Besluit WOB-verzoek bedrijfsopvolgingsregeling | Deloitte Nederland

Article

Besluit WOB-verzoek bedrijfsopvolgingsregeling

Beleid Belastingdienst inzake BOR gepubliceerd

Bij een bedrijfsopvolging komen veel verschillende aspecten aan de orde. Hieronder vallen ook de fiscale gevolgen van een bedrijfsoverdracht. Door middel van een recent WOB-verzoek, is meer duidelijk geworden hoe de fiscus tegen de voorwaarden van de bedrijfsopvolgingsregeling aankijkt.

29 augustus 2018

De bedrijfsopvolgingsregeling

Bij een bedrijfsopvolging komen veel verschillende aspecten aan de orde. Hieronder vallen ook de fiscale gevolgen van een bedrijfsoverdracht. Zo kan het zijn dat de verkrijger van de onderneming schenk- of erfbelasting verschuldigd is, wanneer hij de onderneming geschonken krijgt of erft. Om te zorgen dat deze belasting de continuïteit van de onderneming niet in gevaar brengt, kunnen ondernemers een beroep doen op de bedrijfsopvolgingsregeling.

Sinds lange tijd bestaan er faciliteiten voor het schenken of erven van een onderneming: de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR). De BOR voorziet onder andere in een gehele vrijstelling van schenk- en erfbelasting tot een bedrag van ongeveer één miljoen euro en een vrijstelling van 83% van het meerdere (er bestaat ook een regeling voor de inkomstenbelasting, maar die laten wij in dit bericht buiten beschouwing). Voor eventueel toch te betalen schenk- en erfbelasting kan om uitstel van betaling (enkelvoudig rentedragend) worden verzocht.

De hoogte van de vrijstelling is afhankelijk van het ondernemingsvermogen in de onderneming. Beleggingsvermogen wat in de onderneming zit, kwalificeert in beginsel niet voor de regeling. Aan de regeling zijn, naast de eis dat het om ondernemingsvermogen moet gaan, verschillende andere eisen verbonden. Zo moet de erflater of schenker de onderneming al respectievelijk één of vijf jaren in zijn bezit hebben. Daarnaast dient de opvolger de onderneming ook daadwerkelijk vijf jaren voort te zetten.

Wet openbaarheid van bestuur (WOB)

Recent is met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (een WOB-verzoek), verzocht om openbaarheid van het interne beleid van de fiscus ten aanzien van de BOR. De reden voor dit verzoek was gelegen in het vermoeden dat de fiscus de voorwaarden voor toepassing van de BOR te streng uitlegt. Naar aanleiding van dit WOB-verzoek heeft de staatssecretaris van Financiën dit interne beleid (gedeeltelijk) openbaar gemaakt.

Het beleid van de fiscus

In het openbaar gemaakte stuk wordt een breed scala aan onderwerpen besproken. Dit gebeurt aan de hand van diverse rechtsvragen, waarop een antwoord wordt geformuleerd. De antwoorden zijn niet integraal gepubliceerd, maar slechts de passages daaruit die uitleg bevatten van huidige wet- en regelgeving en jurisprudentie. Deze uitleg wordt door de inspecteurs toegepast.

Onderwerpen die in het document veel aan bod komen zijn de volgende:

  • De bepaling van de omvang van het ondernemingsvermogen. Dit is relevant, omdat slechts het ondernemingsvermogen in aanmerking komt voor de BOR. Zoals aangegeven kwalificeert beleggingsvermogen niet voor de BOR (met uitzondering van een marge van 5% van het kwalificerende ondernemingsvermogen).
  • De toepassing van de bezits- en voortzettingseis. Bij de bezits- en voortzettingseis is onder andere onduidelijkheid over de samenloop tussen herstructureringen (waaronder ook de uitbreiding van de onderneming) en deze eisen.
  • Toepassing van de BOR op indirecte belangen. Ook indirecte belangen kunnen immers kwalificeren voor de BOR. Deze belangen worden dan toegerekend aan de houdstervennootschap waarin de overdrager direct de aandelen houdt.
  • De behandeling van cumulatief preferente aandelen (ook wel cumprefs genoemd) in het kader van de BOR. Indien het de bedoeling is om de onderneming in fases over te dragen, kunnen cumprefs daarvoor gebruikt worden, bij voorkeur met toepassing van de BOR.

Belang van het document

De BOR heeft als doelstelling om de continuïteit van ondernemingen te waarborgen. Hier zijn dan ook strenge eisen aan verbonden. In de praktijk leeft soms het gevoel dat de fiscus deze eisen nog strenger uitlegt dan op basis van wet- en regelgeving noodzakelijk is. Het gepubliceerde document biedt daarom een mooi inkijkje in het beleid dat de fiscus voert ten aanzien van de BOR. Opgemerkt zij wel dat het slechts de mening van de fiscus betreft die in het document naar voren komt. Een andere lezing van wet- en regelgeving is uiteraard mogelijk.

Uiteraard zijn bij een bedrijfsopvolging niet alleen de fiscaalrechtelijke aspecten van belang. Bij opvolging binnen een bedrijf komen ook familiaire en bedrijfsorganisatorische aspecten aan de orde. Laat u daarom op tijd door uw adviseur bijstaan wanneer u voornemens bent om een dergelijk traject in te gaan. Wij zijn u daarbij uiteraard graag van dienst.

Vond u dit nuttig?