Besluit ontslagvergoeding in grensoverschrijdende situaties | Deloitte Nederland

Article

Besluit ontslagvergoeding in grensoverschrijdende situaties

De staatssecretaris van Financiën heeft in een nieuw beleidsbesluit aangegeven hoe de heffingsrechten over een ontslagvergoeding in een grensoverschrijdende situatie moeten worden verdeeld. Dit wijkt af van de tot nu toe gevolgde lijn.

11 februari 2022

Introductie

In het nu ingetrokken Besluit van 23 april 2015 gaf de staatssecretaris van Financiën aan dat de verdeling van heffingsrechten over een ontslagvergoeding na een internationale carrière in het algemeen moest plaatsvinden aan de hand van de locaties waar de werknemer de laatste 12 maanden van zijn of haar dienstbetrekking had gewerkt.

Nieuwe toerekeningsmethode

In het Besluit van 25 januari 2022 wordt echter een nieuwe lijn gehanteerd. De ontslagvergoeding dient voortaan in het algemeen te worden toegerekend overeenkomstig de diensttijd waarop de hoogte van de ontslagvergoeding is gebaseerd. Doorgaans is dit de volledige diensttijd bij de werkgever die de ontslaguitkering toekent. Mochten die gegevens niet voorhanden zijn, dan kan de toerekening ook op andere wijze in redelijkheid worden benaderd, aldus de staatssecretaris. Indien dat echter niet mogelijk is, kunnen de heffingsrechten worden verdeeld aan de hand van de werklocaties gedurende de laatste 12 maanden van de dienstbetrekking van de werknemer.
Voorwaarde voor de toerekening van het heffingsrecht over een ontslagvergoeding aan het werkland, is dat het heffingsrecht over het loon van de werknemer in de toerekeningsperiode aan dat land was toegewezen. Voor de toerekening van een ontslagvergoeding is verder niet van belang of de beloning al dan niet ten laste gekomen is van een werkgever in de werkstaat. Dit is overigens niet gewijzigd ten opzichte van het vorige besluit.
Bovenstaande geldt voor een ontslagvergoeding die wordt gebaseerd op basis van de diensttijd bij de werkgever. Er worden doorgaans ook andere vergoedingen toegekend bij ontslag. Per vergoeding dient te worden bepaald hoe de heffingsrechten worden verdeeld.

Voorkomen van mismatches

Deze veranderde beleidslijn is ingegeven door de wijze waarop andere landen de heffingsrechten over een ontslagvergoeding verdelen. De staatssecretaris wenst door middel van deze wijziging dubbele heffing, of juist het achterwege blijven van heffing, te voorkomen. De nieuwe systematiek kan worden toegepast bij ontslagvergoedingen die zijn genoten vanaf 5 februari 2022. De nieuwe toerekeningsmethode kan daarnaast worden toegepast in situaties waar de belastingaanslag op 5 februari 2022 nog niet onherroepelijk vaststaat, mits de belastingplichtige op verzoek van de inspecteur kan aantonen dat dit niet leidt tot (gedeeltelijke) dubbele niet-heffing.

Voorbeelden

De staatssecretaris geeft in het Besluit van 25 januari 2022 twee voorbeelden van de nieuwe toerekeningssystematiek voor ontslagvergoedingen.


Voorbeeld 1

A woont in Nederland en ontvangt van haar in Nederland gevestigde werkgever een ontslagvergoeding. Gedurende het grootste deel van haar dienstbetrekking van 5 jaar werkte zij in Nederland, enkel in het laatste jaar van de dienstbetrekking werkte zij 8 maanden in Duitsland. Omdat in dit geval het verloop van de dienstbetrekking voldoende duidelijk is, wordt de ontslagvergoeding dienovereenkomstig toegerekend. Voor 8/60 deel van de ontslagvergoeding bestaat er recht op voorkoming van dubbele belasting.

De toerekening van de ontslagvergoeding aan de relevante periode betekent niet automatisch dat het heffingsrecht over de ontslagvergoeding in zoverre toekomt aan het land waar de dienstbetrekking feitelijk is uitgeoefend. Daarvoor is doorslaggevend of dat land het heffingsrecht heeft over het reguliere loon dat ter zake van die werkzaamheden is betaald (artikel 15 OESO modelverdrag).


Voorbeeld 2

B woont in Nederland en ontvangt van zijn in Nederland gevestigde werkgever een ontslagvergoeding. Het verloop van de volledige dienstbetrekking is door omstandigheden niet in redelijkheid te benaderen. In de afgelopen periode van 12 maanden werkte hij voor deze werkgever 190 dagen in België, 35 dagen in Duitsland en de overige 15 dagen in Nederland. Alleen voor de werkzaamheden in België bestaat er recht op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting, omdat het heffingsrecht over dat deel van het loon aan België toekomt. De ontslagvergoeding die hij van zijn werkgever ontvangt, wordt geacht betrekking te hebben op de laatste twaalf maanden van uitoefening van de dienstbetrekking. Voor het deel dat toe te rekenen is aan de in België verrichte werkzaamheden, 190/240 deel van de ontslagvergoeding, is er recht op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting.

Andere vergoedingen bij einde dienstbetrekking

Als vermeld geldt het bovenstaande voor een ontslagvergoeding die wordt gebaseerd op basis van de diensttijd bij de werkgever. Indien er ook andere vergoedingen worden toegekend aan een vertrekkende werknemer, dient per vergoeding te worden bepaald hoe de heffingsrechten worden verdeeld. Hieronder behandelen wij een aantal vergoedingen. De nadruk ligt op het woord “gewoonlijk” gelet op de vele nuances die gemaakt moeten worden in concrete situaties.

 

Nabetalingen voor verrichte werkzaamheden: Gewoonlijk toerekenbaar aan de staat waar de relevante werkzaamheden zijn verricht.
Betaling voor ongebruikte vakantiedagen en
ziektedagen:
Gewoonlijk toerekenbaar aan de laatste 12 maanden van uitoefening van de dienstbetrekking. 
Doorbetaling tijdens opzegtermijn (garden leave): Gewoonlijk toerekenbaar aan de staat waarvan redelijkerwijs aangenomen kan worden dat de werkzaamheden daar zouden zijn verricht. In de meeste gevallen zal dit de locatie zijn waar de laatste werkzaamheden in belangrijke mate zijn verricht.
Schadevergoeding bij beëindiging van de
dienstbetrekking:
De toerekening is afhankelijk van de schade waarvoor wordt gecompenseerd.
Non-concurrentievergoeding: Gewoonlijk toerekenbaar aan de woonstaat van de werknemer.
Vergoeding voor pensioenbijdragen: Gewoonlijk toerekenbaar aan de staat waar de dienstbetrekking werd  uitgevoerd.
Aandelenrechten (opties) en de afwikkeling
daarvan:
De toerekening vindt gewoonlijk plaats aan de hand van de staten waar de werknemer heeft gewerkt in de periode tussen toekenning van de rechten en de datum van het ontslag. 

Beschouwing

Dit is een belangwekkend besluit van de staatssecretaris van Financiën. Het voorkomt vermoedelijk in veel gevallen dubbele heffing en dubbele niet-heffing over een ontslagvergoeding. De vraag is wel in welke gevallen men kan terugvallen op de laatste twaalf maanden van de dienstbetrekking bij de betreffende werkgever als richtlijn voor de verdeling van heffingsrechten. Het lijkt er met dit besluit op dat de staatssecretaris een vaste volgorde beoogt bij toepassing van deze toerekeningsregels. In dat geval bestaat echter nog steeds de mogelijkheid van dubbele heffing dan wel dubbele niet-heffing, bijvoorbeeld in combinatie met landen die de ontslagvergoeding standaard toerekenen op basis van de laatste 12 maanden van de dienstbetrekking. In een dergelijk geval dient de dubbele (niet) heffing te worden weggenomen middels een onderlinge overlegprocedure tussen de fiscale autoriteiten van de betrokken landen. We merken verder op dat het besluit uiteraard de interpretatie van de staatssecretaris weergeeft. Dit laat onverlet dat de vraag blijft bestaan of diens interpretatie volledig past binnen de huidige regelgeving en rechtspraak.
In veel gevallen is een nadere analyse vereist. Het is van belang om aandacht te hebben voor de verdeling van de heffingsrechten bij de totstandkoming van het pakket bij ontslag van een werknemer.

Did you find this useful?