Bonusaandelen vallen niet onder reikwijdte werkkostenregeling

Article

Bonusaandelen vallen niet onder reikwijdte werkkostenregeling

Bonusaandelen die aan een selecte groep werknemers zijn toegekend, vallen volgens Hof Amsterdam niet onder de reikwijdte van de werkkostenregeling en zijn bij de betreffende werknemers individueel belast.

31 januari 2018

Een onderneming had in 2012 aan zeven van haar werknemers aandelenpakketten ter waarde van circa € 430.000 om niet toegekend (bonusaandelen). In 2013 werd voor € 76.000 aan bonusaandelen uitgereikt aan vier werknemers. De werkgever heeft de nettowaarde van de aandelen aangemerkt als eindheffingsbestanddeel en onder de werkkostenregeling gebracht. Omdat de vrije ruimte in die jaren (1,4% respectievelijk 1,5% van het gezamenlijke bedrag aan belastbaar loon waarover de werknemers loonbelasting zijn verschuldigd) werd overschreden, heeft de werkgever over een gedeelte van de waarde 80% eindheffing afgedragen.

De inspecteur is echter van mening dat een aandelenpakket dat om niet is toegekend, niet als eindheffingsbestanddeel onder de reikwijdte van de werkkostenregeling kan worden gebracht. Hij heeft dan ook op individuele basis nageheven over de nettowaarde van de toegekende aandelen verminderd met een bedrag van € 2.400 per werknemer.  

Gebruikelijkheidstoets

Onder de werkkostenregeling kunnen werkgevers vergoedingen en verstrekkingen aanwijzen als eindheffingsbestanddeel en die ten laste brengen van de vrije ruimte (ook wel forfaitaire ruimte of werkkostenforfait genoemd). Voor zover de waarde van alle aangewezen eindheffingsbestanddelen in een kalenderjaar méér bedraagt dan de vrije ruimte, is de werkgever 80% eindheffing verschuldigd. De eindheffingsbestanddelen die in de vrije ruimte vallen blijven onbelast, mits de werkgever voldoet aan het gebruikelijkheidscriterium. Dat houdt in dat de aangewezen vergoedingen en verstrekkingen niet meer dan 30% mogen afwijken van wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is. Met andere woorden: het moet gebruikelijk zijn dat werknemers dergelijke vergoedingen of verstrekkingen tot die omvang belastingvrij krijgen en dat de werkgever de loonheffing voor zijn rekening neemt. Vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen van maximaal € 2400 euro per persoon per jaar beschouwt de Belastingdienst in elk geval als gebruikelijk. De afwijking van 30 procent geldt niet voor dit bedrag.

Aandelenpakketten om niet

Hof Amsterdam stelt vast dat aandelenpakketten die om niet zijn toegekend, een zuivere beloning vormen. Het past niet binnen de gedachte achter de werkkostenregeling om een zuivere beloning aan te wijzen als werkkosten. Met de werkkostenregeling heeft de wetgever volgens het Hof geen wijziging willen brengen in de tot 2012 geldende systematiek van vrije vergoedingen en verstrekkingen. De regeling is alleen bedoeld om de administratieve lasten van de werkgever te verminderen. Het moet derhalve gaan om beloningsbestanddelen waarvan het naar maatschappelijke opvattingen aanvaardbaar is dat deze niet of tegen een lager tarief belast zijn. Dit is kennelijk de uitleg die het Hof aan de gebruikelijkheidstoets heeft gegeven.

Bij deze werkgever leidt de combinatie van een zuiver beloningsbestanddeel van een aanzienlijke omvang dat bovendien slechts aan een selecte groep werknemers is toegekend, tot het oordeel dat niet aan de gebruikelijkheidstoets is voldaan. Dat de werkgever slechts over een gedeelte van de waarde van de aandelen (namelijk het deel dat de vrije ruimte heeft overschreden) 80% eindheffing heeft voldaan, in plaats van het tabeltarief van 108,3% over het gehele bedrag, is volgens het Hof ook een aanwijzing dat sprake kan zijn geweest van tariefarbitrage en oneigenlijk gebruik van de werkkostenregeling. Het gelijk is aan de inspecteur.


Bron: Hof Amsterdam 25 januari 2018, nr. 16/00421, ECLI:NL:GHAMS:2018:169  

Vond u dit nuttig?