Belastingplan 2022 - Overzicht autobelastingen, milieubelastingen en verhuurderheffing

Article

Overzicht maatregelen autobelastingen en milieubelastingen 

Belastingplan 2022 - Prinsjesdag

Hierbij een overzicht van de in het Belastingplan 2022 voorgestelde maatregelen met betrekking tot autobelastingen en milieubelastingen.

18 oktober 2021

Overzicht maatregelen autobelastingen en milieubelastingen

English version

Terug naar overzicht Belastingplan 2022

Webcast Belastingplan 2022

Corina van Lindonk, Aart Nolten en Eddo Hageman bespraken het nieuwe Belastingplan.

Kijk terug (30 min.)

Wijziging schijfgrenzen en tarieven BPM

Voor de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) geldt als uitgangspunt dat het te belasten bedrag afhangt van de CO2-uitstoot van een personenauto. De verwachting is dat de CO2-uitstoot van conventionele auto’s in 2022 tot en met 2025 per jaar gemiddeld circa 2,3% zal afnemen. Daardoor zou ook de opbrengst van de BPM steeds lager worden. Om dat te voorkomen worden de CO2-schijfgrenzen voor personenauto’s voor de periode 2022 tot en met 2025 elk jaar met 2,3% verlaagd en worden de schijftarieven met 2,35% verhoogd. Deze wijzigingen gelden ook voor de dieseltoeslag.

Overgangsregeling bij tariefwijziging BPM

Vanaf 1 januari 2022 knoopt het belastbare feit voor de heffing van BPM aan bij het moment van inschrijving in het kentekenregister, in plaats van bij de tenaamstelling van het motorrijtuig. In samenhang hiermee wordt een overgangsregeling geïntroduceerd ingeval sprake is van tariefwijziging in de periode tussen de inschrijving in het kentekenregister en de tenaamstelling van de auto. De regeling komt erop neer dat het historische tarief nog van toepassing is als de tenaamstelling binnen twee maanden na die tariefwijziging plaatsvindt. Bij een latere tenaamstelling is het nieuwe BPM-tarief verschuldigd. De wetgever wil op deze manier een gelijk speelveld bewerkstelligen tussen de binnenlandse markt en parallelimport uit andere EU-lidstaten.

Verduidelijking BPM – gebruik op de weg

Vanaf 1 januari 2022 zal de inschrijving van een motorrijtuig in het kentekenregister gelden als het belastbare feit voor de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 (Wet BPM). Nu het doel van de Wet BPM is gelegen in het belasten van motorrijtuigen die in Nederland gebruik (gaan) maken van de openbare weg, wordt de inschrijving van een motorrijtuig in het kentekenregister geacht te zijn gericht op gebruikmaking van de weg in Nederland. In lijn hiermee wordt voorgesteld om in de wet op te nemen dat de betaalde bpm wordt teruggegeven voor een motorrijtuig waarvan op een later moment blijkt dat geen gebruik zal worden gemaakt van de weg. Dit kan zich voordoen indien het motorrijtuig is gesloopt of geëxporteerd voordat het op de weg is gebruikt. Het betreft hier een codificatie van bestaand goedkeurend beleid.

Postcoderoosregeling

De postcoderoosregeling voorziet in een lager tarief energiebelasting voor leden van een coöperatie of vereniging van eigenaars die samen duurzame energie opwekken. De regeling is per 1 april 2021 vervangen door een subsidieregeling die ook als doel heeft om de lokale opwekking van duurzame energie te stimuleren. Voor bestaande gevallen blijft het belastingvoordeel van de oude regeling nog voor een periode van vijftien jaar van toepassing. Daarbij doet zich echter het probleem voor dat nieuwe leden van een coöperatie dit belastingvoordeel niet krijgen, wat een negatief effect heeft op de gedane investeringen. Om dit te voorkomen wordt geregeld dat de opvolger van een vertrekkend lid dezelfde fiscale voordelen krijgt.

Verlaagd tarief walstroom

In het vorige belastingplan (Belastingplan 2021) is geregeld dat voor het gebruik van walstroom een verlaagd tarief energiebelasting geldt en dat voor leveringen van elektriciteit aan een walstroominstallatie geen opslag voor duurzame energie- en klimaattransitie in rekening wordt gebracht. Walstroom is elektriciteit die afkomstig is van het distributienet aan land en die wordt geleverd aan schepen die zijn afgemeerd. Het gebruik van walstroom is milieuvriendelijker dan wanneer een schip elektriciteit genereert met een eigen generator. Er wordt nu voorgesteld om de definitie van een walstroominstallatie te verruimen. Voortaan kan ook een walstroominstallatie zonder zelfstandige aansluiting op het distributienet gebruikmaken van de fiscale voordelen. Voorheen waren dergelijke installaties van de regeling uitgesloten, omdat zonder zelfstandige aansluiting niet kon worden vastgesteld of de elektriciteit ook daadwerkelijk voor schepen werd gebruikt. Het blijkt nu mogelijk dit bij te houden met behulp van speciale meetapparatuur. Een walstroominstallatie met zo’n meetinrichting mag voortaan de tariefsverlaging toepassen voor zover de stroom aan schepen is geleverd.

Voorkoming dubbele belasting elektriciteitsopslag

Het uitgangspunt van de energiebelasting is dat de verbruiker betaalt. Toch kan het bij elektriciteitsopslag voorkomen dat tweemaal energiebelasting wordt geheven, omdat zowel de levering aan de elektriciteitsopslag als de uiteindelijke levering aan de verbruiker wordt belast. Bestaande uitzonderingen zijn hierop niet altijd van toepassing. Voorgesteld wordt om deze dubbele heffing te voorkomen door de levering aan de energieopslag voortaan vrij te stellen. De exploitant van de energieopslagfaciliteit betaalt nog wel voor zijn eigen verbruik, maar niet voor het opslaan van de elektriciteit.

Verduidelijken samenloop nihiltarief en vrijstelling aardgas

Ter voorkoming van dubbele heffing van energiebelasting geldt er binnen de energiebelasting een vrijstelling voor aardgas dat niet wordt gebruikt als brandstof of dat wordt gebruikt als additief of vulstof in aardgasvervangende producten. Door de mogelijke samenloop van deze vrijstelling met het nihiltarief voor als aardgas aangemerkte producten die als brandstof worden gebruikt in de inrichting waarin zij zijn ontstaan en eenzelfde mogelijke samenloop met de raffinaderijvrijstelling, kunnen er situaties ontstaan waarbij er geheel geen energiebelasting wordt geheven met een mogelijk heffingslek tot gevolg.

Met de voorgestelde wetwijziging beoogt het kabinet de energiebelasting te verduidelijken, om op die manier het heffingslek te voorkomen. Het voorstel voorziet in het niet van toepassing verklaren van de vrijstelling indien de als aardgas aangemerkte producten worden gebruikt in de inrichting waarin zij zijn ontstaan en het nihiltarief op dat gebruik van toepassing is. In gelijke zin wordt voorgesteld om de vrijstelling niet van toepassing te verklaren als de als aardgas aangemerkte producten worden verbruikt in de inrichting waarin zij zijn ontstaan en de raffinaderijvrijstelling dat verbruik buiten de grondslag van de energiebelasting brengt.

Did you find this useful?