Beperking verliesverrekening schendt eigendomsrecht niet

Article

Beperking verliesverrekening schendt eigendomsrecht niet

De Hoge Raad oordeelt dat de invoering van een wettelijke beperking van de voorwaartse verliesverrekening met materieel terugwerkende kracht geen schending oplevert van het recht op ongestoord genot van eigendom.

18 april 2018

Eigendomsrecht

Het recht op ongestoord genot van eigendom is vastgelegd in art. 1 Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (art. 1 EP EVRM). Om te beoordelen of sprake is van een ongerechtvaardigde inbreuk op het eigendomsrecht moeten de volgende vragen worden beantwoord:

  1. Is sprake van eigendom in de zin van art. 1 EP EVRM?
  2. Is sprake van een inmenging met het ongestoorde genot van dit eigendom? 
  3. Is er een wettelijke basis die voldoende toegankelijk, precies en voorzienbaar is?
  4. Is de inmenging gerechtvaardigd?

Bij de laatste toets draait het om de vraag of de desbetreffende wettelijke bepaling een legitiem publiek belang dient en tevens proportioneel is (‘fair balance’). De Hoge Raad onderscheidt in dit verband een ‘fair balance’ op het niveau van de regelgeving en op het niveau van de individuele belastingplichtige. In onderhavige casus staat de vraag centraal of de (met materieel terugwerkende kracht ingevoerde) beperking van de mogelijkheid ondernemingsverliezen voorwaarts te verrekenen in strijd is met art. 1 EP EVRM.

Ondernemer

Een ondernemer exploiteerde tot begin 2002 een tuincentrum en hoveniersbedrijf. Bij de exploitatie leed hij verliezen. De ondernemer beschikt per ultimo 2002 over een bij beschikking vastgesteld verlies van ruim EUR 135.000. In 2012 wilde de ondernemer de verliezen uit 2002 en daaraan voorafgaande jaren verrekenen. De inspecteur weigerde deze verliesverrekening echter, omdat verliezen sinds 2007 nog maximaal negen jaar voorwaarts verrekenbaar zijn. Op grond van een overgangsregeling konden tot en met het (boek)jaar 2002 geleden verliezen uiterlijk tot en met het (boek)jaar 2011 verrekend worden. Volgens de ondernemer heeft de wetgever door de voorwaartse verrekening van ondernemingsverliezen te beperken in strijd gehandeld met art. 1 EP EVRM.

Ruime beoordelingsmarge

De Hoge Raad oordeelt echter dat de beperking van de verliesverrekeningsmogelijkheden niet in strijd is met art. 1 EP EVRM. Indien de gestelde strijdigheid met deze bepaling wordt gebaseerd op het betoog dat door de afschaffing van een gunstige belastingregeling de gerechtvaardigde verwachtingen van de betrokken partijen zijn geschonden, moet worden nagegaan of sprake is van een ‘fair balance’ tussen het met de afschaffing nagestreefde – legitieme – doel in het algemeen belang en de bescherming van de individuele belangen. In dit kader heeft de wetgever op fiscaal gebied een ruime beoordelingsmarge. Niet elke wijziging van belastingwetgeving leidt tot een door art. 1 EP EVRM verboden inbreuk op het ongestoorde genot van eigendom. Burgers kunnen er in het algemeen niet in redelijkheid op vertrouwen dat belastingwetgeving onveranderd blijft. De invoering van de beperkte voorwaartse verliesverrekening valt binnen de ruime beoordelingsmarge die de wetgever toekomt. De Hoge Raad merkt verder op dat de verliesvaststellingsbeschikking die de ondernemer had ontvangen niet verder strekt dan het verschaffen van zekerheid over de omvang van het verlies. Een dergelijke beschikking vestigt geen onvoorwaardelijk recht van de belastingplichtige op verrekening van de vastgestelde verliezen.


Bron: HR 13 april 2018, 16/04786, ECLI:NL:HR:2018:589

Vond u dit nuttig?