Belastingplan 2021 - wijzigingen in tarieven en heffingskortingen

Article

Belastingplan 2021 - Wijzigingen in tarieven en heffingskortingen

De maatregelen van het kabinet zijn erop gericht om de economische neergang zoveel mogelijk te beperken en zo inkomen en banen te behouden. Tegelijkertijd wil het kabinet het verschil in belastingdruk tussen werknemers en zelfstandigen verkleinen.

28 september 2020

Inkomensbeleid

Als gevolg van de coronacrisis is de ontwikkeling van de koopkracht in de komende periode erg onzeker geworden. De maatregelen van het kabinet zijn erop gericht om de economische neergang zoveel mogelijk te beperken en zo inkomen en banen te behouden. Tegelijkertijd wil het kabinet het verschil in belastingdruk tussen werknemers en zelfstandigen verkleinen.

Tweeschijvenstelsel box 1

Sinds 1 januari 2020 is effectief sprake van een tweeschijvenstelsel met een basistarief van 37,35% tot een belastbaar box 1-inkomen van € 68.507 en een toptarief van 49,50% over het meerdere. In de komende jaren daalt het basistarief licht tot respectievelijk 37,10% (2021), 37,07% (2022), 37,05% (2023) en 37,03% (2024). Het toptarief blijft ongewijzigd.

Voor AOW-gerechtigden is sprake van een drieschijvenstelsel, aangezien geen AOW-premies meer verschuldigd zijn. Tot een box 1-inkomen van € 35.129 (indien geboren vóór 1 januari 1946: €35.941) bedraagt het tarief in 2021 voor deze categorie belastingplichtigen 19,20% (2020: 19,45%). In de onderstaande tabellen is de ontwikkeling van de tarieven en de schijfgrenzen samengevat.

Verder daalt het maximale aftrektarief voor bepaalde aftrekposten in box 1, zoals hypotheekrente, ondernemersaftrek, MKB-winstvrijstelling en persoonsgebonden aftrek in 2021 van 46% naar 43%. De aftrekpost blijft in stand, maar bij de berekening van de verschuldigde inkomstenbelasting wordt in voorkomende gevallen een tariefcorrectie toegepast. In 2022 daalt het maximale aftrektarief verder naar 40%, om vervolgens in 2023 uit te komen bij het dan geldende basistarief van 37,05%.

Schijfgrenzen

Tariefgrenzen 2020 2021
Grens eerste schijf (geboren vanaf 1946)
€ 34.712 € 35.129
Grens eerste schijf (geboren vóór 1946)
€ 35.375 € 35.941
Grens tweede schijf  € 68.507 € 68.507
Derde schijf >€ 68.507 >€ 68.507


Algemene Tarieftabel

Gecombineerd tarief  2020 2021
Tarief eerste schijf  37,35% 37,10%
Tarief tweede schijf  37,35% 37,10%
Tarief derde schijf 49,50% 49,50%


Tarieftabel AOW-gerechtigden

Gecombineerd tarief  2020  2021 
Tarief eerste schijf 19,45%  19,20% 
Tarief tweede schijf 37,35% 37,10%
Tarief derde schijf 49,50%  49,50%

Tariefstructuur vennootschapsbelasting en box 2-tarief

De tariefstructuur van de vennootschapsbelasting ondergaat een wijziging door verlenging van de eerste schijf van een belastbaar bedrag van € 200.000 tot € 245.000 in 2021 en € 395.000 in 2022. Het ‘opstaptarief’ gaat conform planning omlaag naar 15% (2020: 16,5%). De in het Belastingplan 2020 opgenomen verlaging van het algemene tarief naar 21,7% wordt echter ongedaan gemaakt, waardoor dit tarief 25% blijft. Het tarief in box 2 wordt per 1 januari 2021 verhoogd naar 26,9% (2020: 26,25%). Die tariefstijging was al voorzien in het Belastingplan 2019.

Aanpassing box 3

Per 1 januari 2021 wordt het heffingsvrije vermogen in box 3 verhoogd naar € 50.000 per belastingplichtige (2020: € 30.846). Daar staat tegenover dat het box 3-tarief per 1 januari 2021 wordt verhoogd naar 31% (2020: 30%). Daarnaast worden de schijfgrenzen voor de indeling in rendementsklassen opnieuw vastgesteld. In tegenstelling tot wat vorig jaar was aangekondigd, blijft de wetgever uitgaan van ficties ten aanzien van de samenstelling van het box 3-vermogen. Het fictief rendement in rendementsklasse I bedraagt voor 2021 0,03% (2020: 0,07%) en dat voor rendementsklasse II 5,69% (2020: 5,28%).

 

Grondslag sparen en beleggen Rendementsklasse I Rendementsklasse II Fictief rendement
 € 0 – € 50.000 67% 33% 1,90%
€ 50.000 – 950.000
21% 79% 4,50%
> €950.000 0% 100% 5,69%

 

Zelfstandigenaftrek

Het kabinet wil het verschil in fiscale behandeling tussen zelfstandigen en werknemers verder verkleinen. Daartoe wordt de in het Belastingplan 2020 ingezette afbouw van de zelfstandigenaftrek versneld en ook langer doorgezet. In de jaren tot en met 2027 bedraagt de afbouw € 360 per jaar, en in 2028 eenmalig € 390. Vervolgens wordt de zelfstandigenaftrek in de jaren daarna met € 110 per jaar verminderd, totdat deze in 2036 uitkomt op € 3.240. Oorspronkelijk was een afbouw tot € 5.000 voorzien. In 2021 bedraagt de zelfstandigenaftrek nog € 6.670 (2020: € 7.030).

Algemene heffingskorting

Ter verbetering van de koopkracht voor alle inkomensgroepen wordt de maximale algemene heffingskorting in 2021 verhoogd tot € 2.837. Vanaf een box 1- inkomen van € 21.043 wordt de heffingskorting met 5,977% afgebouwd totdat deze bij € 68.507 op nihil uitkomt. Vooral lagere inkomens profiteren derhalve van de verhoging. In onderstaande tabel is het verloop van de maximale heffingskorting en het afbouwpercentage over de jaren heen te zien:
 

Jaar 2020 2021
Algemene heffingskorting  €2.711  €2.837 
Afbouwpercentage 5,672%  5,977% 
Afbouwpunt €20.711 €21.043

 

Arbeidskorting

Ook het maximum van de arbeidskorting wordt verder verhoogd en komt in 2021 uit op € 4.205. Feitelijk is echter sprake van een sigaar uit eigen doos, aangezien de in 2022 voorziene verhoging een jaar naar voren wordt gehaald. Het kabinet beoogt hiermee de koopkracht voor werkenden te verbeteren. Het afbouwpercentage van 6% blijft ongewijzigd. Deze afbouw begint in 2021 bij een arbeidsinkomen (winst, loon of resultaat uit overige werkzaamheden) van € 35.652. Als gevolg van deze inkomensafhankelijke afbouw, alsmede die van de algemene heffingskorting, is de marginale belastingdruk aanzienlijk hoger dan volgt uit de box 1-tarieven.
 

Jaar  2020  2021 
Maximale arbeidskorting  €3.819  €4.205 
Afbouwpercentage 6.00% 6.00%
Afbouwpunt €34.954  €35.652

 

Ouderenkorting

De maximale ouderenkorting wordt per 1 januari 2021 verhoogd naar € 1.703 verhoogd. Sinds 2019 vervalt deze heffingskorting niet ineens wanneer een bepaalde inkomensgrens wordt overschreden, maar vindt een geleidelijke afbouw plaats. Het afbouwpercentage bedraagt in 2021 15% boven een verzamelinkomen van € 37.970. Hieronder hebben wij de wijzigingen in tabelvorm samengevat.

 

Jaar  2020 2021 
Maximale ouderenkorting  €1.622  €1.703 
Afbouwpercentage 15% 15%
Afbouwpunt €37.372  €37.970 

 

Inkomensafhankelijke combinatiekorting

Het maximum van de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) wordt in 2021 verlaagd en in 2022 weer enigszins verhoogd. Deze maatregel dient ter dekking van de financiële gevolgen van een eerder dit jaar door de Hoge Raad gewezen arrest, waarin werd geoordeeld dat indien een kind tot twee huishoudens behoort in verband met co-ouderschap beide ouders recht hebben op de inkomensafhankelijke combinatiekorting, mits de zorg gelijkelijk verdeeld is volgens een duurzaam ritme. Het maximale bedrag van de IACK komt na deze aanpassing in 2021 uit op € 2.815. Opbouw vindt plaats vanaf een arbeidsinkomen van € 5.153. Het opbouwpercentage bedraagt in 2021 ongewijzigd 11,45%. Hieronder hebben wij de wijzigingen in tabelvorm samengevat.

 

Jaar  2020  2021
Maximale IACK  €2.881  €2.815 
Afbouwpercentage  11,45%  11,45% 
Opbouwpunt €5.072 €5.153
Did you find this useful?