en liquidatieverliesregeling in de vennootschapsbelasting. Tijdens de parlementaire behandeling van deze wetsvoorstellen in de Eerste Kamer heeft het kabinet nog een belangrijke aanpassing aangebracht in de baangerelateerde investeringskorting (BIK). Door middel van een novelle op het Belastingplan 2021 is geregeld dat de BIK vooralsnog niet kan worden aangevraagd namens een fiscale eenheid vennootschapsbelasting, maar alleen op het niveau van een individuele vennootschap. De kans bestaat namelijk dat de regeling mogelijk in strijd komt met de vrijheid van vestiging. Om zekerheid te krijgen dat de voorgestelde regeling beperkt kan blijven tot binnenlandse investeringen, is een notificatieprocedure gestart bij de Europese Commissie. Als die zijn goedkeuring verleent, zal alsnog een BIK-aanvraag op fiscale eenheidsniveau mogelijk worden gemaakt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2021. Als de Europese Commissie afwijzend reageert, zal naar verwachting van het kabinet een kwart van de voorziene investeringen niet langer in aanmerking komen. In dat geval zullen de percentages van de BIK worden verhoogd naar 5% (i.p.v. 3,9%) en 2,08% (i.p.v. 1,8%).

Vliegbelasting

De Eerste Kamer heeft op 15 december 2020 ook ingestemd met de invoering van een unilaterale vliegbelasting per 1 januari 2021. Deze belasting zal worden geheven van de luchthavenexploitant. Het tarief bedraagt € 7,845 (na inflatiecorrectie) voor elke passagier die van een luchthaven in Nederland vertrekt. Transferpassagiers en kinderen jonger dan twee jaar zijn vrijgesteld. De eerder voorziene belasting op vracht is komen te vervallen, omdat uit onderzoek bleek dat deze erg concurrentieverstorend zou uitpakken voor de kleinere Nederlandse luchthavens.

Tarieven 2021

Hieronder treft u een overzicht van de belangrijkste tarieven en vrijstellingen aan voor het jaar 2021.

Tarieven vennootschapsbelasting

In 2021 bedraagt het vennootschapsbelastingtarief 15% (2020: 16,5%) tot een belastbaar bedrag van € 245.000 (2020: € 200.000) en 25% over het meerdere. In 2022 wordt de eerste tariefschijf verlengd tot € 395.000. Het tarief van de innovatiebox wordt per 2021 verhoogd van 7% naar 9%. Hieronder hebben wij de wijzigingen in tabelvorm samengevat:

 

Jaar 2020 2021 2022
Opstaptarief
16,5%
(belastbaar bedrag
tot € 200.000)
15%
(belastbaar bedrag
tot € 245.000)
15%
(belastbaar bedrag
tot € 395.000)
Toptarief                     
25%
(belastbaar bedrag vanaf
€ 200.000)
25%
(belastbaar bedrag vanaf
€ 245.000)
25% 
(belastbaar bedrag vanaf
€ 395.000)

 

Bronbelasting en dividendbelasting

Het tarief van de conditionele bronbelasting op rente- en royaltybetalingen, die per 1 januari 2021 in werking treedt, bedraagt 25%. Het tarief van de dividendbelasting blijft in 2021 15%.


Tarieven inkomstenbelasting

Tarief box 1

De tarieven in box 1 van de inkomstenbelasting voor belastingplichtigen die op of na 1 januari 1946 zijn geboren en nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, luiden in 2021 als volgt:
 

bij een box-1 inkomen van meer dan maar niet meer dan belastingtarief tarief premie volksverzekeringen totaal
- € 35.129 9,45% 27,65% 37,10%
€ 35.129 € 68.507 37,10% - 37,10%
€ 68.507 - 49,50% - 49,50%

 

De tarieven in box 1 van de inkomstenbelasting voor belastingplichtigen die op of na 1 januari 1946 zijn geboren, maar wel de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, luiden in 2021 als volgt:
 

bij een box 1- inkomen van meer dan  maar niet meer dan belastingtarief tarief premie volksverzekeringen totaal
- € 35.129 9,45% 9,75% 19,20%
€ 35.129 € 68.507 37,10% - 37,10%
€ 68.507 - 49,50% - 49,50%


De tarieven in box 1 van de inkomstenbelasting voor belastingplichtigen die vóór 1 januari 1946 zijn geboren, luiden in 2021 als volgt:
 

bij een box 1-inkomen van meer dan maar niet meer dan belastingtarief tarief premie volksverzekeringen  totaal
- € 35.941 9,45% 9,75% 19,20%
€ 35.941 € 68.507 37,10% - 37,10%
€ 68.507 - 49,50% - 49,50%

 

Het maximale aftrektarief voor bepaalde aftrekposten in box 1, zoals hypotheekrente, ondernemersaftrek, MKB-winstvrijstelling en persoonsgebonden aftrek daalt in 2021 naar 43%. De aftrekpost blijft in stand, maar bij de berekening van de verschuldigde inkomstenbelasting wordt in voorkomende gevallen een tariefcorrectie toegepast.


Tarief box 2

Het tarief in box 2 (inkomen uit aanmerkelijk belang) wordt in 2021 verhoogd naar 26,90% (2020: 26,25%). Deze tariefverhoging was reeds voorzien in het Belastingplan 2019.


Tarief box 3

Per 1 januari 2021 wordt het heffingsvrije vermogen in box 3 verhoogd naar € 50.000 per belastingplichtige (2020: € 30.846). Daar staat tegenover dat het box 3-tarief per 1 januari 2021 wordt verhoogd naar 31% (2020: 30%). Daarnaast worden de schijfgrenzen voor de indeling in rendementsklassen opnieuw vastgesteld. De wetgever blijft ook in 2021 uitgaan van ficties ten aanzien van de samenstelling van het box 3-vermogen. Zie hiervoor de onderstaande tabel:
 

grondslag sparen en beleggen Rendementsklasse I Rendementsklasse II Fictief rendement
€ 0 - € 50.000 67% 33% 1,90%
€ 50.000 - € 950.000 21% 79% 4,50%
>€ 950.000 0% 100% 5,69%

 

Premies sociale verzekeringen

  • De premiepercentages voor de volksverzekeringen blijven in 2021 gelijk ten opzichte van 2020, respectievelijk 17,90% (AOW), 0,10% (ANW) en 9,65% (WLZ).
  • Het percentage van de inkomensafhankelijke werkgeversbijdrage ZVW bedraagt in 2021 7,0%. Verzekeringsplichtigen die die andere inkomensbestanddelen genieten zijn hierover zelf een inkomensafhankelijke bijdrage ZVW van 5,75% verschuldigd. Het maximale bijdrage-inkomen bedraagt in 2021 in beide situaties € 58.311.
  • De Basispremie Arbeidsongeschiktheidsfonds (AO) is voor het jaar 2021 vastgesteld op 7,03%.
  • De lage premie voor het Algemeen werkloosheidsfonds (AW) bedraagt in 2021 2,7% en de hoge premie 7,7%.

Overdrachtsbelasting

Per 1 januari 2021 geldt een eenmalige vrijstelling van overdrachtsbelasting voor verkrijgers tussen 18 en 35 jaar. Deze vrijstelling geldt vanaf 1 april 2021 echter niet meer als de woningwaarde (inclusief aanhorigheden) meer dan € 400.000 bedraagt. Voor doorstromers die na 1 januari 2021 een woning voor eigen gebruik verkrijgen, geldt een verlaagd tarief van 2%. Voor toepassing van de startersvrijstelling of het verlaagde tarief moet de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf dienen. Het 2%-tarief geldt ook voor wooncoöperaties die woningen van woningcorporaties overkopen. Alle overige verkrijgingen zullen worden belast naar het algemene tarief, dat per 1 januari 2021 8% bedraagt (2020: 6%).

Tarieven en vrijstellingen schenk- en erfbelasting

Het tarief van de schenk- en erfbelasting is afhankelijk van de verwantschap tot degene van wie verkregen wordt. Voor verkrijgingen (schenking of erfenis) door de partner of een kind geldt een tarief van 10% tot een verkrijging van € 128.751 en 20% over het meerdere. Voor verkrijgingen door een kleinkind bedragen deze tarieven respectievelijk 18% en 36%. Voor overige verkrijgers gaat het om respectievelijk 30% en 40%.

Ouders kunnen jaarlijks binnen bepaalde grenzen schenkingen doen aan hun kinderen zonder dat deze schenkbelasting verschuldigd zijn. Per kind kan in 2020 € 5.515 onbelast worden geschonken. Voor overige verkrijgers geldt in 2020 een vrijstelling van € 2.208. Beide vrijstellingen worden in 2021 eenmalig met € 1.000 verhoogd. Rekening houdend met inflatiecorrectie komen deze vrijstellingen dan uit op € 6.604 respectievelijk € 3.244.

 

Indien het kind tussen de 18 en 40 jaar oud is, mag in 2021 eenmalig een bedrag van € 26.881 onbelast worden geschonken. Indien de schenking is bestemd voor de betaling van een kostbare studie van uw kind, bedraagt de eenmalig verhoogde vrijstelling € 55.996. De eenmalig verhoogde vrijstelling voor schenkingen in verband met de eigen woning bedraagt in 2021 € 105.302. Die laatste vrijstelling is niet beperkt tot schenkingen van ouders aan kinderen. Wel geldt de eis dat de begiftigde tussen 18 en 40 jaar oud moet zijn. Voor alle eenmalig verhoogde vrijstellingen geldt dat hierop in de aangifte schenkbelasting expliciet een beroep moet worden gedaan.

Did you find this useful?