In België aangegroeide waarde van ab-aandelen toch belast in Nederland | Deloitte

Article

In België aangegroeide waarde van ab-aandelen toch belast in Nederland

Volgens de Hoge Raad hoeft Nederland geen step-up te verlenen voor de waardeaangroei in de periode dat de belastingplichtige in België woonde, omdat sprake was van buitenlandse belastingplicht in Nederland.

16 oktober 2017

Achtergrond

Als een dga in Nederland komt wonen (immigratie) is de hoofdregel dat de verkrijgingsprijs van zijn aanmerkelijkbelangaandelen gesteld wordt op de waarde in het economische verkeer ten tijde van de immigratie. Dit is anders wanneer de dga al eerder in Nederland heeft gewoond (remigratie), of reeds eerder in Nederland buitenlands belastingplichtig is geweest voor zijn aandelen. In die laatste twee gevallen wordt de verkrijgingsprijs vastgesteld op de tegenprestatie bij de verkrijging van de aandelen (kort gezegd de aankoopprijs of historische kostprijs). Wel wordt een step-up verleend als in het buitenland reeds belasting is betaald over de waardeaangroei van de aandelen. Hetzelfde geldt als de dga in de periode waarbinnen de waardeaangroei heeft plaatsgevonden niet buitenlands belastingplichtig was in Nederland. Indien in laatstgenoemde periode een waardedaling heeft plaatsgevonden wordt de verkrijgingsprijs juist verlaagd.

De casus

In de onderhavige zaak emigreerde belanghebbende in 1991 vanuit Nederland naar België. In 1994 verkrijgt hij de helft van de aandelen in een in Nederland gevestigde bv. In 2003 remigreert hij weer. In 2013 verzoekt hij de inspecteur om de verkrijgingsprijs van de aandelen vast te stellen op de waarde in het economische verkeer ten tijde van de remigratie in 2003. Deze waarde is gelijk aan de historische kostprijs vermeerderd met de waardeaangroei tot het moment van de remigratie.

De inspecteur heeft echter geweigerd echter om een step-up te verlenen, omdat in België geen belasting over enige waardeaangroei is geheven. Bovendien is belanghebbende gedurende de gehele periode dat hij in België woonde buitenlands belastingplichtig gebleven ter zake van de aanmerkelijkbelangaandelen. De verkrijgingsprijs wordt door de inspecteur dan ook vastgesteld op de historische kostprijs.

Belanghebbende stelt echter dat de hiervoor genoemde regeling moet worden uitgelegd met inachtneming van het belastingverdrag Nederland-België. Op grond van het verdrag zou België mogen heffen wanneer de belastingplichtige zijn aandelen verkocht had toen hij nog in België woonde. Op basis van deze toewijzingsregel meent de belastingplichtige dat Nederland geen recht heeft om belasting te heffen over de waardeaangroei die is ontstaan in België, en dus een step-up zou moeten verlenen tot de waarde in het economische verkeer ten tijde van remigratie.

De Hoge Raad is het daar echter niet mee eens. Omdat België, bij gebrek aan een belastbaar feit, niet daadwerkelijk belasting heeft geheven over enige waardeaangroei, oordeelt ons hoogste rechtscollege dat de inspecteur terecht geen step-up heeft verleend.

Tot slot

Bovenstaande uitspraak van de Hoge Raad is ook onder het huidige wettelijke regime onverkort van belang. De Hoge Raad gaat (helaas) niet in op de eventuele consequenties wanneer het andere land (in dit geval dus België) bij vervreemding alsnog zou heffen. Dit laatste zou bijvoorbeeld het geval kunnen zijn wanneer door het andere land bij emigratie naar Nederland een conserverende aanslag opgelegd wordt. Hierover kan dus nog niets concreets worden gezegd.


Bron: HR, 22-09-2017, nr. 15/05899, ECLI:NL:HR:2017:2423

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen