Besluit gepubliceerd naar aanleiding van het Sofina-arrest | Deloitte Nederland

Article

Besluit gepubliceerd naar aanleiding van het Sofina-arrest

Teruggaaf van dividendbelasting en kansspelbelasting is onder voorwaarden mogelijk volgens een recent gepubliceerd beleidsbesluit naar aanleiding van het Sofina-arrest van het Hof van Justitie EU.

10 december 2020

Sofina-arrest

Op 22 november 2018 heeft het HvJ EU een arrest gewezen in de Franse zaak Sofina. Het HvJ EU heeft in dat arrest geoordeeld dat de Franse dividendbelastingwetgeving in bepaalde situaties in strijd is met het EU-recht. De Nederlandse belastingwetgeving kan onder omstandigheden tot een soortgelijke uitkomst leiden als de Franse wetgeving. Hierbij moet worden gedacht aan situaties waarbij een Nederlandse vennootschap een dividend uitkeert aan een niet in Nederland gevestigde moedermaatschappij, waarop dividendbelasting wordt ingehouden. Een in Nederland gevestigde moedermaatschappij had deze dividendbelasting kunnen verrekenen als voorheffing op de door haar verschuldigde vennootschapsbelasting. Wanneer dit ontoereikend was geweest, had de moedermaatschappij in aanmerking kunnen komen voor een teruggaaf. Deze teruggaafmogelijkheid stond niet open voor buiten Nederland gevestigde moedermaatschappijen. Voor die situaties wordt nu goedgekeurd dat onder voorwaarden teruggaaf kan worden verleend van de ingehouden dividendbelasting (en kansspelbelasting). Voor de dividendbelasting geldt de teruggaaf echter alleen voor de opbrengst uit portfolio-investeringen.

Voorwaarden

Het in het buitenland gevestigde lichaam moet om teruggaaf verzoeken. De beslissing op het verzoek wordt genomen bij een voor bezwaar vatbare beschikking. Het verzoek wordt goedgekeurd als aan een aantal voorwaarden is voldaan. De volgende voorwaarden zijn het belangrijkste:

  1. Het lichaam is gevestigd in een EU/EER-lidstaat of een staat waarmee Nederland een regeling is overeengekomen over de uitwisseling van informatie van de heffing van dividendbelasting en kansspelbelasting;
  2. De portfolio-investeringen zijn aan te merken als investeringen die vallen onder de vrijheid van kapitaalverkeer;
  3. Het verzoekende lichaam moet de uiteindelijk gerechtigde van de opbrengsten van de portfolio-investeringen zijn;
  4. Het verzoek moet binnen drie jaar zijn ingediend na afloop van het boekjaar waarin de opbrengst of prijs ter beschikking is gesteld; 
  5. Het lichaam verstrekt gegevens op basis waarvan aannemelijk wordt dat het lichaam, als het in Nederland gevestigd zou zijn geweest, minder vennootschapsbelasting verschuldigd zou zijn geweest dan de geheven dividendbelasting en kansspelbelasting. 
  6. Het lichaam geeft een verklaring waaruit blijkt dat het geen recht heeft op vermindering of verrekening van de ingehouden dividendbelasting of kansspelbelasting.
  7. Als in het jaar van teruggaaf of de vijf boekjaren daarna blijkt dat het lichaam toch recht op vermindering of verrekening heeft dan moet het lichaam de inspecteur direct informeren. Hetzelfde geldt ingeval later blijkt dat het lichaam per saldo toch vennootschapsbelasting verschuldigd zou zijn als het in Nederland gevestigd zou zijn geweest. In deze situaties moet het lichaam de teveel teruggegeven belasting terugbetalen. Hiertoe kan de belastingdienst een naheffingsaanslag opleggen. 

Het besluit is in werking getreden per 5 december 2020.


Bron: Staatscourant 2020, nr. 63398

Did you find this useful?