Bijtelling voor privégebruik auto niet in strijd met EVRM | Deloitte

Article

Bijtelling voor privégebruik auto niet in strijd met EVRM

Een thuiszorgorganisatie had een naheffingsaanslag gekregen voor het ter beschikking stellen van auto’s aan haar werknemers. Deze naheffing is volgens de Hoge Raad niet in strijd met het EVRM.

7 juni 2017

Privégebruik auto van de zaak

Een thuiszorgorganisatie met circa 90 werknemers in dienst, beschikte over een wagenpark van negen auto’s. Werknemers konden de auto’s gebruiken om patiënten thuis te bezoeken. De auto’s werden afwisselend door verschillende werknemers gebruikt. De sleutels van de auto’s hingen in een sleutelkast, waartoe de werknemers zelf toegang hadden. Tevens konden zij de auto mee naar huis nemen. Om te tanken konden zij gebruik maken van twee tankpassen, maar zij hoefden de bonnen van de tankbeurten niet in te leveren en er werd geen toezicht gehouden op het gebruik van de tankpassen. Voor de auto’s was geen kilometeradministratie bijgehouden. Wel gold een verbod op privégebruik van de auto’s op straffe van een boete van € 250. In de salarisadministratie was geen rekening gehouden met privégebruik van de auto’s. De inspecteur heeft tijdens een boekenonderzoek echter vastgesteld dat toch sprake was van privégebruik en heeft naar aanleiding daarvan een naheffingsaanslag loonheffing opgelegd.


Schending eigendomsrecht?

Nadat zowel de rechtbank als het gerechtshof de inspecteur in het gelijk hadden gesteld, heeft de thuiszorgorganisatie cassatieberoep ingesteld. Het belangrijkste cassatiemiddel was dat de forfaitaire bijtelling – een percentage van de cataloguswaarde – in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM. Het Eerste Protocol (EP) garandeert het ongestoorde genot van eigendom. De Hoge Raad overweegt naar aanleiding hiervan dat belastingheffing naar vaste rechtspraak weliswaar een inmenging in dit eigendomsrecht is, maar dat deze inbreuk in het algemeen gerechtvaardigd is, mits aan enkele voorwaarden is voldaan.

De voorwaarde waarover de meeste discussie is gevoerd, is of de naheffingsaanslag voor de thuiszorgorganisatie een ‘individuele en buitensporige last’ oplevert. Volgens de Hoge Raad is dat niet het geval, omdat de thuiszorgorganisatie door de naheffingsaanslag niet sterker wordt getroffen dan een andere werkgever die auto’s ter beschikking stelt. Dat het bijtellingspercentage hoog is, terwijl het merendeel van de auto’s al wat ouder is, doet daaraan niet af. Ook het forfaitaire karakter van de bijtelling is niet in strijd met het EP, omdat de wetgever om redenen van eenvoud voor een forfaitaire benadering van de waarde van het privégebruik heeft mogen kiezen.


Individuele terbeschikkingstelling? 

Ook op het tweede punt, dat geen sprake is van een individuele terbeschikkingstelling van de auto, wordt de thuiszorgorganisatie in het ongelijk gesteld. De werknemers hadden de auto de hele dag tot hun beschikking en zij konden, binnen zekere grenzen, zelf de wijze van gebruik van de auto bepalen. Er was weliswaar een verbod op privégebruik, maar de controle daarop was zeer beperkt. Ondanks het verbod kwam privégebruik van de auto’s wel voor. De inspecteur heeft daarom terecht geoordeeld dat de auto’s ter beschikking waren gesteld.


Conclusie

Uit de rechtspraak blijkt herhaaldelijk dat een bijtelling alleen achterwege mag blijven als de (personen)auto voor niet meer dan 500 kilometer per jaar privé wordt gebruikt. Hoewel een vrije bewijsleer geldt, blijkt een sluitende kilometeradministratie over het algemeen de beste manier te zijn om dit aan te tonen.


Bron: HR 2 juni 2017, nr. 16/04765, ECLI:NL:HR:2017:964

Vond u dit nuttig?

Gerelateerde onderwerpen