Bestuurdersaansprakelijkheid mag niet te snel worden aangenomen | Deloitte Nederland

Article

Bestuurdersaansprakelijkheid mag niet te snel worden aangenomen

Kennelijk onbehoorlijk bestuur is pas aan de orde wanneer geen redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheden gehandeld zou hebben zoals de aansprakelijk gestelde bestuurder heeft gedaan.

18 juni 2018

Bestuurdersaansprakelijkheid

Op grond van de Invorderingswet zijn bestuurders in bepaalde gevallen hoofdelijk aansprakelijk voor (onder meer) de niet betaalde loonheffing en omzetbelasting van een rechtspersoon. Wanneer de bestuurder van een rechtspersoon zelf ook rechtspersoonlijkheid bezit, geldt deze aansprakelijkheid ook voor de achterliggende bestuurders. Een bestuurder kan aansprakelijkheid voorkomen door tijdig betalingsonmacht te melden, mits geen sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur.

Kennelijk onbehoorlijk bestuur

De Hoge Raad heeft reeds eerder geoordeeld dat kennelijk onbehoorlijk bestuur zich pas voordoet als geen redelijk denkend bestuurder in dezelfde omstandigheden gehandeld zou hebben zoals de aansprakelijk gestelde bestuurder heeft gedaan. Daarvan is onder meer sprake wanneer een bestuurder wist of redelijkerwijs had moeten begrijpen dat zijn handelwijze ertoe zou leiden dat belastingschulden van de rechtspersoon onbetaald zouden blijven en hem ter zake daarvan bovendien een ernstig persoonlijk verwijt treft. Uit een recent arrest blijkt opnieuw dat bestuurdersaansprakelijkheid niet te snel mag worden aangenomen.

Feitelijk bestuurder

In casu had belanghebbende in 2010 zijn aandelen in een autobedrijf verkocht en zich bij de Kamer van Koophandel laten uitschrijven als bestuurder. Op 28 november 2012 is hij door de ontvanger aansprakelijk gesteld voor onbetaald gebleven naheffingsaanslagen loonheffing en omzetbelasting over diverse tijdvakken in de jaren 2011 en 2012. Volgens Hof Den Bosch is de aansprakelijkstelling terecht. Belanghebbende is na de verkoop van de aandelen feitelijk bestuurder van de bv gebleven. Hoewel voor enkele naheffingsaanslagen tijdig betalingsonmacht is gemeld, kan dit belanghebbende niet baten omdat sprake zou zijn van kennelijk onbehoorlijk bestuur.

Onvoldoende gemotiveerd

Volgens de Hoge Raad is deze uitspraak echter onvoldoende gemotiveerd. Het Hof heeft ter onderbouwing van zijn oordeel gewezen op een controlerapport met betrekking tot de over 2010 verschuldigde omzetbelasting, waaruit naar voren kwam dat de administratie van het autobedrijf ernstige gebreken vertoonde. Volgens de Hoge Raad is dit niet voldoende om aan te nemen dat belanghebbende als feitelijk bestuurder heeft bewerkstelligd dat de door de bv af te dragen loonheffing over de periode 1 juni 2011 - 31 maart 2012 en de verschuldigde omzetbelasting over de maanden juli 2011 en december 2011 niet (volledig) is betaald. Evenmin kan hieruit worden afgeleid dat belanghebbende zich bewust was van het feit (of redelijkerwijs had moeten begrijpen) dat zijn handelingen of gedragingen tot gevolg zouden hebben dat de verschuldigde loon- en omzetbelasting over voornoemde tijdvakken niet zou worden betaald. De zaak is verwezen naar Hof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling en beslissing.


Bron: HR 8 juni 2018, 17/02362, ECLI:NL:HR:2018:853

Vond u dit nuttig?