Ook bijdrage ZVW verschuldigd over buitenlands pensioen voor dubbel gepensioneerde | Deloitte

Article

Ook bijdrage ZVW verschuldigd over buitenlands pensioen voor dubbel gepensioneerde

Gepensioneerden die pensioen uit een andere EU-lidstaat ontvangen zijn eveneens bijdragen Zorgverzekeringswet verschuldigd over deze buitenlandse pensioenuitkeringen. Dat heeft de Hoge Raad onlangs bevestigd.

7 maart 2018

Een gepensioneerde ontvangt zowel AOW-pensioen uit Nederland als een overheidspensioen (Rentenversicherung) en een bedrijfspensioen uit Duitsland. De belastingdienst heeft een aanslag voor de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet opgelegd ter zake van de Duitse pensioenuitkeringen. De SVB had over de AOW-uitkering echter al ook bijdrage ZVW berekend.

In Nederland verzekerd

Het staat vast dat deze gepensioneerde onder de Nederlandse sociale verzekeringen valt, aangezien hij in Nederland woont en geen werkzaamheden meer verricht. De Europese coördinatieverordening 883/2004 bepaalt dat dan de Nederlandse socialezekerheidswetgeving van toepassing is. De gepensioneerde is daarom verzekerd gebleven voor de Zorgverzekeringswet. Vervolgens moest Hof Arnhem-Leeuwarden oordelen over de vraag of de belastingdienst de Duitse pensioenen terecht in de heffingsgrondslag voor de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet had betrokken.

Inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet

Voor een gepensioneerde die in Nederland woont en ook pensioenen uit een andere lidstaat ontvangt, komen de kosten voor een zorgverzekering ten laste van Nederland. Nederland mag daarom volgens haar nationale wetgeving premies heffen. De bijdrage Zorgverzekeringswet wordt geheven over het zogenoemde bijdrage-inkomen. In de Zorgverzekeringswet is bepaald dat ook periodieke uitkeringen (de Duitse Rentenversicherung) en loon uit vroegere dienstbetrekking (het Duitse bedrijfspensioen) tot het bijdrage-inkomen worden gerekend. De belastingdienst heeft daarom terecht de aanslag Zorgverzekeringswet opgelegd. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van belanghebbende tegen deze uitspraak recentelijk zonder nadere motivering afgewezen.


Bronnen:

  • Hoge Raad 16 februari 2018, nr. 17/02815, ECLI:NL:HR:2018:211
  • Hof Arnhem-Leeuwarden 7 juni 2017, nr. 16/00619, ECLI:NL:GHARL:2017:4777
Vond u dit nuttig?